Wie bang is voor de tandarts staat er niet langer alleen voor.

Verdovingsprikken, het geluid van een boor in de spreekkamer, zenuwbehandelingen, of een verstandskies die getrokken moet worden. Veel patiënten stappen met lood in hun schoenen de wachtkamer binnen. Als ze al durven, want in Nederland zijn ruim 800.000 mensen zo bang voor de tandarts dat ze zich jarenlang niet laten behandelen.

In het Medisch Centrum Alkmaar hebben Jan Elhorst en Erik Vermaire zich gespecialiseerd in patiënten met enkel- en meervoudige fobieën. Ze kunnen bij van alles helpen: angst om te stikken, kokhalzen, angst voor pijn of verlies van controle over het lijf, traumatische ervaringen die boven komen als iemand zijn mond opent in de stoel, spuitenvrees of boorbibbers. „Ik geef hun vaak al een complimentje als ze hier voor het eerst over de drempel durven te stappen”, zegt Vermaire. Hij meent het oprecht: „Ik weet dat daar vaak slapeloze nachten aan vooraf zijn gegaan.”

Veel mensen schamen zich voor hun fobie, met veel verborgen leed als gevolg. „Vanmorgen had ik een moeder van twee pubers in de stoel, die lang niet op controle was geweest. Door haar verwaarloosde gebit was eten zo pijnlijk geworden dat ze zichzelf met nutridrink voedde om op gewicht te blijven. Een bittere noodzaak, want ze woog nog maar 39 kilo. Haar kinderen wisten van niets. Zij hoorden pas van haar angst voor de tandarts toen ze hier geholpen kon worden.”

Volgens Elhorst hebben de patiënten gemiddeld al twaalf jaar geen tandarts bezocht als ze voor het eerst naar het Medisch Centrum Alkmaar komen. Soms hebben ze klachten die ze met pijnstillers onderdrukken, terwijl het verval van hun gebit alleen maar toeneemt. „Vervolgens durven mensen niet meer te lachen, ze praten met een hand voor hun mond en ze durven niet meer te solliciteren”, vertelt Vermaire. „Sommige mannen proberen hun aangetaste tanden zelfs met een snor te camoufleren.”

Volgens Elhorst en Vermaire ontstaat de vrees op verschillende manieren. Als ouders bang zijn voor de tandarts, kunnen hun kinderen die angst gemakkelijk van hen overnemen. Daarnaast kunnen de griezelige tandartservaringen van vrienden en kennissen patiënten ook extra huiverig maken. „Een bloederige anekdote over verstandskiezen die getrokken moeten worden, doet het op een verjaardagsfeestje immers beter dan een kalmerende mededeling dat de kies snel en pijnloos werd verwijderd”, zegt Vermaire. Bovendien kan angst een gevolg zijn van een traumatische ervaring, doordat de schooltandarts vroeger nogal gehaast en hardhandig te werk ging. Of doordat iemand ooit een mes op zijn keel kreeg of gedwongen is tot orale seks. Zo’n nare ervaring kan in de behandelstoel naar boven komen als de tandarts vraagt of een patiënt zijn mond wil openen. „We behandelen ook patiënten met meervoudige fobieën. Dan is de oorzaak niet direct af te leiden van een nare ervaring bij een tandarts”, vult Elhorst hem aan.

Angst voor de tandarts is geen nieuw fenomeen. Vijftien jaar geleden vond Elhorst al dat er extra aandacht moest komen voor deze angstige doelgroep. Hij pleitte voor een postdoctorale differentiatieopleiding voor tandartsen die sinds 2001 onderdeel is van het Academisch Centrum Tandheelkunde in Amsterdam. Vermaire behoort tot de eerste lichting specialisten die deze opleiding heeft afgerond. „Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat bange patiënten langer en meer pijn ervaren. Dat is relevante informatie voor iedere tandarts. Daarnaast is het van belang dat mensen hun tandarts vertellen dat ze bang zijn, dan kan hij daar rekening mee houden, bijvoorbeeld door wat meer tijd te nemen en goed uit te leggen wat er gaat gebeuren.”

De mensen die door Vermaire en Elhorst worden behandeld zijn veelal doorverwezen via een kaakchirurg, tandarts of door de huisarts. „Het eerste consult nemen we de tijd om uit te zoeken waar iemand specifiek bang voor is. Dat is vooral een kwestie van doorvragen. Bent u bang voor de verdoving? Wat is er dan zo eng, de naald? En waarom dan? We zoeken altijd naar de achterliggende angst”, zegt Vermaire. Er worden de eerste keer ook foto’s van het gebit gemaakt. Dat doet geen pijn en de tandarts bekijkt vast welke tanden en kiezen hij in de toekomst kan herstellen.

Vervolgens kijkt de arts hoe hij de patiënt stap voor stap kan helpen om de angst te beteugelen. „Bij mensen die behoefte hebben aan controle over wat er met hen gebeurt, helpt extra uitleg. Als ze bang zijn voor een draaiende boor in hun mond, bouw ik dat in een kalm tempo op. De boor laat ik eerst alleen draaien, zonder daadwerkelijk te boren. Eerst drie tellen en dan vijf. Tijdens de behandeling is het belangrijk dat de patiënt erop kan vertrouwen dat ik stop met boren voordat hij in paniek raakt.”

Sommige mensen willen liever niet geconfronteerd worden met wat er in hun mond gebeurt. „Die mensen noemen we blunters. Zij hebben moeite om ’s morgens in de spiegel te kijken, want dan worden ze geconfronteerd met hun gebit. Vervolgens poetsen ze slecht en gaan hun tanden achteruit”, zegt de arts. „Een vicieuze cirkel.” Voor iedere patiënt die de stap durft te nemen om zich te laten behandelen, kiezen Elhorst en Vermaire voor een aparte aanpak. „Met wat humor en creativiteit kom ik ook vaak een heel eind. Soms moet je een patiënt wat afleiden”, zegt Elhorst. Volgens Vermaire durven patiënten uiteindelijk vaak veel meer dan ze denken: „Als het hen lukt om de angst te overwinnen, is dat een grote overwinning.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden