Wetgever liep bij telefonie ook al achter de feiten aan

De Eerste Kamer nam deze week een nieuwe telecommunicatiewet aan. Die regelt onder meer een aantal zaken op het gebied van internet. De wetgever holt altijd achter de techniek aan. Ruim een eeuw geleden ging het precies zo met de telefoon.

Uitvinder Graham Bell sprak in zijn octrooiaanvraag van een 'verbetering van de telegrafie'. In Nederland was na de introductie van de telefoon een tijd lang het woord 'klanktelegraaf' in zwang. Het apparaat, waarmee ambtenaren van de Rijkstelegraaf in 1877 voor de eerste keer proeven deden, bood verrassende mogelijkheden, maar een grootse zelfstandige toekomst voorspelden nog slechts weinigen. Een experiment met een draad tussen het Binnenhof en de Parkstraat in Den Haag bevestigde 'de reeds tamelijk vast staande opinie, dat de telephoon, zooals hij thans zamengesteld is en werkt, voor het overbrengen der telegrammen op onze groote verkeerswegen en in het algemeen waar eenige levendigheid van beweging heerscht, niet kan in aanmerking komen'. Misschien was die telefoon een handig apparaat bij de telegraaf, handig voor monteurs of voor tussen kantoren. Meer toch niet.

Maar de techniek schreed voort en inzichten veranderden. Met de International Bell Telephone Company als grootaandeelhouder begon de Nederlandsche Bell Telephoon Maatschappij in juni 1881 het eerste Nederlandse openbare telefoonnetwerk in Amsterdam. Dat had slechts 49 vaste aansluitingen. Alle getallen van toen hebben bijna iets aandoenlijks: telefoonnummers met twee cijfers, in 1892 waren nog maar 4000 abonnees in het hele land die samen niet meer dan 72.000 gesprekken voerden, nog lang volstond één boek, de 'Naamlijst voor den Telefoondienst', voor alle nummers in het hele land.

De prijs was wel aanzienlijk. Een jaarabonnement kostte 118 gulden, een bedrag waar een arbeider zo'n beetje een heel jaar voor moest werken. Geen wonder dat het nieuwe medium vooral werd gebruikt door de gegoede stand: zakenlieden, doktoren en advocaten.

Na Amsterdam volgden netwerken in meer grote steden. De eerste interlokale verbindingen tussen de hoofdstad en Haarlem en tussen de hoofdstad en Zaanstad kwamen eind jaren tachtig van de negentiende eeuw tot stand. De eerste internationale verbinding, tussen Nederland en België, dateert van 1895. De bandbreedte was beperkt. Vaak kon slechts een gesprek tegelijk worden gevoerd. Het was dan ook verboden lang van stof te zijn. Dat zou de wachtrij al te zeer laten oplopen.

De Nederlandse overheid liet de telefonie aanvankelijk onder de Telegraafwet van 1852 vallen. Dat hield in dat het Rijk in principe het recht op aanleg en exploitatie kreeg. Ondernemers konden echter een concessie krijgen voor een bepaalde tijd. Zo ging het met de firma Bell in Amsterdam en zo ging het in de meeste steden. Al bij het aflopen van de eerste concessies van Bell kozen gemeenten als Amsterdam en Rotterdam voor een eigen telefoonbedrijf.

Nog veel meer aspecten van het nieuwe medium vroegen om regelgeving. De draden liepen nog bovengronds. Was dat geen smet op het aanzien van steden en afzonderlijke woningen? Als het een beetje waaide, gingen de draden zingen. Ze waren ook gevoelig voor blikseminslag. Moesten burgers deze nieuwe infrastructuur zomaar toestaan?

Den Haag probeerde vanaf het midden van de jaren tachtig van de negentiende eeuw tot wetgeving voor telefonie te komen, maar politiek en juridisch getouwtrek stonden snel succes in de weg. In 1897 stelde minister van waterstaat, handel en nijverheid Cornelis Lely een commissie in. Die moest zich buigen over wat inmiddels het telefoonvraagstuk was gaan heten.

Op basis van het door dat gezelschap uitgebrachte advies kwam het in 1904 tot een Telegraaf- en Telefoonwet, die onder meer bepaalde dat particuliere eigenaren telefoondraden moesten gedogen. Het advies om van het medium een volledige staatszaak te maken, werd niet overgenomen.

In de praktijk gebeurde dat in de decennia daarna wel steeds meer. Alleen de grote steden hielden vast aan aparte gemeentelijke bedrijven. Het waren de Duitsers die ze in 1940 bij de PTT voegden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden