Wetenschap, richt je meer op maatschappij

Universiteiten dragen veel te weinig bij aan het oplossen van maatschappelijke problemen, klonk het vorige week in deze krant. Wetenschappers reageren verdeeld op de kritiek.

De stoom kwam uit zijn oren, vertelt hij. Woedend slingerde hij een tweet de ether in over dit 'krankzinnige' interview in Trouw. "In welke wereld heeft deze man geleefd?", vraagt Carel Stolker, rector magnificus en bestuursvoorzitter van de Universiteit Leiden, zich een paar dagen later nog steeds af. "Okay, iemand gaat met pensioen, neemt wat afstand van zijn werk en geeft dan als wijze vader nog één keer goede raad. Maar om de universiteiten als subsidieslurpers weg te zetten."

Vorige week sprak Jan Staman, scheidend directeur van het Rathenau Instituut, in deze krant zijn zorgen uit over het wetenschappelijk bedrijf in Nederland. De maatschappij kampt met grote problemen, zei hij. Klimaatverandering, energie, armoede. De universiteiten zouden met hun expertise een bijdrage aan de oplossing kunnen leveren, maar ze geven volgens Staman bij herhaling niet thuis. "Ze hebben een muur opgetrokken en van daarachter verdedigen ze de heiligheid van het fundamentele onderzoek. Dat houdt natuurlijk een keer op. We kunnen niet door blijven gaan om er miljarden in te pompen."

Wat een onzin, zegt Stolker. Er wordt in Leiden enorm aan maatschappelijke problemen gewerkt. "Niet alleen door de bèta's of de medici. Ook bestuurskundigen, economen of juristen doen dat. Of neem de geesteswetenschappen. Ooit was de vraag of het nog wel zin had om hier de taal en cultuur van Afghanistan te bestuderen. Het was bijna afgeschaft maar sinds de aanslagen in de Verenigde Staten op 11 september 2001 maakt Buitenlandse Zaken volop gebruik van onze kennis. Ik denk weleens, waren mijn hoogleraren maar vaker in de universiteitsgebouwen actief dan erbuiten."

Bruikbare producten

Ook Hans Clevers, president van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen, begrijpt Staman niet. "Hij lijkt niet goed te weten hoe wetenschap werkt. Universiteiten doen fundamenteel onderzoek, daar komen de nieuwe ideeën vandaan. In industriële laboratoria worden die uitgebouwd tot bruikbare producten. Die twee vormen een organische eenheid. Chipmachinefabrikant ASML heeft onlangs een onderzoeksfaciliteit geopend op het Science Park van Amsterdam, dicht bij de fundamentele fysica. Wageningen heeft zoiets met de voeding, Delft heeft banden met energiesector."

Voor heel concrete vragen moet je volgens Clevers niet bij de wetenschap zelf zijn. Soms wel, nuanceert hij meteen. Als het gaat om een hogere efficiëntie van de voedselproductie bijvoorbeeld, of om betere zonnepanelen. Clevers: "Maar de essentie van wetenschap is dat je je bezighoudt met vragen waarop je het antwoord niet weet. En dat je soms iets vindt waar je niet naar op zoek was. Neem deze iPhone waarmee ik u bel. Daar zit fundamentele wetenschap achter en toen die werd uitgevogeld, had niemand een iPhone voor ogen."

Als je de wetenschap vastpint op concrete doelen, is dat de dood in de pot. "Op korte termijn kun je dan nog wel successen boeken, maar als het proces niet wordt gevoed door fundamenteel onderzoek, droogt de bron vroeg of laat op." Stolker is het met hem eens. "Er is geen commissie-grafeen geweest, zei mijn collega van Delft ooit. De natuurkundige Andre Geim ontdekte het wondermateriaal grafeen omdat hij door nieuwsgierigheid werd gedreven. Hij kreeg er de Nobelprijs voor. Nieuwsgierigheid is onze drijfveer. En die vind je terug bij onze promovendi. Die jonge onderzoekers zijn de motortjes van de innovatie."

Niet iedereen binnen de academische wereld denkt er zo over. Clevers en Stolker vertolken het dominante standpunt, zegt Frank Miedema, decaan van het UMC Utrecht. Er is ook een grote groep die werkt aan concrete vragen. "Laat ik dit vooropstellen: dit wordt geen betoog over goed versus kwaad. Beide partijen vinden oprecht dat ze op een verantwoorde manier aan grote problemen werken. Maar het fundamentele onderzoek heeft een dominante inbreng in de sturing van het onderzoek. Door hen wegen publicaties, liefst in gezaghebbende tijdschriften, zwaar. Bij hen telt het oordeel van vakgenoten. En wordt bijvoorbeeld patiëntenzorg minder gewaardeerd. Terwijl het 3D-printen van een nieuwe knie minstens even waardevol is als een artikel in Nature."

Publicaties

De laatste dertig jaar is de balans verstoord, zegt Miedema, die ook het boegbeeld is van Science in Transition, een groep wetenschappers die vindt dat het universitair onderzoek op de schop moet. "De mensen van het fundamentele onderzoek zeggen: wij staan in Nederland al jaren aan de top, je moet niets aan het systeem veranderen. Maar door die nadruk op publicaties is wetenschap veel te veel een spel om het spel geworden. Het gaat meer om aanzien, om de academische carrière, dan om het oplossen van problemen in de maatschappij."

Hij haalt de malariadeskundige Bart Knols aan die twee maanden geleden op een symposium van Science in Transition vertelde waarom hij de universiteit van Wageningen had verlaten. Knols merkte dat de druk om te scoren in vooraanstaande bladen de kwaliteit van het onderzoek in de weg stond. Miedema: "Er verschijnen ieder jaar 3500 artikelen over malaria. Mooi werk vaak, maar het wordt niet alleen zelden gelezen, het draagt ook veel te weinig bij aan de oplossing van het probleem. Ondanks al die artikelen hebben we nog steeds niks beters dan de klamboe en DDT."

We moeten een discussie voeren over de vraag welk onderzoek we willen, zegt hij. "Gaan onze promovendi voor de wetenschap of voor de patiënten? Welke vragen stellen we? Ik was jarenland aids-onderzoeker in Amsterdam en we gingen als onderzoekers regelmatig in gesprek met homoseksuele mannen die aan ons onderzoek meededen. Dat was een confrontatie met hun problemen die ons op ideeën bracht die je in het lab niet bedenkt. Veel wetenschappers hebben de neiging zich af te wenden van de maatschappij en zich terug te trekken in hun laboratorium."

Zo maak je er een karikatuur van, vindt Clevers van de KNAW. "Wetenschappers laten zich best sturen. Zo heeft Europa een pot klaarstaan van zeventig miljard euro, voor onderzoek aan de grand challenges. Daar word je heel pragmatisch van. Wie niet in dat onderzoek participeert, blijft met lege handen achter. En gezien het vele geld uit Brussel dat Nederlandse onderzoekers binnenhalen, doen ze het best goed met die grote vragen." Marko Hekkert aarzelt om zich in deze discussie te mengen. Het debat is zo platgeslagen, vindt de hoogleraar innovatie aan de Universiteit Utrecht. "Alsof er één universiteit is met één type wetenschapper. En dat die niet thuis geeft."

Klimaat

De wetenschap is dynamisch, zegt hij. "Ze beweegt mee met trends in de samenleving. Rond grote maatschappelijke vraagstukken ontstaan nieuwe vakgebieden. Daar zit wel enige vertraging in - de vraag moet een tijdje op de agenda staan en er moeten fondsen voor komen. Maar zie bijvoorbeeld het klimaat. Een hele batterij wetenschappers werkt aan een beter begrip, zoekt naar duurzame technologieën of vraagt zich af wat te doen als het water komt. Er zijn wetenschappelijke tijdschriften rond het thema klimaat opgericht. Dat bestond twintig jaar geleden allemaal nog niet."

Terwijl hij deze ontwikkeling schetst, wordt een kloof zichtbaar. De kloof tussen wetenschap enerzijds en anderzijds de samenleving of de politiek. "Buitenstaanders zijn ongeduldig. Politici willen concrete antwoorden en wel zo snel mogelijk. Maar dat is wetenschap allemaal net niet. De uitkomst van wetenschappelijk onderzoek is bijna altijd een kansenverhaal met mitsen en maren. Een verhaal waarbij de maatschappij zelf een rol speelt. Zo gaat het bij de discussie over het Groningse gas niet alleen over aardbevingskansen. De onrust onder de bevolking is ook van belang, net als politieke afspraken of de bodem van de schatkist."

Precies, zegt rector Stolker uit Leiden. "De maatschappij vraagt om enkelvoudige oplossingen, maar de wetenschap is geen alchemie. Wij hebben geen Steen der Wijzen. Er zal nooit één therapie voor iedere kanker komen. Het zijn kleine stapjes, die voor elke tumor weer anders zijn. Natuurlijk, het Apollo-project dat Staman ons ten voorbeeld stelde, had één concreet doel - een mens op de maan. Daar kun je gericht naar toe werken. De meeste vraagstukken hebben niet zo'n duidelijke oplossing."

Je ziet wel, vervolgt hij, dat universiteiten zich op specifieke problemen richten. "We moeten focussen, we kunnen niet meer alles. Het onderzoeksbudget van de dertien Nederlandse universiteiten is net zo groot als dat van de Stanford universiteit in Californië."

De maatschappij zal moeten aangeven welk onderzoek ze wil financieren, zegt Hekkert. "Probleem is wel dat die maatschappij de wetenschap niet goed begrijpt. Ik hoorde vandaag een VVD-Kamerlid in het debat over het wetenschapsbeleid zeggen dat we de beste mensen moeten aantrekken en hoog op de ranglijsten moeten komen. Sorry hoor, dan beland je weer in die tredmolen van publiceren om het publiceren. En daar wilden we nou juist net van af."

Maar, zoals gezegd, als de maatschappij vraagstukken op de agenda zet en middelen vrijmaakt voor onderzoek, dan voegt de wetenschap zich daarnaar. Hekkert: "Al zullen er altijd groepen overblijven die zich bezighouden met de verfijning van een theorie. De vraag is: hoe erg is dat? Neem de sterrenkunde. Die heeft van oudsher een goed verhaal waar de samenleving best wat voor over heeft. Of neem mijn eigen faculteit. Wij hebben een grote groep aardwetenschappers die proberen de diepere bewegingen in de binnenste kern van de aarde te doorgronden. Is dat nuttig? Misschien niet meteen. Totdat de Groningse bodem in beweging komt en het prettig is als je mensen in huis hebt die dergelijke processen begrijpen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden