Wie betaalt het beheer van ons landschap?

De Ooijpolder, gezien vanuit de gemeente Beek Ubbergen bij Nijmegen. (ANP)

Boeren moeten financieel worden ondersteund om landschappen te behouden en beheren, luidt een advies aan minister Verburg.

Landschapsveilingen in de Ooijpolder bij Nijmegen, waar particulieren of bedrijven bieden op een heg, een weiland of wat bomen. Garantie op een vrij uitzicht tegen meerprijs bij de aankoop van een huis in het binnenland tussen Wageningen, Ede, Veenendaal en Rhenen. Of boeren op het Twentse landgoed Twickel die tegen subsidie een strook grond tussen hun akkers onbewerkt laten, maar wel het opschietende hout snoeien.

Diverse creatieve manieren om aanleg, beheer en onderhoud van het karakteristieke boerenlandschap te bekostigen zijn de afgelopen jaren uitgeprobeerd. In de vorige eeuw verdween ruim 200.000 kilometer aan heggen, wallen en akkerland die Nederland in 1900 nog telde. Om Nederland weer mooi te maken is jaarlijks 500 miljoen euro nodig, becijferde de Vereniging Nederlands Cultuurlandschap drie jaar geleden. En nog honderd miljoen extra voor fiets- en wandelroutes. Politiek en bestuurders omarmden dit Deltaplan voor het Landschap. Maar wie zal dat betalen?

Een panklare oplossing zit niet in het advies dat voorzitter Alexander Rinnooy Kan van de Taskforce Financiering Landschap Nederland gisteren aanbood aan minister Gerda Verburg. De variëteit in Nederland maakt dat ook onmogelijk. In de Groningse klei is een andere aanpak nodig dan in het Limburgse heuvelland. Maar juist die diversiteit vormt volgens het advies wel de sleutel tot succes, die in handen ligt van boeren en provincies.

De boeren hebben het Nederlandse landschap gemaakt en dat moeten ze blijven doen, vindt Rinnooy Kan. De provincies moeten hen daarin steunen, met geld uit nieuw te vormen landschapsfondsen, maar ook met richtlijnen, een visie waar het met een gebied naar toe moet en een strakke regie. Veel Nederlanders storen zich aan de lelijkheid als gevolg van nieuwe ontwikkelingen, constateert Rinnooy Kan. De regels van de ruimtelijke ordening bieden genoeg mogelijkheden om eisen te stellen en in te grijpen, maar de provincies maken daar nog te weinig gebruik van, zo staat in het rapport ’Landschap verdient beter’.

Naast strenge regels pleit Rinnooy Kan voor een gulle hand. Tot dusver zijn de vergoedingen die boeren krijgen te laag om op te bieden tegen de opbrengsten van agrarische productie. Dat komt deels doordat Europa subsidies vaak als staatssteun beschouwt, maar ook omdat het accent teveel ligt op natuurbeheer in plaats van landschapsbeheer.

De financiering van landschapsfondsen kan zowel met publiek geld, vanuit Brussel, Den Haag, provincie en gemeente, als privaat, met geld van particulieren, bedrijven en instellingen, aldus het advies. Uiteindelijk betalen we allemaal mee, maar daar heeft iedereen profijt van. Minister Verburg vroeg Rinnooy Kan voor de zomer om een advies.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden