Wetsartikel godslastering is zo dood als een pier (opinie)

Het verbod op godslastering kan uit het strafrecht. Gelovigen moeten tegen een stootje kunnen.

Gerrit Manenschijn en theoloog en emeritus hoogleraar ethiek

Elke wetboek bevat artikelen die een dode letter zijn. Om de meeste maken we ons niet druk. Dat geldt niet voor artikel 147 Wetboek van Strafrecht, het artikel over smalende godlastering uit 1932. Over dat artikel maken we ons heel druk, zeker als er enkele partijen met iets teveel scoringsdrift bestaan. Voor de rest geloven we het wel.

Even ter herinnering: artikel 147 valt onder ‘misdrijven tegen de openbare orde’. Het verbiedt smalende godslasteringen die krenkend zijn voor godsdienstige gevoelens, daarnaast nog wat kleinere zaken, maar daarover gaat de discussie niet.

In het anti-religieuze klimaat dat sinds de jaren zestig in Nederland heerst, lokt dit artikel eerder overtreding dan naleving uit. Bovendien werkt het niet, zoals bleek in het ‘Ezelsproces’ tegen de schrijver G. K. van het Reve, die God had voorgesteld als een ezel met wie hij wel de liefde wilde bedrijven. Hij werd vrijgesproken. In 1995 probeerde de Bond tegen het Vloeken het nog een keer, toen Theo van Gogh ’christenhonden’ voor een ’supportersvereniging van die rotte vis van Nazareth’ had uitgemaakt. Dat zegt meer over het beschavingsniveau van Van Gogh dan over de mensen die hij beledigde – subtiele argumentatie was niet zijn sterkst punt.

Het bleef stil tot november 2004, toen minister Piet Hein Donner van justitie voorstelde te onderzoeken of het verbod op godslastering juridische instrumenten kon opleveren om belediging, haat zaaien en godslastering aan te pakken. Hij haalde zich er de woede van D66 mee op de hals. D66 diende een motie in waarin werd gevraagd artikel 147 te heroverwegen (lees: af te schaffen). Even leek het erop dat de Kamer die motie zou aannemen, maar toen puntje bij paaltje kwam, kreeg de motie geen meerderheid; alleen de VVD, de LPF en enkele onafhankelijke Kamerleden steunden de D66-motie. De PvdA, de SP en GroenLinks waren het met D66 eens, maar stelden dat het tijdstip om deze motie in te dienen ongelukkig was. De reden was duidelijk: Van Gogh was op 2 november 2004 vermoord door Mohammed B.

Het hectische klimaat van toen was er niet naar om tot elke prijs je principiële gelijk te halen. Heel verstandig; nog steeds is wijsheid de beste raadgeefster in de politie. Het bereikbare resultaat is altijd belangrijker dan een principiële Pyrrusoverwinning.

Het punt is: zij die artikel 147 willen schrappen, hebben het gelijk aan hun zijde. God kan niet beledigd worden en gelovigen moeten tegen een stootje kunnen, dan is de kwajongenslol om hen te beledigen er gauw af.

Anderen niet willen beledigen of kwetsen is een kwestie van beschaving en beschaving kun je niet met de wet afdwingen. In de praktijk is de zo hoog geroemde vrijheid van meningsuiting een vrijheid van belediging geworden – niets aan te doen. Wie mening niet kan onderscheiden van belediging is beklagenswaardig; sla er geen acht op. Het ergste wat ons kan overkomen is geprezen te worden door iemand die van beledigen zijn handelsmerk heeft gemaakt.

Iets anders is of het wijs is nú, onder de dreiging van aanslagen als Wilders’ film ’Fitna’ wordt uitgezonden, een motie aan te nemen die zich uitspreekt voor afschaffing van artikel 147. Toen deze zaak vorige week in de Tweede Kamer aan de orde kwam, ontbrak die wijsheid bij de voorstanders D66, VVD, SP en GroenLinks, terwijl de PvdA weer eens haar onzekerheid toonde (of diepe verdeeldheid?) door het principieel met de voorstanders eens te zijn, maar het aan de regering over te laten het tijdstip te bepalen waarop artikel 147 kan verdwijnen. Het artikel is zo dood als een pier. Door er over te praten doe je net alsof het nog leeft.

Maar ook de poging van minister Hirsch Ballin om te onderzoeken of artikel 147 verbreed kan worden van godsdienstige gevoelens tot levensbeschouwingen, zodat gelovigen en ongelovigen op gelijke behandeling kunnen rekenen, verdient geen schoonheidsprijs. Dat heeft de schijn van symboolpolitiek. Het zal niets opleveren, eerder zal het overtreding uitlokken.

Het zou voor alle partijen van wijsheid getuigen de zaak te laten rusten. Het gunstige tijdstip om een principiële discussie over artikel 147 te voeren dient zich vanzelf aan. Wijsheid en geduld, dat zijn de deugden die aan de orde zijn in de huidige politieke onzekerheid hoe ons te wapenen tegen de dreiging van nationale en internationale onveiligheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden