Wie beschermt de bitterling?

natuurbeheer | Het moet anders, drastisch anders. De natuur in het krappe Nederland verdient serieus ingrijpen. Hoogleraar Frank Berendse schreef een pamflet waarin hij oproept tot revolutie: de landbouw moet worden teruggedrongen.

Nog geen honderd pagina's telt het boekje dat bioloog Frank Berendse vandaag publiceert. Een geïnteresseerde lezer gaat er in twee, drie uur doorheen. Berendse wilde er geen dik naslagwerk van maken met staatjes, kaartjes, foto's. Het boek mocht niet meer dan een tientje gaan kosten. De drempel moest laag blijven. Hij zoekt het debat.

"Ik heb mij altijd beziggehouden met effectstudies, wetenschappelijke onderzoeken naar de effecten van het beleid op de natuur. Er komt een moment dat je ook eens moet zeggen hoe het dan volgens jou wél zou moeten."

De wetenschapper komt met een revolutionair plan, waarvan hij zelf in alle eerlijkheid de politieke haalbaarheid betwijfelt. Het idee: schaf alle milieuvoorschriften in de landbouw af en voer in heel Europa een belasting in op bestrijdingsmiddelen, antibiotica, geïmporteerd veevoer en kunstmest. Dan lost het probleem zich vanzelf op. Want de landbouw is de grootste bedreiging van de natuur. Luchtfietserij?

De titel is 'Wilde Apen', naar een droom die hij had over een reservaat voor wilde apen bij Appelscha. De mens, inmiddels zijn we met 7 miljard en de teller loopt in deze eeuw nog door tot minstens 10 miljard, heeft grofweg 60 procent van de planeet in gebruik als stedelijk gebied en als landbouwareaal - ijsvlaktes, gletsjers en woestijnen even niet meegeteld. Wat doen we voor de andere soorten met wie we de aarde delen?, is de vraag die Berendse stelt. Op dit moment is 15 procent van het landoppervlak beschermd gebied. "Wie geeft ons het recht zo'n groot deel van de aarde in beslag te nemen en zo veel andere wilde soorten uit te roeien."

Berendse is net met pensioen als hoogleraar natuurbeheer en plantenecologie in Wageningen, maar hij geeft nog colleges, hij begeleidt zes promovendi. In zijn boek beschrijft hij met pijnlijke precisie hoe het natuurbeleid in Nederland wordt gedomineerd door het landbouwbelang. Hoe een bedrijfstak, die ooit veel werkgelegenheid bood, inmiddels door schaalvergroting, intensivering, mechanisering en digitalisering wel steeds meer produceert, maar steeds minder mensen werk biedt.

"De toekomst voor onze economie ligt in de dienstensector", zegt Berendse. "Het is verstandig om eens na te gaan welke ruimtelijke ontwikkeling daar bij hoort. Dat is waar het wringt. Het ruimtebeslag van de landbouw past niet bij de ontwikkeling van een dichtbevolkt land met schaarse grond. Het grootste deel van Nederland is boerenland, waar zich een ecologische ramp voltrekt die zijn weerga niet kent. Mijn eigen oude vogeltellingen laten zien dat vrijwel alle vogels in het boerenland ongelooflijk hard zijn achteruitgegaan. Alleen de knobbelzwanen en grauwe ganzen doen het goed, maar die moeten worden afgeschoten omdat ze het gras opeten dat voor de koeien is bedoeld. Studies wijzen uit dat beheersovereenkomsten met boeren wel veel geld hebben gekost, maar niet hebben bijgedragen aan het herstel van de natuur in het agrarische gebied."

In zijn visie komt het er op neer dat het oppervlaktebeslag van de landbouw in Nederland drastisch moet worden teruggedrongen. Minimaal een derde van Nederland moet natuur worden. We kunnen heel goed af met minder landbouw, zegt Berendse. Voedsel zal duurder worden, maar dat is op te brengen. Nederland is domweg te klein om een groot deel van onze schaarse grond te gebruiken voor een milieu- en natuurverslindende bedrijfstak.

Hoe moeten we dit boek lezen, als een wetenschappelijk testament, een noodkreet?

"Het is een politiek pamflet, inderdaad een noodkreet, Maar dan wel gebaseerd op keiharde wetenschappelijke gegevens, afkomstig uit mijn eigen vakgebied. Het is bijna onvoorstelbaar dat de Nederlandse industrie in het recente verleden werd verplicht de uitstoot van verontreinigende stoffen tot vrijwel nul terug te brengen, terwijl de Nederlandse akkerbouw nog steeds grote hoeveelheden extreem giftige bestrijdingsmiddelen breeduit in het buitengebied mag verspreiden."

U hebt kritiek op de gevestigde verenigingen en organisaties die in Nederland voor de natuur opkomen, Natuurmonumenten, het WNF, de Vogelbescherming, de provinciale landschapsstichtingen. Zij hebben het laten liggen?

"Ze hebben verzuimd hun grote achterban te mobiliseren toen in 2010 staatssecretaris Bleker het natuurbeheer in Nederland enorme bezuinigingen oplegde. Maar, ik begrijp ook wel hoe dat gaat. Ze werden almaar groter, de overheid ging zich meer en meer bezighouden met natuurbehoud. Ze zijn deel gaan uitmaken van het ambtelijke en bestuurlijke circuit. Het is allemaal te netjes, ze zijn te veel onderdeel van de gevestigde orde. Voor een deel is dat misschien ook nodig, maar het mag niet zo zijn dat we onze idealen overlaten aan overheden en instituties."

En toen kwam Bleker met de zeis.

"Er was een sfeer van: het natuurbehoud is in goede handen, dat is goed geregeld. Maar toen Bleker kwam, bleek dat de natuur helemaal niet in goede handen was. De natuurbescherming moet nu de handen ineenslaan, hergroeperen, samenwerken, een organisatie oprichten met een brede maatschappelijke basis, die wordt gedreven door gemeenschappelijke idealen. Ze moeten bereidheid tonen om te gaan knokken, dat is heel belangrijk. Dat mis ik nu. Het toezicht op natuurgebieden, dat nu voor een groot deel is wegbezuinigd, moet worden hersteld en ze moeten niet stoppen, maar juist doorgaan met het aankopen van landbouwgronden om er natuur van te maken. Hectares en nog eens hectares, zolang ze maar uit handen van de landbouw zijn. Zodat er geen mest meer wordt gegeven, geen bestrijdingsmiddelen meer worden gebruikt, geen intensieve ontwatering meer plaats heeft."

U hebt zelf in het bestuur van Natuurmonumenten gezeten. Wat hebt u gedaan op het tij te keren?

"Met twee andere hoogleraren ben ik destijds met Bleker gaan praten. Dat was geen prettig gesprek. We hebben hem de mantel uitgeveegd. Hij diende ons ook behoorlijk van repliek. Het was interessant, maar het leverde niets op. Die man heeft een ontzettend negatieve impact gehad en de schade daarvan ondervinden we nog altijd."

In het boek schrijft u ook over de platgetrapte natuur. De laatste restanten bos, zand en heide worden overspoeld door een stortvloed aan wandelaars, vogelkijkers - wat u zelf trouwens ook bent - hondenliefhebbers en mountainbikers. 'Het ergst zijn de hondenvrienden', schrijft u, die zich niks aantrekken van bordjes waarop staat dat huisdieren aangelijnd moeten blijven. Maar je kunt toch moeilijk een hek om de Nederlandse natuur zetten?

"We zijn met steeds meer mensen in Nederland, die in steeds grotere getale de natuur opzoeken. Feit is dat bijvoorbeeld op de Veluwe alle nachtzwaluwen en boomleeuweriken zich inmiddels hebben teruggetrokken uit de gebieden waar wandelen is toegestaan. En dat zijn nog de minst gevoelige soorten. De allergevoeligste, de duinpieper, keert pas naar zijn nest terug als de wandelaar en zijn loslopende hond volledig uit het zicht zijn verdwenen. In die tijd is het nest een makkelijke prooi voor kraaien, die - hoog in een boom - altijd klaar zitten om toe te slaan. In de uiterwaarden worden de kwartelkoningen door de honden van hun nest gejaagd. Met beheersmaatregelen, zoals het afsluiten van stukken wandelgebied en daarop toezicht houden, kun je deze ongewenste ontwikkelingen goed tegengaan."

Het boek is, zegt u, een politiek pamflet. Wat hoopt u te bereiken?

"Dat er een breed debat ontstaat over de manier waarop wij met onze natuur omgaan. Dat overheden bij het maken van beleid zich eens de vraag stellen: hoeveel vierkante kilometer grond heb je eigenlijk minimaal nodig om wilde dieren en planten een duurzame toekomst te geven in Nederland? Die vraag wordt nooit gesteld. Bij natuurbeleid zijn we altijd op postzegelformaat bezig. Ik vind dat de politiek dit moet oppakken. Waarom zijn er vakbonden voor vogels en vlinders, maar worden ze veel planten, mossen en insecten als de bitterling, de paardenbijter of het varkensoortje niet beschermd. We knuffelen de hamster, maar slaan zonder wroeging insecten dood. Dat is toch vreemd?"

Wilde Apen, KNNV Uitgeverij, Zeist, 100 pagina's, 9,90 euro. Er is ook een website, waarop onder meer de vindplaatsen staan van de documenten en rapporten die in het boek worden genoemd. Zie: wildeapen.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden