Wie bemestte de rozen in de uitgestrekte kasteeltuinen?

Van de bewoners van buitenplaatsen weten we dat ze door hun tuinen kuierden. Maar wie onderhield die lustoorden eigenlijk?

Zodra mensen het in financieel opzicht voor elkaar hebben, betrekken ze kolossale woonhuizen. Aan deze gewoonte hebben we het te danken dat Nederland bezaaid ligt met kastelen en buitenplaatsen. Lustoorden zijn het, omgeven door een hoeveelheid groen die - al naar gelang de heersende mode - is opgedeeld in parkbossen, boomgaarden, moestuinen, gazons, formele tuinen, siertuinen, rozentuinen, kruidentuinen en perken. In de bossen organiseerden de heren jachtpartijen, in de tuinen kuierden de dames, plukten her en der een roos en snoven aan de kamperfoelie. Maar wie had al die bomen geplant? Wie bemestte de rozen en wie snoeide ze? En wie bond de kamperfoelie op?

Daar hoor of lees je nooit iets over. Dat wil zeggen: tot voor kort, want eind vorig jaar verscheen 'De tuinbaas en zijn buitenplaats'. Om te weten te komen hoe de uitgestrekte kasteeltuinen onderhouden werden en worden, sprak architectuurhistorica Gertrudis Offenberg met tuinbazen van 24 historische tuinen. Onder haar gesprekspartners bevonden zich ook vier hoogbejaarde tuinbazen, die even vermakelijke als onthutsende herinneringen ophaalden aan hun werkzaamheden van weleer. In hun tijd, vertelden ze, genoot een tuinman weinig aanzien. Zo iemand begon als manusje-van-alles, klom op van tuinjongen tot tuinknecht en kon, als hij het lang genoeg volhield, eindigen als tuinbaas.

Zo'n tuinbaas is Harie Kelleners, in 1940 begonnen als appelraper. In de boomgaard van Kasteel Wolfrath moest hij de geplukte appels oprapen, uitleggen op stro, regelmatig omkeren en de rotte eruit halen. Vanuit een tuinstoel keek mevrouw Ruys de Beerenbrouck-De Loë toe hoe de werkzaamheden verliepen. Toen Kelleners later tuinbaas werd, werkte hij van 's ochtends 7 uur tot 's avonds 6 uur. Dorre bladeren werden aangeharkt met een houten grashark, het gras gemaaid met de zeis. En dat alles voor een gulden per dag.

Ook Dirk Vos was een tuinbaas van de oude stempel. In 1954 trad hij op landgoed De Mattemburgh in dienst van de graaf en gravin De Chambure. Vooral de gravin was streng, en daarbij nog eigenwijs ook. Ze bemoeide zich overal mee en dreef altijd haar zin door: als zij een geranium ondersteboven in de grond wilde hebben, dan zat er voor de tuinlieden niets anders op dan het ding ondersteboven te planten.

Op De Mattemburgh werd gewerkt met mozaiekperken. Die waren halverwege de vorige eeuw uit de mode geraakt, maar de graaf en gravin gingen onverstoorbaar door met het aanleggen van bloemperken met ingewikkelde patronen en kleurenschema's. Of liever gezegd: gaven hun tuinlieden opdracht dat te doen. Het was een heidens karwei, want de duizenden eenjarigen die nodig waren om de perken mee op te vullen werden zowel uit zaad opgekweekt als gestekt. Ze moesten worden verspeend, verpot, begoten, bijgesnoeid en ontluisd. Het werk was zo zwaar en de betaling zo gering, dat de ene na de andere tuinbaas opstapte. Ook Vos hield het na een conflict met de gravin voor gezien. Tot zijn verbazing smeekte zij hem na tien maanden of hij alsjeblieft terug wilde komen. Pas veel later ontdekte hij dat zij in de tijd dat hij weg was maar liefst dertien tuinlieden had versleten!

Al het werk gebeurde met de hand. De schildluizen in de laurierboompjes werden afgesponsd met een tandenborstel met sop, het enorme grasveld werd gemaaid met een handmaaier, de randjes geknipt met de schapenschaar en de rijen leilinden met een klein schoeischaartje, want de gravin kon het niet verdragen dat de blaadjes beschadigd raakten. En was het tijd om de 26 kuipplanten naar buiten of naar binnen te brengen, dan werden er pachters opgetrommeld die de gevaartes op een platte kar hesen. Na afloop kregen ze een flesje bier en een sigaar. Wat meer is dan de pachters op landgoed Twickel ten deel viel: die kregen ook een flesje bier voor de moeite, maar zónder sigaar.

Wanneer je dit alles leest realiseer je je hoeveel er in betrekkelijk korte tijd veranderd is. Steeds meer landgoederen zijn eigendom van overheidsinstanties als Staatsbosbeheer, een vereniging als Natuurmonumenten, een provinciaal Landschap of een stichting. De meeste tuinbazen werken alleen of met z'n tweeen, of met vrijwilligers. Ze worden niet langer tuinbaas genoemd, maar beheerder, opzichter of groenmanager. En dat zijn ze ook. Ze werken volgens de richtlijnen van een beheerplan, houden zich bezig met wetgeving, begrotingen, publieksvoorlichting en sturen vrijwilligers aan. De echte tuinklussen zoals hout versnipperen en baggerwerk worden vaak uitbesteed.

Een goed voorbeeld van een moderne tuinbaas is Willem Zieleman van Paleis Het Loo. Hij coördineert en controleert, gaat naar congressen, bezoekt buitenlandse historische tuinen en is bestuurslid van het Gilde van Tuinbazen. En wat te denken van Henri Kleijer van landgoed Middachten: hij moet rekening houden met de Boswet, de natuurschoonwet, de Flora- en Faunawet, de jachtwet, het Programmabeheer van het ministerie van LNV, de Beschikking Bosbijdragen, het Natuurbeleidsplan, het Meerjarenprogramma Natuur en Landschap en het Uitvoeringsprogramma Meerjarenplan bosbouw.

Behalve de tuinbazen komen in 'De tuinbaas en zijn buitenplaats' ook de historische ontwikkeling en bijzonderheden van de verschillende tuinen en parken aan bod, variërend van het Muiderslot tot landgoed Nijenrode, van de Japanse tuin in Clingendael tot de kloostertuinen van Steyl. Leifruit, kluizenaarshutten, oranjeboompjes, stinsentuinen, doolhoven, Lakenvelders: alles wat met historische tuinen te maken heeft komt aan bod. Of bijna alles, want één ding ontbreekt: een kaart van Nederland waarop de besproken landgoederen staan afgebeeld.

Gertrudis A.M. Offenberg: De tuinbaas en zijn buitenplaats. Uitgeverij Waanders, Zwolle. €29,95. ISBN 978 90 400 7702 9.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden