Wie breekt betaalt wel degelijk, leert de parlementaire historie

Ook al rekent de kiezer bij de verkiezingen straks niet af met de PVV, bij de formatie staat Wilders buitenspel. Met het Catshuis verliet hij zaterdag ook de politieke macht.

De breker betaalt. Zo luidt de wijsheid die de komende periode veel te horen en te lezen zal zijn. Geert Wilders heeft namens zijn PVV het overleg met zijn gedoogde vrienden van CDA en VVD afgebroken. Herstel van de breuk is onwaarschijnlijk, het einde van Rutte I is aanstaande. Wilders en zijn PVV zullen bloeden, zo wil de politieke wijsheid.

Politiek en politieke wetenschap kennen echter weinig wetten. 'Als A, dan altijd B' komt maar zelden voor. En hoewel zeker de meest recente politieke geschiedenis een ondersteuning vormt voor de stelling dat de breker betaalt, gaat het eerder om een patroon en waarschijnlijkheid dan om een gegeven en zekerheid.

Het problematische karakter van de stelling begint er al mee dat zelden evident is wie de breker is. De hoofdrolspelers zelf zullen, wellicht uit angst dat de wijsheid een kern van waarheid bevat, niet snel openlijk toegeven dat zij gebroken hebben. CDA en VVD lieten er afgelopen weekeinde geen misverstand over bestaan dat de schuld bij Wilders en zijn PVV lag. De leider van de PVV zelf heeft dat niet hard weersproken, maar heeft zich evenmin publiekelijk op de borst geslagen vanwege het feit dat hij eigenhandig een einde aan het kabinet-Rutte heeft gemaakt. Hij kon de voorgenomen ingrepen niet voor zijn rekening nemen, heet het, en dat klinkt toch anders dan Rutte en Verhagen pootje haken.

Daar komt bij dat, zeker onder kiezers, het antwoord op de schuldvraag wordt gekleurd door politieke voorkeur. Slechts een heel kleine groep van PVV-aanhangers gaf volgens de eerste peilingen de schuld exclusief aan Geert Wilders.

Wil de stelling opgaan dat de breker betaalt, dan is eensgezindheid onder kiezers van belang. Immers, volgens een van de twee lezingen van die stelling vindt de afrekening met de breker op electoraal niveau plaats. Bij verkiezingen zouden kiezers zich afkeren van de partij of politicus die de val van een kabinet op zijn of haar naam heeft staan. Maar ja, als kiezers daarover verschillend denken, zal het electorale effect voor de breker heel goed mee kunnen vallen. Al wijzen de uitslagen van Tweede Kamerverkiezingen er wel op dat brekers te maken krijgen met verlies. We moeten dertig jaar terug in de tijd om een partij (PvdA) te vinden die werd gezien als breker en die bij de verkiezingen van 1982 een beter resultaat (plus 3 zetels) boekte dan bij de voorgaande verkiezingen van 1981.

Het is partijen echter niet alleen om stemmen en zetels te doen, maar ook om een plaats in de regering en om invloed op beleid. Ook op dit niveau speelt het vermoeden dat de breker betalen zal. Die breker kan een tijdje naar de oppositie, is dan het idee, en zal vanuit die positie minder invloed op beleid hebben dan als hele of halve partner van een kabinet. Deze tweede lezing van de zogenaamde wet hoeft wat juistheid betreft niet samen te vallen met de eerste lezing. Het oordeel van het electoraat kan anders uitvallen dan het oordeel van potentiële coalitiepartners. De PvdA won in 1982 weliswaar 3 zetels, maar vond zichzelf na de formatie niet terug in het nieuw gevormde kabinet.

We moeten iets verder terug in de tijd om een voorbeeld te vinden van een breker die vervolgens wel degelijk coalitiegenoot werd. Het CDA wist samen met de VVD in 1977 een kabinet te vormen toen het kabinet-Den Uyl II onmogelijk bleek. Maar het CDA aanwijzen als de schuldige van de val van het kabinet-Den Uyl I is niet zonder problemen, alleen al omdat het CDA als partij nog niet bestond. Het CDA was in 1977 de grootste maar tevens laatste weerlegging van de dubbele betekenis van de wet dat de breker betaalt. Immers, het CDA kwam niet alleen in een kabinet maar had bij de Kamerverkiezingen ook een enkele zetel winst behaald, vergeleken met de score van de fusiepartners ARP, CHU en KVP in 1972.

Hoewel de wijsheid dat de breker betaalt dus nog net geen status van wet verdient, is het zo dat de afgelopen decennia de uitspraak correct is gebleken. Dat geldt in wisselende mate voor de electorale afrekening door de kiezers, maar lijkt op een wetmatigheid als het gaat om de afrekening in het eerstvolgende formatieproces.

Met zijn vertrek uit het Catshuis gaf Wilders de mogelijkheid om een beetje bij te sturen op, en ruilt hij die waarschijnlijk in voor een positie in het politieke spel, vanwaar hij nauwelijks invloed hebben zal. De breker Wilders/PVV zal betalen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden