Wie bewaakt de bewakers?

Een verhoorkamer op het Amsterdamse hoofdbureau van politie. Onschuldige verdachten verwachten op z¿n minst uitleg als de politie onzorgvuldig te werk gaat. (FOTO HERMAN WOUTERS)

Wanneer de recherche je als onschuldig burger oppakt, mag je hopen op een fatsoenlijke behandeling. In het schemergebied van de schuld gaat het er regelmatig anders aan toe. En een ’sorry’ na vrijlating zit er niet in. „Rechercheurs moeten uitleggen dat de actie proportioneel was.”

Je vergissen is niet hetzelfde als fouten maken, vinden burgers die onterecht te maken kregen met de lange arm der wet. Ze begrijpen dat de politie soms snel moet handelen en daarbij de bevoegdheid heeft mensen van hun bed te lichten. En dat het hun, onschuldig, kan overkomen. Maar ze verwachten wel uitleg, en een excuus wanneer politiebeambten bot of niet zorgvuldig te werk gingen.

Terecht, vindt hoogleraar rechtsfilosofie Bert van Roermund, verbonden aan de Universiteit van Tilburg. Hij ziet de laatste jaren een ’zeer betreurenswaardige’ verruwing van het overheidsoptreden. Deels door de publieke opinie, die een ’buitengewoon efficiënt optreden’ eist van de overheid. Terwijl ze altijd op achterstand staat, zegt hij, want ze kan in tegenstelling tot onrechtplegers alleen rechtmatige middelen gebruiken. En dan gaat er wel eens wat mis in het vellen van een oordeel of de communicatie.

Bij arrestatie moet er voldoende bewijs voor schuld zijn en eventuele onschuld alleen door deze aanhouding aan te tonen, zegt Willem Wagenaar, hoogleraar rechtspsychologie aan de Leidse universiteit.

Mocht de persoon onschuldig blijken, dan is er niet per se een fout gemaakt. De politie maakt gebruik van haar bevoegdheden en een excuus is volgens Wagenaar dan niet op zijn plaats. Wel moet ze uitleggen waarop het vermoeden gebaseerd was en waarom die informatie niet correct is. Verontschuldigingen zijn passend, meent Wagenaar, wanneer een politiebeambte onbeschoft of onnodig ruw is geweest.

Wanneer uitleg of excuses er bij inschieten, zegt Wagenaar, komt dat vaak omdat de agent zijn optreden niet goed kan onderbouwen. De hoogleraar kent veel arrestatiegevallen waarvan hij denkt dat hetzelfde effect bereikt was met een uitnodiging om naar het bureau te komen.

Zoals een kind dat door geüniformeerde agenten uit de schoolbanken werd gehaald. „Onzinnig. Hun argument was dat ze op dat moment tijd hadden. Er moet vooraf beter worden nagedacht over hoe de werkwijze is uit te leggen als onschuld blijkt. Dan kijk je wel twee keer uit voordat je tot actie over gaat. De politie realiseert zich niet hoe vaak dit gebeurt. Tunnelvisie.”

Wagenaar refereert aan de Schiedammer parkmoord uit 2000, waarbij een onschuldige vier jaar vast zat door gebrek aan zelfkritiek bij politie en OM. „Als je in je enthousiasme een grote boef denkt aan te houden, vind je veel geoorloofd. Iemand is echter onschuldig totdat hij veroordeeld is. Die regel geldt al sinds de Romeinen.”

Maar wie bewaakt de bewakers?

Deze vraag is volgens Van Roermund minstens even oud. „De overheid heeft veel macht en dient daar zorgvuldig mee om te gaan.” Ook hij vindt dat excuses niet nodig zijn als een burger onschuldig blijkt na aanhouding, wel als de politie haar macht misbruikt heeft. De hoogleraar rechtsfilosofie denkt dat beambten in staat zijn een zakelijke en neutrale houding aan te nemen en heeft net als Wagenaar toelichting hoog in het vaandel. „Uitleg achteraf kweekt begrip bij burgers. Het is een leerproces voor deze functionarissen, net als bij andere beroepsgroepen. Medici bijvoorbeeld, die kunnen ook arrogant zijn.”

Met dat leerproces is het dik in orde, volgens woordvoerder Jelle Egas van de Raad van Hoofdcommissarissen. Die adviseert onder meer de minister van binnenlandse zaken over het politiebeleid. Op de politieschool worden de bevoegdheden ’erin gestampt’, zegt Egas. „En rechercheur word je niet zomaar. Het is een zwaar traject van enkele maanden met coaching op de werkplek.”

Gaat het nooit mis? „Die gevallen moet je in de context bekijken”, licht Egas toe. „De Nederlandse politie krijgt jaarlijks een paar honderdduizend zaken onder handen, waarvan niet één gelijk is. Wij krijgen geen signalen dat bij ons verruwing is ontstaan in onderzoeksprocessen of bejegening van burgers.”

Toch krijgt Nationale Ombudsman Alex Brenninkmeijer hierover regelmatig klachten. „En veel mensen weten me niet eens te vinden.”

Met rapporten over deze zaken probeert hij politie en justitie bewust te maken van het probleem. „Ze gebruiken hun macht soms te makkelijk, daardoor ontstaat willekeur. En ze hebben niet altijd door wat de impact is van machtsuitoefening op mensen. Pas wanneer het hunzelf overkomt, ontstaat begrip.”

Wagenaar noemt het tunnelvisie, maar Brenninkmeijer spreekt liever van bedrijfsblindheid. „Rechercheurs redeneren sterk doelgericht om de zaak rond te krijgen en vragen zich af wat er voor nodig is. Druk uitoefenen bijvoorbeeld.”

Dit is geen onderzoek meer waarbij je alle opties openhoudt, aldus de ombudsman. Neem de zeventienjarige jongen die beschuldigd werd van ongewenste intimiteiten bij kinderen. De puber werd fors verhoord en bekende schuld door het proces-verbaal te tekenen.

Een dag voor de rechtszitting pleegde hij zelfmoord. In een afscheidsbrief aan zijn ouders schreef hij dat er druk op hem was uitgeoefend, hem valse uitspraken in de mond waren gelegd en dat hij hier niet mee kon leven. „Ze hadden de zaak rond, maar het was geen zaak.” Het is een bekend psychologisch mechanisme, zegt Brenninkmeijer. „Mensen tekenen het proces-verbaal zelfs als de kat thuis zonder eten zit. Dit los ik later wel weer op, denken ze dan.”

In de Nederlandse politiekorpsen kan men elkaar op onjuist gedrag aanspreken, volgens Brenninkmeijer, maar het blijft een heet hangijzer. Onlangs stuurde hij een rapport naar een korps met zware kritiek op een vrouwelijke agent. Haar onderzoek in een stalkzaak ’rammelde’. „Ze ging er bij voorbaat vanuit dat de verdachte schuldig was. Hij is uiteindelijk vrijgesproken. De agent was voor ons niet benaderbaar, continu ziek.”

Anders dan Wagenaar, Van Roermund en de Raad van Hoofdcommissarissen vindt Brenninkmeijer een excuus voor onschuldige burgers ook geboden als de rechercheur zijn werk goed deed, en hoewel voor hem een halve dag onschuldig vastzitten in een cel een aanvaardbaar maatschappelijk risico is.

Hij signaleert een onevenredige belasting voor onschuldige burgers bij onderzoek van de overheid. Excuses kunnen dit leed verzachten. Uit onderzoek blijkt volgens hem dat een excuus genezend werkt.

Volgt dan niet meteen een schadeclaim? „Nee, het gaat onschuldigen meestal niet om een financiële vergoeding, en ze zitten al helemaal niet te wachten op ellenlange procedures. De kern van een excuus is dat je iemand serieus neemt en zegt: ik kan me voorstellen dat het vervelend voor u was. Voor deze burgers is de zaak daarmee vaak afgedaan.”

De ombudsman heeft ’absoluut geen begrip’ voor de vrees om met verontschuldigingen fouten toe te geven. „Het is je kop in het zand steken. Dat gebeurt ook in ziekenhuizen waar artsen na een fout geen excuus maken, uit angst voor aansprakelijkheid. Dat is funest voor de relatie tussen arts en patiënt.”

Hij maakt in het geval van politieonderzoek wel onderscheid tussen een fout toegeven en excuus maken voor de overlast die de burger heeft ondervonden.

De Raad van Hoofdcommissarissen vindt excuses ’een stap te ver’. „We kunnen ons voorstellen dat het vervelend is om onschuldig gearresteerd te worden, maar we hoeven ons niet te verontschuldigen omdat de wet zo in elkaar zit”, aldus woordvoerder Egas. „Wij doen gewoon ons werk.” Wel is het ’ons vak’, zegt hij, om iemand goed geïnformeerd weg te sturen.

Ruwe of onjuiste bejegening van burgers keurt de Raad af. Om dit aan de kaak te stellen, kunnen slachtoffers nogmaals in contact treden met de betreffende rechercheur of diens leidinggevende, legt Egas uit. Bij keuzefouten door een politiebeambte kan men een officiële klacht indienen bij een onafhankelijke, regionale klachtencommissie. Aangifte is een zwaarder middel, volgens Egas, geëigend bij ’vreemde of bedreigende behandeling’ door de politie. Dan volgt intern of extern onderzoek en kan een rechercheur worden ontslagen of strafrechtelijk vervolgd.

Een burger niet op deze mogelijkheden wijzen, vindt de Raad ’afkeurenswaardig’. Wanneer het onderzoek dood loopt, moet de rechercheur de verdachte melden dat hij niet meer verdacht is. Deze status kan hij opnieuw krijgen, wanneer nieuwe zaken aan het licht komen.

De uitlating ’ik weet je te vinden’ van een rechercheur (zie kader) vindt Egas over de grens van professioneel optreden. „Rechercheurs moeten zich bij de feiten houden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden