'Wetenschappelijk gezien zijn we helemaal geen klein land'

Leo Kouwenhoven (links) en Cees Dekker bij een mengkoeler. Beeld Arie Kievit
Leo Kouwenhoven (links) en Cees Dekker bij een mengkoeler.Beeld Arie Kievit

Een fijne binnenkomer van minister Jet Bussemaker (onderwijs, cultuur en wetenschap), eerder deze week: een cadeautje van 167 miljoen euro, te verdelen over zes vooraanstaande universitaire onderzoeksteams. Die moeten daarmee de komende tien jaar schitteren op uiteenlopende terreinen als nanotechnologie, oncologie en taalonderzoek. Barend van der Meulen van het Rathenau Instituut, specialist in internationaal wetenschapsbeleid, nam het lijstje van Bussemaker eens goed door.

Wat viel u op?

"Ik zit nog te tellen. Aan deze zes onderzoeksteams zijn achttien wetenschappers verbonden die eerder de NWO-Spinozapremie kregen, een bedrag van 2,5 miljoen euro per persoon. Negen andere hebben, eveneens via de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), een beurs van 1,5 miljoen euro ontvangen. En zeventien van de onderzoekers hebben een prijs van de European Research Council gekregen; dat is ook 2,5 miljoen euro. Bekende gezichten dus. Deze 167 miljoen past in een systeem van onderzoeksbeurzen waarmee de echte toponderzoekers voort kunnen bouwen op hun eerdere successen."

Mooi zo, we koesteren onze beste wetenschappers.

"Zo is het. Dat hoort bij een goed stelsel van wetenschap. En het aardige van deze laatste beurs is dat het de topwetenschappers bij elkaar brengt."

Is het veel geld, 167 miljoen?

"Op zichzelf niet. Het stond trouwens al in de begroting, het is geen nieuw geld. En het is dus bedoeld als gerichte prikkel voor topwetenschappers, niet ter bevordering van het wetenschappelijk onderzoek in het algemeen. In totaal besteden we ruim 10 miljard euro aan onderzoek in Nederland. Internationaal bezien is dat totaalbedrag vrij bescheiden. In Scandinavische landen, Duitsland en Zwitserland is het meer."

Scoren we toch een beetje?

"Zeker. Als je kijkt naar wetenschappelijke artikelen van Nederlandse onderzoekers, en hoe vaak die weer door andere onderzoekers worden geciteerd, dan zitten we in de topdrie. Tenminste, als je rekening houdt met het aantal wetenschappers dat we in totaal hebben - Nederland heeft natuurlijk veel minder onderzoekers dan de Verenigde Staten."

Nederland heeft wel een beetje moeite om speerpunten te kiezen, constateerde uw instituut vorig jaar.

"De gedachte was altijd: we zijn een klein land, we moeten kiezen. Tegelijkertijd hebben we een ingewikkeld wetenschapssysteem met allerlei betrokkenen: verschillende departementen, de NWO, de universiteiten en topinstituten die vrij zelfstandig mogen opereren. Uitkomst van dit alles is dat we grote moeite hebben om daadwerkelijk te investeren in onze zelfgekozen speerpunten, zoals chemie, 'food en flowers' en ict. Internationaal verliezen we daar eerder terrein. Terwijl het biomedisch onderzoek - geen speerpunt - juist sterk gegroeid is."

Is dat erg, dat we geen keuzen maken?

"Nee. We praten onszelf misschien aan dat we een klein land zijn en dat we daarom keuzen moeten maken. Maar wetenschappelijk gezien is dat helemaal niet zo. Het lukt ons om over de hele breedte internationaal goed te presteren. Dat is onze kracht."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden