Wetenschap, overheid, industrie, twijfel

Een Amsterdams kind wordt ingeënt tegen de Mexicaanse griep. ( FOTO WERRY CRONE, TROUW)

Bij de inentingscampagne tegen de Mexicaanse griep blijkt opnieuw een diep wantrouwen tegen overheid, wetenschap én professionals als huisartsen. Dat verlies aan vertrouwen in vakmensen is een ’rampzalige ontwikkeling’, die alleen met de grootst mogelijke moeite nog gekeerd kan worden.

Nee, Liesbeth Hiddema uit het Friese Reduzum is geen dokter en ze heeft ook geen medische achtergrond. Niettemin is de grafisch ontwerpster een maand geleden begonnen met een website over vaccinaties tegen de Mexicaanse griep. De naam – www.prikmijmaarlek – doet misschien vermoeden dat Hiddema ageert tegen prikken. Maar zo is het niet: „Ik ben tegen de eenzijdige informatie-verstrekking door de overheid. Ik laat de andere kant zien.”

Hiddema erkent dat het nog niet zo simpel is het kaf van het koren te scheiden in de zee van berichten die níet afkomstig zijn van de overheid. „Hoe ik dat doe? Ik baseer me op feiten die ik heb gelezen. Die beoordeel ik, tja, op basis van mijn gevoel misschien?”

Met dat gevoel als leidraad, komt bijvoorbeeld een artikel van iemand die zich in de ogen van Hiddema belangeloos opstelt en gratis aanbiedt, eerder in aanmerking dan informatie van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Informatie van zo'n overheidsinstelling wantrouwt ze. Want de overheid, redeneert Hiddema, heeft banden met de industrie en is dus partijdig.

Sites als prikmijmaarlek kunnen momenteel op enorme belangstelling rekenen. Maandag even na drieën hebben er al 1500 mensen een kijkje genomen. Ook bij andere sites komen veel vragen en adhesiebetuigingen binnen. Gemeenschappelijke noemer is het wantrouwen in wetenschap en overheid. Die zouden, menen de critici, in dienst staan van de farmaceutische industrie en er derhalve alleen maar op gericht zijn de mensheid ingeënt te krijgen. Bijwerkingen worden daarom verzwegen, tegenvallende onderzoeksresultaten in de doofpot gestopt en kritische studies genegeerd.

Minister Klink van volksgezondheid benadrukt dat hij mensen niet kan of wil verplichten zich te laten inenten. Bij wet is het verboden de integriteit van het menselijk lichaam op die manier aan te tasten. Aan dat mensenrecht wil Klink niet tornen. Maar hij maakt zich wel grote zorgen om de verhalen die circuleren op internet. „De berichten over bijwerkingen berusten niet op wetenschap”, zei hij maandag. Gisteren suggereerde hij dat de overheid misschien zelf een site gaat beginnen, om de onjuiste berichten met wetenschappelijke feiten te ondergraven.

Het twijfelen aan de waarde van wetenschappelijke kennis is volgens dr. Loet Leydesdorff, docent wetenschapscommunicatie aan de Universiteit van Amsterdam, begonnen bij de discussie rond kernenergie in de jaren zeventig. De ene wetenschapper vond er dit van, de ander dat. Vanuit de gedachte dat kennis altijd voorlopig is en omgeven is met onzekerheid, is dat zo vreemd niet, zegt Leydesdorff. Maar gevolg is wel dat het vertrouwen in de wetenschap afneemt: „Er is altijd wel een wetenschapper te vinden die jouw gezichtspunt deelt.”

Leydesdorff vindt het op zichzelf niet verkeerd dat mensen zelf over hun aangereikte kennis nadenken. Persoonlijk houdt hij, hartpatiënt, op internet ook de informatie over inenten bij (’maar ik ga wel gewoon die prik halen, ik heb geen keus!’). Leydesdorff: „We zijn postmoderner geworden. Er zijn alleen voorlopige waarheden, geen definitieve. Dat besef is breed doorgedrongen.”

Een andere oorzaak van het idee dat ’iedereen’ zijn eigen dokter denkt te kunnen zijn, ligt volgens Leydesdorff in het verlies van vertrouwen in autoriteiten. Helemaal onterecht is dat niet, vindt hij, want er gaat in de medische wereld ook weleens wat mis. En dokters die te veel cadeaus aannemen, werken ook niet mee aan een beeld van onafhankelijke medici die belangeloos de patiënt ter zijde staan. „Al kan je dan natuurlijk beter een andere huisarts nemen”, adviseert Leydesdorff.

Critici van het overheidsbeleid scharen de huisartsen nadrukkelijk onder de autoriteiten in wie zij hun vertrouwen hebben verloren. Liesbeth Hiddema van de website prikmijmaarlek kon naar eigen zeggen bij de dokter niet terecht voor de onafhankelijke en veelzijdige informatie die zij wil: „De huisarts wordt door de overheid geïnformeerd. Dus die is ook eenzijdig.”

Dat toegenomen wantrouwen in de huisarts, maar ook in de leraar, de politieagent, etcetera, noemt Thijs Jansen zelfs onomwonden een rampzalige ontwikkeling. Jansen is oprichter van de stichting beroepseer, die zich inzet voor de (her)waardering en kwaliteit van de professional. Hij is bestuurslid van de stichting en aan de universiteit van Tilburg doet hij onderzoek naar hetzelfde thema. „Artsen, maar ook docenten worden in toenemende mate gezien als professionals die gestuurd worden van bovenaf. Ze zijn uitvoerder van het overheidsbeleid, of ze hebben commerciële belangen.”

Twee voorbeelden: Thijs Jansen woont in Houten, en daar wordt een groepspraktijk van huisartsen meegefinancierd door zorgverzekeraars. De patiënt gaat, zegt Jansen, daardoor twijfelen voor wie de arts nu eigenlijk werkt: voor hem, of voor de verzekeraar? „Je wilt een arts die staat voor zijn eed. Daar moet een ander zich niet mee bemoeien.”

Een ander voorbeeld: de politie. Het is genoegzaam bekend dat agenten een bepaald aantal bonnen moeten schrijven. Burgers raken daardoor het idee kwijt dat zij een boete krijgen voor een fout. Ze denken dat ze alleen worden bestraft omdat die agent zijn quotum moet halen.

„Dit soort dingen zuigt het vertrouwen weg op kleine schaal”, zegt Jansen. „Mensen hebben niet meer het gevoel dat de professional werkt volgens zijn eigen maatstaven. Het persoonlijk contact en het persoonlijk vertrouwen raken daardoor kwijt.” En dat, veronderstelt Jansen, kon ook in het geval van het inenten tegen de Mexicaanse griep, weleens de oorzaak zijn van een groot maatschappelijk wantrouwen in de informatie die huisartsen geven.

Wat te doen? Het wordt niet eenvoudig dit vertrouwen van de burger in de arts en andere beroepskrachten terug te krijgen. De overheid probeert het met certificeringen van artsen, en ranglijsten. Maar van dat soort ’kunstmatige instrumenten’ verwacht Jansen niks. Hij wijst op onderzoek waaruit blijkt dat het vertrouwen in de beroepsgroep nog verder wordt ondermijnd als mensen persoonlijk op zoek moeten naar een gecertificeerde professional.

Beroepsverenigingen van artsen, docenten, agenten hebben zich ook te veel op dat soort dingen gericht, aldus Jansen. De vertegenwoordigers zijn gericht op Den Haag, in plaats van op de werkers in het veld. Jansen ziet wel een tegenbeweging ontstaan. De beroepsverenigingen komen weer meer op voor hun achterban, om hun belangen te behartigen.

Jansen: „Professionals moeten worden toegerust. Daardoor kunnen zij aan gezag winnen.” Veel ziet hij ook in kleinschaligheid: in een overzichtelijk verband heeft de professional invloed, en van daaruit kan hij zijn gezag proberen op te bouwen.

Bij de Mexicaanse griep heeft de overheid de huisarts in de optiek van Jansen ten onrechte buiten spel gezet. De campagne verloopt via het ministerie van volksgezondheid en die heeft deze gedelegeerd aan het RIVM. Dat is in zijn ogen een verkeerde strategie, want het vertrouwen in de professional om de hoek kan alleen maar worden hersteld als die ook de verantwoordelijkheid krijgt. Jansen: „Het lijkt wel alsof de huisarts nu alleen die prik hoeft te geven. Het is een verkeerde strategie om die communicatie helemaal weg te halen bij de artsen. Nu hoor je steeds wisselende verhalen over wat te vertrouwen is. Als de campagne via de huisartsen was verlopen, was dat veel beter geweest.”

Jansen is het er onmiddellijk mee eens dat ook met kleinschalige verbanden en gezaghebbende beroepskrachten nooit meer de gehele bevolking overtuigd kan worden van bijvoorbeeld een inentingscampagne. De verschillen van inzicht blijven, ook omdat, zoals Leydesdorff zegt, kennis toch vaak alleen maar voorlopig is. Maar toch, Jansen weet wel zeker dat hersteld vertrouwen in de professional het wantrouwen van de bevolking in de overheid kan doen verminderen. Niks ten nadele van directeur Coutinho van het RIVM. Maar, zegt Jansen, als niet hij, maar de voorzitter van de landelijke huisartsenvereniging avond aan avond de richtlijnen van de overheid op de buis had verkocht, had het wantrouwen minder kans gehad.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden