Wie bij het islamdebat alleen op religie focust, versmalt de kwestie

De bijdragen over de relatie tussen kerk en moslims in Nederland, gaan, hoe verschillend ook, alle uit van hetzelfde frame: een vergelijking tussen islam en christendom. Ook Pamela Wels bleef keurig binnen dit kader (Opinie, 13 januari) en kwam met een nogal clichématig onderscheid tussen Jezus (vrede) en islam (strijdlustig). Dat de koloniale en raciale politiek (inclusief 'het joodse vraagstuk') in Europa is verstrengeld met christelijke theologie én met Verlichtingsfilosofie past niet in dat schema.

Laten we christelijke en Verlichtingstradities niet idealiseen. Net zomin als we islamitische tradities moeten plat-slaan met beschrijvingen van één alinea. Maar er is een fundamenteler probleem met het kader van Wels en anderen. De focus op religie - op dé islam en hét christendom - depolitiseert de vraag naar de positie van moslims in Nederland. Het speelveld dat ontstaat is nogal beperkt: of er is een groot probleem met de islam (Dekker/Wels), of we moeten niet stigmatiseren, maar wel 'erkennen dat er problemen zijn' (De Reuver).

Binnen dit kader is het nauwelijks mogelijk de structurele ongelijkheid van moslims in Nederland aan te kaarten: ongelijkheid in het onderwijs, bij etnisch profileren, bij het vinden van een baan, in de politiek. (Witte) christenen worden misschien gestigmatiseerd en gestereotypeerd, maar veel macht zal deze dynamiek hen niet kosten: geen lager schooladvies, niet sjacheren voor een baan en belangrijker nog: niet continu als groep geproblematiseerd en gecriminaliseerd. Hun burgerschap wordt niet in twijfel getrokken. Bij moslims gebeurt dat wel. Mannen met een 'moslimachtig' uiterlijk worden gewantrouwd en vrouwen met een hoofddoek krijgen steeds vaker te maken met geweld op straat.

Wat mist is een doordachte analyse van de consequenties van het 'islamdebat' zelf. Het probleem is dat de focus op religie (op dé islam) discriminatie van moslims in Nederland moeilijk bespreekbaar maakt. Ik heb het niet alleen over beeldvorming, maar over de materiële consequenties daarvan: economische en maatschappelijke achterstelling en inperking van vrijheden.

Aan de andere kant zorgt het islamdebat zelf voor een structurele ongelijkheid: als moslim begin je ieder debat met tien-nul achterstand. Voordat je aan een gesprek begint, moet je eerst bewijzen dat je vredelievend bent, goed geïntegreerd en geen gevaar vormt voor 'onze waarden'.

Die voorwaardelijkheid is precies het probleem. Nawal Mustafa, gespecialiseerd in internationaal recht en etnisch profileren, verwoordde het zo: "Moslims worden continu gedehumaniseerd en gecriminaliseerd. Ze moeten bewijzen dat ze niet gewelddadig zijn, dat ze oké zijn, dat ze niet onderdrukt worden, dat ze menselijk zijn. Dat vind ik heel zorgwekkend. Dat ik moet bewijzen dat ik een mens ben en dat ik geen gevaar voor jou vorm, dat is absurd."

Een analyse van deze dynamiek ontbreekt. Wat is het effect van het stelselmatig problematiseren van islam/moslims? Wat betekent het voor de positie van moslims als niet alleen hun burgerschap voorwaardelijk wordt gemaakt ('rot op naar je eigen land'), maar ook hun menselijkheid in twijfel wordt getrokken? Ik hoop dat het speelveld in Trouw wordt vergroot en dat analyses als die van Mustafa, ook hier podium krijgen. De kerk zou zichzelf de vraag kunnen stellen: als wij het laten gebeuren dat van moslims tweederangsburgers worden gemaakt: wie verliest dan eigenlijk haar/zijn menselijkheid?

Matthea Westerduin is als promovendus verbonden aan het NWO-project 'Critique of religion. Framing Muslims and Jews in political theory and public debates'.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden