Wie doet de opvoeding?

Afstandelijk (Trouw) Beeld
Afstandelijk (Trouw)

Ouders en docenten. Het zijn de personen die de grootste rol spelen in de opvoeding van een kind. Maar wie nu waar precies verantwoordelijk voor is blijft onderwerp van debat. Trouw en CNV Onderwijs lanceren daarom vandaag de Grote Opvoedtest.

Loverboy-slachtoffer Maria Mosterd klaagde in mei haar school aan. Volgens haar had de Thorbecke Scholengemeenschap in Zwolle niet tijdig haar moeder gewaarschuwd toen ze, onder invloed van haar foute vriendje, vaak spijbelde. De school verzaakte daarmee zijn ‘bijzondere zorgplicht’, aldus haar advocaat. Het liet maar weer eens zien dat er discussie is over wie er verantwoordelijk is voor het welzijn en de opvoeding van een kind: de ouder of de school?

De school, was het antwoord van Mosterd. Daarin staat ze niet alleen. De docent moet vaker de rol van opvoeder vervullen. Hij is verplicht leerlingen te onderwijzen in burgerschap, iets wat vroeger eerder thuis gebeurde. Met voor-, tussen- en naschoolse opvang kan een kind zomaar hele dagen op school zitten, opvoeding hoort er dan bij.

Het omgekeerde is ook waar: ouders worden, soms tegen wil en dank, steeds meer betrokken bij de school van hun kinderen. Niet alleen op de basisschool, waar ouders al langere tijd worden ingezet voor allerlei taken, maar ook in het voortgezet onderwijs. Ouders kunnen via internet lezen hoe hun kind het doet op school, door te kijken naar cijferlijsten en het leerlingvolgsysteem. Op sommige scholen krijgt de ouder een sms’je van de leraar wanneer hun kind niet aanwezig is.

Dat er soms onenigheid bestaat over de verdeling van taken en verantwoordelijkheden is evident. Soms zijn ouders het niet eens met de manier waarop docenten met hun kind omgaan. Andersom worden docenten moe van de hoeveelheid taken die zij op hun bordje krijgen: ze moeten kinderen onderwijzen in de meest uiteenlopende dingen, van gezond eten via mediawijsheid tot seksuele voorlichting.

Trouw probeert in deze bijlage en op de website het spanningsveld tussen ouders en docenten in kaart te brengen. Wat moet je thuis leren en wat in de klas? En gaan ouders en docenten op eenzelfde manier om met kinderen, of krijgen ze thuis met heel andere regels te maken dan op school?

Trouw en CNV Onderwijs ontwikkelden in samenwerking met de Universiteit Utrecht ’de Grote Opvoedtest’ zodat u een antwoord kunt vinden op deze en andere vragen. Kijk op www.trouw.nl/opvoedtest welke rol u speelt in de opvoeding. Docenten kunnen er zien of ze een strenge, tolerante of misschien wel ontevreden docent zijn. En ouders: bent u afstandelijk of juist sensitief? Ook proberen we vast te stellen hoe de ideale docent er volgens u uit zou moeten zien, en wat u vindt van de rol van de school in de opvoeding.

Op de site vindt u nadere toelichting op de profielen en informatie over wat u zou kunnen doen om uw rol thuis of in de klas te verbeteren. Hieronder leest u alvast welke types ouders en docenten we in de test onderscheiden.

Sensitieve ouders reageren sterk op de signalen van hun kind, begrijpen wat het kind wil en nodig heeft, en reageren dan ook direct en adequaat op de behoeften van hun kind. Zij tonen interesse in zijn of haar activiteiten, moedigen het kind aan en geven ondersteuning tijdens moeilijke taken. Deze ouders benaderen hun kind op een open en directe manier.

Oudere kinderen zijn vaak goed in staat om met hun ouders, soms ook stevig, te discussiëren. De relatie met de ouders wordt daardoor niet verstoord.

Afstandelijke ouders hebben relatief weinig oog voor de behoeftes, wensen en gevoelens van hun kind. Een deel van deze ouders vindt het moeilijk kleine signalen die hun kind afgeeft op te pikken, maar reageert wel op krachtigere signalen. Anderen vinden het juist lastig met woede, angst of andere krachtige emoties van hun kind om te gaan. Deze ouders willen uiteraard het beste voor hun kind. Door hun houding komen deze ouders echter relatief vaak in botsing met hun kroost.

Naast sensitieve en afstandelijke ouders zijn er ook verschillende combinaties van deze twee typen. Ze pikken bijvoorbeeld de signalen van hun kind wel op, maar vinden niet dat ze er altijd rekening mee moeten houden. Sommigen hebben niet de tijd of het geduld om overal met evenveel aandacht op te reageren. Daardoor is hun optreden echter niet altijd even consequent.

Voor strenge docenten is kenmerkend dat ontevreden, corrigerend en streng gedrag gepaard gaat met leidend gedrag. Deze leraren bieden de lesstof meestal zeer gestructureerd en duidelijk aan. De leerlingen doen wat de docent vraagt, maar zijn vaak niet betrokken. De regels waar leerlingen zich aan te houden hebben, zijn duidelijk. Er heerst strenge discipline. De leerlingen lijken soms een beetje bang voor de docent en dat is voorstelbaar. Volgens sommige strenge docenten leren leerlingen zo ook het meest, namelijk wanneer de docent bepaalt wat er gebeurt.

In vergelijking met andere docenten is de mogelijkheid voor inbreng van de leerlingen bij de tolerante docent groot, soms te groot. De docent vertoont minder leidend gedrag. Er heerst een vriendelijke sfeer in de klas. De docent besteedt zorg aan leerlingen. Deze persoonlijke betrokkenheid motiveert leerlingen. Het tolerante optreden van de leraar geeft ook wel eens aanleiding tot een rommelige sfeer.

Steeds weer is de tolerante leraar bereid iets opnieuw aan leerlingen uit te leggen, ook aan leerlingen die het niet snappen, omdat ze niet hebben opgelet. Leerlingen vinden een dergelijke docent vaak wel aardig, maar misschien ook ’te aardig’.

Bij de meeste ontevreden docenten is sprake van ontevreden, corrigerend en streng gedrag dat bij sommigen gepaard gaat met een zekere onzekerheid. Deze docent kan driftig uitvallen tegen zijn of haar leerlingen, dreigt veel met straf, maar er heerst desondanks (of juist daardoor) chaos in de les. Het is soms niet makkelijk voor leerlingen om geconcentreerd te werken. De docent steekt veel energie in een poging om een ordelijke situatie te creëren. Eerst moeten de leerlingen zich netjes gedragen, pas dan is hij/zij bereid zijn best te doen om de leerlingen een leuke les voor te schotelen.

Kenmerkend voor de lessen van de meeste gezaghebbende docenten is dat er een duidelijke structuur is. Leerlingen hebben een goed beeld van wat er van hen wordt verwacht. Er wordt in het algemeen taakgericht gewerkt. Gezaghebbende docenten verschillen in de mate waarin zij óf aandacht voor de leerling, óf voor de stof hebben. Sommigen bieden de leerlingen vooral ondersteuning bij het leren. Voor de persoon van de leerling is de aandacht dan minder groot.

Sensitief (Trouw) Beeld
Sensitief (Trouw)
Streng (ILLUSTRATIES NANNE MEULENDIJKS) Beeld
Streng (ILLUSTRATIES NANNE MEULENDIJKS)
(Trouw) Beeld
(Trouw)
(Trouw) Beeld
(Trouw)
(Trouw) Beeld
(Trouw)
(Trouw) Beeld
(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden