Wie een fruitboom begrijpt, kan hem ook snoeien

Fruitbomen moeten regelmatig worden gesnoeid. (Jörgen Caris)

Het planten van een fruitboom in de tuin wordt steeds populairder. Want zeg nou zelf: wat is er leuker dan appels of peren plukken uit je bloedeigen boom?

Kwekers en tuincentra hebben fruitbomen in alle soorten en maten, dus zo’n boompje is snel gekocht. Je komt ermee thuis, plant hem en wacht rustig af tot de appels verschijnen.

Die komen vanzelf. Maar dan gaat het mis – en je vraagt je af hoe het komt dat de boom zo’n rare vorm krijgt, weinig vruchten draagt en met het jaar vatbaarder wordt voor ziektes. Het antwoord luidt: omdat een fruitboom alleen maar stevig en gezond wordt wanneer hij regelmatig wordt gesnoeid.

Hoe dat moet, is op twee manieren te leren: er een boek over lezen of naar een cursus gaan. Omdat het mij nog nooit is gelukt de instructies in snoeiboeken te volgen, laat staan ze uit te voeren, ben ik afgelopen zondag naar de jaarlijkse Fruitdag op Slot Zuylen gegaan. Daar gaf tuinbaas Walter den Hollander les in het snoeien van appel- en perenbomen. Heel aanschouwelijk deed hij dat, in de boomgaard waar Belle van Zuylen eeuwen geleden haar appels plukte.

Het snoeien van appel- en perenbomen is geen eenvoudige zaak, gaf Den Hollander toe. Al was het maar omdat niet iedere soort op dezelfde manier behandeld wil worden. Maar, sprak hij troostend, het scheelt een stuk als je begrijpt waarom een boom doet wat hij doet.

Neem nou een jonge boom. Zo’n boompje is net een klein kind – de eerste jaren van zijn leven is hij druk bezig met groeien. Bepaal daarom direct na het planten welke drie of vier takken de hoofdtakken (gesteltakken) worden. Kort die met eenderde in en snoei alle andere takken weg. Laat het boompje daarna lekker zijn gang gaan en zorg dat hij de eerste drie jaar geen vruchten draagt. „Bij jonge bomen wil ik alleen gesteltakken hebben en geen vruchten. Want laat je aan zo’n fragiel boompje vruchten groeien, dan gaan de takken naar beneden hangen en dat komt nooit meer goed.”

Bij een boom met pitvruchten, zoals appel of peer, moet het aantal blad- en bloemknoppen in evenwicht zijn. „Er zijn 20 bladeren nodig om één vrucht te voeden”, legt Den Hollander uit. „Dus hoe minder bladeren er zijn, hoe kleiner de vruchten blijven.” Zitten er naar verhouding te veel bloemknoppen aan een tak, knijp die er dan af. Daarbij is het handig als je een bladknop van een bloemknop kunt onderscheiden: een bladknop is puntig en een bloemknop ook. Maar de bloemknop is iets ronder en er zit een kransje omheen.

En dan het snoeien. Wacht daar nog even mee, want november en december zijn natte maanden waarin schimmelziektes gedijen. De beste tijd om pitvruchtbomen te snoeien is van januari tot april, met een voorkeur voor januari en februari omdat de scheutvorming dan op gang komt. Door het snoeien wordt die afgeremd, zodat alle energie naar de vruchtvorming gaat.

We beginnen met het weghalen van dode takken, steil opgaande takken, takken die elkaar kruisen, takken die naar binnen groeien en lange waterloten. Als je zo’n loot met een flinke benedenwaartse ruk van de stam aftrekt zodat er een ’hieltje’ meekomt, ben je meteen van de slapende knoppen af die anders opnieuw uitkomen.

Na deze voorbereidende handelingen gaan we over tot het echte werk. Bij een jonge boom korten we alle zijscheuten die in het vorige jaar zijn gevormd, met een kwart in, boven een knop die naar buiten is gericht. Dat inkorten bevordert de diktegroei van de takken, en dat is precies wat we willen bij een klein boompje.

Bij oudere bomen moet je er vooral voor zorgen dat de kruin open blijft, zodat er genoeg licht in kan vallen. Aan de lange takken zitten korte zijtakjes, hier komen de vruchten aan. Deze scheutjes knippen we terug tot op ongeveer drie knoppen.

Als een boom lang niet is gesnoeid, moet je hem niet in een keer kortwieken, maar het snoeien spreiden over twee of drie jaar, adviseert Den Hollander. „Haal er nooit meer dan 20 procent uit, want dan raakt de wortel- en takverhouding uit balans. Veel snoei betekent veel groei, en met zijn enorme groeikracht maakt de boom dan twijgen die overal dwars doorheen gaan.”

De snoeiwonden hoeven niet met een wondafdekmiddel behandeld te worden, zegt hij. „Wij doen het met oude verf. De kleur maakt niet uit, maar hou het in dit geval bij bruin of groen, zou ik zeggen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden