Whitney Houston stierf aan beroemd zijn

Voor 'Can I be me' putte Nick Broonfield volop uit niet eerder gebruikte beelden van zangeres Whitney Houston. Beeld rv

Filmmaker Nick Broomfield brengt de tragische ondergang van popster Whitney Houston treffend in beeld.

Ze is gestorven aan een gebroken hart', zegt iemand aan het begin van de documentaire 'Whitney Houston: Can I Be Me'. De officiële doodsoorzaak was verdrinking, in combinatie met drugs. In 2012 werd de popzangeres, geroemd om haar uitzonderlijke stem, dood aangetroffen in een hotelbad in Beverly Hills.

Whitney Houston, opgenomen in de eregalerij van grote artiesten die tragisch ten onder gingen, is een dankbaar object voor filmmaker Nick Broomfield. De Engelse filmer (1948) heeft een fijne neus voor de donkere wolken boven de levens van mensen die juist het licht boven het maaiveld opzoeken. Of het nu gaat om jonggestorven muziekiconen ('Kurt & Courtney', 'Biggie and Tupac'), een beruchte ter dood veroordeelde ( 'Aileen: Life and Death of a Serial Killer') of een kleurrijke politica ('Sarah Palin: You Betcha!') Broomfield is gefascineerd door menselijke hoogmoed én ondergang.

Zijn nieuwste film, waarvoor hij naasten rond Houston voor de camera kreeg en mooi, niet eerder gebruikt beeldmateriaal uit archieven haalde, portretteert de zangeres als een gedoemde ster. Geboren in 1963 in New Jersey groeide ze op in een raciaal politiek onrustige tijd. Als dochter van gospelzangeres Cissy Houston en nichtje van Dionne Warwick stond het meisje met de 'door God gegeven stem' al jong op de planken. Haar debuutalbum 'Whitney Houston' (1985) was het begin van een duizelingwekkende serie hits als 'How Will I Know' en 'I Will Always Love You'.

Cliché

'Succes verandert je niet, roem wel', horen we haar zeggen in de film. Ironisch toch, dat datgene waar artiesten vaak zo vurig naar verlangen zo'n desastreus effect kan hebben. Houston greep naar drugs, toch al vroeg in haar leven alom aanwezig en niet bepaald ontmoedigd door haar echtgenoot, bad boy Bobby Brown.

Het is een smartelijk cliché dat Broomfield geloofwaardig toelicht. De zangeres met de bijnaam Nippy was een jong, kneedbaar talent dat misschien nooit helemaal haar eigen identiteit heeft gevonden. Was ze biseksueel? Zo ja, dan was dat onbespreekbaar, thuis en voor de camera's. Achter de schermen van haar shows speelden grimmige verhoudingen tussen Houstons onafscheidelijke jeugdvriendin Robyn Crawford en Brown.

Ook professioneel viel ze tussen wal en schip. Een interessante observatie is dat Houston met haar popsongs 'te blank' was en door collega's in de R&B-hoek van de muziekindustrie niet serieus werd genomen.

Tegelijkertijd zorgde de film 'The Bodyguard' waarin ze een popster speelde die een romance krijgt met haar lijfwacht (Kevin Costner) voor enig rumoer: een gekleurde en blanke ster zoenend op het witte doek was in 1992 iets wat niet zomaar onopgemerkt bleef.

Houston als culturele, raciale bruggenbouwer, die misschien wel de weg heeft vrijgemaakt voor een generatie artiesten die losjes speelt met 'zwarte' en 'witte' cultuur (Beyoncé, Amy Winehouse) en seksuele identiteit (Lady Gaga, Miley Cyrus): het is een prachtig onderwerp voor een documentaire. Broomfield laat dat een beetje liggen. Hij richt zich op het bekende verhaal van de prinses die zichzelf voor de voeten liep en met fatale gevolgen struikelde. Voor een originelere kijk op The Voice moeten we bij een andere filmmaker zijn.

'Whitney Houston: Can I Be Me' van Nick Broomfield is vanaf dit weekeinde te zien in diverse theaters.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden