Interview

Wethouder, toon je rentmeesterschap

Als boeren hun producten graag lokaal willen verkopen, kunnen wethouders coulant zijn met vergunningen.Beeld Hollandse Hoogte / Fred Hoogervorst

Lokale politici zijn sleutelfiguren die boeren en burgers bij elkaar kunnen brengen in een duurzaam voedselsysteem. Daarom biedt de Christelijke Hogeschool Ede hun een cursus. ‘Een wethouder is niet overgeleverd aan de macht, hij is zelf de macht.’

 Als iedereen om je heen zich met het thema bezighoudt – de politiek, bedrijven, de universiteit verderop – kun je als hogeschool niet achterblijven. En dus is ‘voedsel’ nu ook voor de Christelijke Hogeschool Ede een speerpunt in het beleid. Het moet tot uitdrukking komen in de dagelijkse gang van zaken op de hogeschool en in het curriculum van de studenten. “Food moet tot in de haarvaten van de studenten doordringen”, vindt het College van Bestuur. Dus worden er in de kantine vooral lokale en duurzame etenswaren verkocht en krijgen studenten van alle opleidingen onderwijs over voedsel: waar komt het vandaan, welke maatschappelijke vragen roept het op?

Daar voegt de hogeschool nu een cursus voor lokale politici aan toe, over het thema ‘Voedsel en identiteit’. De cursus is ontwikkeld door ruraal socioloog en economisch geograaf (‘plattelandsdeskundige’) Tjirk van der Ziel en theoloog Cees Stavleu,die werkt aan een proefschrift over de spijswetten uit het bijbelboek Leviticus.

‘Voedsel en identiteit’ klinkt als ‘je bent wat je eet’. Hoe zit dat?

Van der Ziel: “Iedereen kiest wat hij eet en hoe hij eet. Met die keuzes kun je duidelijk maken wat je persoonlijke waarden en overtuigingen zijn. Draag je de regio een warm hart toe, dan koop je streekproducten. Vind je dieren doden verkeerd of dat vlees slecht is voor het milieu, dan eet je vegetarisch. Als je blijk wilt geven van verfijnde omgangsvormen, dan eet je niet met je handen. Eten is een morele bezigheid. Iedereen kiest wat hij eet en door die keuzes kun je laten zien tot welke groep je behoort of wilt behoren.” Stavleu: “Door voedselkeuzes kun je er ook blijk van geven dat je behoort tot een bepaalde religieuze groep. Denk aan halal of koosjer eten.”

Waarom is dat van belang voor lokale politici zoals gemeenteraadsleden en wethouders?

Van der Ziel: “Juist lokale politici zijn in de ­positie om een voedselbeleid te ontwikkelen. Denk aan smaaklessen op scholen, schoolfruit, maatregelen tegen obesitas. Wij willen met onze cursus nog eens duidelijk maken hoe ­belangrijk het thema voedsel voor mensen is. Dat merken we aan alles. Aan de kritische ­houding van onze studenten tegenover de huidige voedselindustrie bijvoorbeeld. Of aan een onderzoek van het online reisbureau Expedia waaruit bleek dat voor een kwart van de Nederlanders ‘eten’ het doorslaggevende punt is bij het kiezen van een reisbestemming. En ook aan overheidsrapporten, zoals dat van de ­Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid uit 2014, dat stelt dat ons voedselsysteem minder op de producent gericht moet zijn en meer op de consument. Maar voor ­lokale politici biedt zo’n rapport weinig aanknopingspunten. Wij willen met hen nadenken over welke mogelijkheden zij als bestuurders hebben.”

En? Wat is uw boodschap aan een wethouder uit pakweg Nunspeet?

Stavleu: “We hopen dat de lokale politici na onze cursus hun burgers de ruimte zullen geven om via voedsel hun identiteit tot uiting te laten komen. Dat het mogelijk is om tegendraads te zijn, een scharrelkip te zijn tussen de plofkippen.”

Van der Ziel: “Een wethouder uit Nunspeet mag weten dat hij niet is overgeleverd aan de macht van de markt. Hij is zélf de macht, hij kan keuzes maken. Wanneer je als plattelandsgemeente beleid ontwikkelt voor boeren, volg je dan alleen maar de regels van Brussel en Den Haag over fijnstof en CO2 of handel je ook zelf? En de wethouder kan zich ook afvragen hoe hij de band tussen boeren en burgers kan versterken. Als een boer zijn producten graag lokaal wil verkopen, kan de wethouder misschien coulant zijn met een vergunning.”

Stavleu: “Lokale politici hebben te maken met de wens om ouderen langer thuis te laten wonen. Dan is het van belang dat ze goed en gezond eten. Maar uit onderzoek van onze hogeschool weten we dat ondervoeding bij ouderen een probleem is: ze missen de stimulans en de zin om eten te maken. Aan die zingeving kun je als wethouder of raadslid iets doen. Ik kom uit Leiden. Daar laten we ouderen vertellen over de traditie van hutspot eten met Leids Ontzet op 3 oktober. Met zulke initiatieven geef je eten meer waarde.”

Uw cursus gaat uit van de christelijke hogeschool. Draagt u een christelijke visie op voedsel uit?

Stavleu: “Als je de schepping serieus neemt en je je erover verwondert, beïnvloedt dat je visie op voedsel. Bij een christelijke visie op voedsel denk je verder dan de korte termijn. Je gaat niet tot het economische uiterste, maar laat ook wat over voor wie minder heeft. Van tijd tot tijd het land rust geven, dat is een bijbels voorschrift. Ook de dieren kregen in oudtestamentische tijden op gezette momenten rust.”

Van der Ziel: “Gerechtigheid en rentmeesterschap, dat we nu ook wel duurzaamheid noemen, zijn christelijke noties. Twee van de drie cursusavonden gaan daarover. In onze voedselproductie zit veel onrecht. Denk aan lage beloningen en slechte arbeidsomstandigheden. Of aan multinationals die boeren dwingen zaden en pesticiden van hen te kopen. We zijn overgeleverd aan krachten die ervoor zorgen dat voedsel alleen maar handelswaar is. Waar is de kleinschaligheid gebleven? Wij geloven in een ideaal van korte ketens, waarbij de producent en de consument van voedsel elkaar kennen. Waarbij er geen sloten kerosine worden verbruikt voor bijvoorbeeld sperziebonen uit Kenia.”

Stavleu: “Om je te ontworstelen aan dit systeem moet je eerst innerlijk vrij zijn. Als je het anders wilt doen, moet je de moed hebben om die keuze te maken. Dat is spiritueel: je bestaan herbronnen en kiezen voor innerlijke vrijheid.”

Zegt u daarmee dat onze huidige manier van voedsel produceren onbijbels is?

Van der Ziel: “Dat is een spannende vraag. Er zijn genoeg elementen strijdig met het bijbelse ideaal. In de Bijbel is landbouw kleinschalig. Zo bezien kunnen asperges afkomstig uit Peru in onze winkels echt niet. Dus ik ben geneigd te zeggen: ja, de manier waarop we ons eten produceren is onbijbels. En dan doel ik niet op de individuele boer, maar op het mondiale systeem met lange, anonieme ketens waardoor mens en milieu steeds meer in de verdrukking komen. Ik merk dat vooral jongeren dat willen veranderen.”

Hoort het wel bij een hogeschool om zo’n ideologische boodschap uit te dragen?

Van der Ziel: “Het is niet eens zozeer een ideaal van ons beiden of van de hogeschool. We horen deze roep uit de praktijk en wij denken dat we als hogeschool daar iets te bieden hebben.”

Stavleu: “Wij zijn een kenniscentrum. Wij mogen tegendruk geven. Maar we zullen in de cursus vooral luisteren naar verhalen uit de praktijk. Ja, in ons brandt het ideaal. Maar we zijn geen missiepost waar mensen bepreekt worden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden