Wetenschap moet óók eenzijdigheid corrigeren

Wat kunnen denkers zeggen over het nieuws, over wat krantenlezers schokt of juist koud laat? Tweewekelijks laten wijsgeren uit Trouws Filosofisch Elftal hun gedachten erover gaan. Vandaag: critici stellen dat het islamrapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) niet wetenschappelijk is. Wanneer is iets wetenschappelijk? Kun je over een politiek sensitief onderwerp als de islam überhaupt nog wetenschappelijk zijn?

De bezwaren die Paul Cliteur heeft tegen het rapport 'diskwalificeren het ten dele als wetenschappelijk'. De Leidse hoogleraar Encyclopedie van de Rechtswetenschap verbaast zich erover dat de WRR openlijk toegeeft een 'eenzijdig rapport' te hebben geschreven waarin 'alleen het goede nieuws over de islam' wordt gebracht.

Cliteur: “Ik kan mij voorstellen dat een columnist op die manier te werk gaat of een advocaat of een gewone gelovige. Misschien ben ik een ouderwetse naïeveling die voor de wetenschap wil vasthouden aan een zo groot mogelijke objectiviteit en neutraliteit, maar het lijkt mij toch wel vreemd dat je bepaalde feiten bewust accentueert en andere weglaat omdat je vindt dat de algemene mening op een bepaald punt correctie behoeft. Ik vind dat 'de wetenschap' zich hiermee voor een karretje laat spannen.“

Het is waar dat het rapport eenzijdig kijkt naar positieve ontwikkelingen binnen de islamitische wereld, zegt Pieter Pekelharing, docent sociale en politieke filosofie aan de Universiteit van Amsterdam.

Pekelharing: “Toch zeg ik dat dit rapport wetenschappelijk is. Bronnen worden er uitvoerig in geraadpleegd, het poogt zich weerlegbaar op te stellen, het is samenhangend, en het biedt een perspectief op de geschiedenis. De verdienste van het rapport is dat het spanningen en breuklijnen in de islam aan het licht brengt. Ook geeft dit rapport duidelijk aan wat haar beperkingen zijn: het doet geen wijdlopige uitspraken.“

Wanneer is iets wetenschappelijk? Paul Cliteur durft geen uitputtende definitie van wetenschap te presenteren. “Maar daarmee associeer ik wel dat je zoveel mogelijk gezichtspunten de revue laat passeren en dat je probeert met kracht van argumenten daarop in te gaan. Zo zou de WRR ook andere islamologen hebben moeten uitnodigen om hun visie te geven en niet alleen islamkenners van dezelfde richting. Dan zou je een choc des opinions hebben gekregen - dat was heel spannend geweest.“

Pieter Pekelharing noemt het 'óók een taak van de wetenschap' om eenzijdige beelden te corrigeren en om mogelijkheden te onderzoeken. Pekelharing ervaart de berichtgeving over de islam in de media als erg negatief. “In dit rapport wordt geprobeerd om de islam van een andere zijde te belichten. Gezien het angstige politieke klimaat waar we sinds 11 september 2001 in leven, vind ik het interessant om te lezen dat de islam niet één homogeen vijandig blok vormt, maar dat er belangrijke verschillen bestaan binnen de islam.“

Cliteur: “Eigenlijk zou 'de politiek' moeten waarborgen dat de WRR - uit publieke middelen betaald en pretenderend een 'onafhankelijk adviesorgaan' te zijn - evenwichtig wetenschappelijk onderzoek presenteert en niet probeert het maatschappelijke debat te beïnvloeden met bewust eenzijdig gepresenteerde informatie.“

Pekelharing: “Binnen de islam woedt een strijd tussen fundamentalisten die de moderniteit willen islamiseren en anderen die de islam proberen te moderniseren. Het beleidsadvies van de WRR is terecht dat je de aandacht op de tweede groep zou moeten richten. Je wilt geen beleid voeren dat alle moslims tot vijanden maakt. Het enige wat ik in dit rapport mis, is een analyse die duidelijk maakt hoe groot de feitelijke macht is van de groeperingen die proberen de islam te moderniseren. Een harde politieke machtsanalyse ontbreekt.“

Cliteur: “Kenmerkend voor wetenschap is dat men feiten en argumenten presenteert die voor anderen te controleren zijn en die anderen ertoe zouden moeten brengen om hun opvattingen te herzien.“

“Kunnen ook in het islamdebat bepaalde beweringen worden gefalsificeerd? Ik denk het wel. Neem de bewering: 'provocerende uitlatingen over de islam jagen religieus terrorisme aan'. Deze stelling zou je in zijn algemeenheid als weerlegd of in ieder geval als eenzijdig moeten kwalificeren. Immers, op het moment dat je in de brief die op het lijk van Van Gogh is achtergelaten kunt lezen dat ook de burgemeester van Amsterdam de gramschap van terroristen opwekt, zou je moeten denken: 'Hiermee is de theorie dat terrorisme een reactie op verbaal geweld is, weerlegd'. Hetzelfde geldt voor wethouder Aboutaleb: geen provocerende taal, toch in een zwaar beveiligingsregime terechtgekomen. Door dit soort feiten zouden mensen ertoe moeten worden gebracht hun gekoesterde opvattingen over de oorsprong van religieus terrorisme te verlaten. Dat veel mensen dat niet doen, is jammer. Maar wat wetenschappers van gewone mensen onderscheidt, is dat wetenschappers dat zouden moeten doen.“

Pekelharing: “Te lang is door links gedacht dat we door begripvol te zijn alle mensen tot onze vrienden kunnen maken. Er is een noodzakelijke correctie geweest op dit linkse klimaat, dat te lief was. Voor deze correctie moeten we mensen als Ayaan Hirsi Ali en Afshin Ellian dankbaar zijn, zij betaalden een hoge prijs om ons van dit gevaar te verwittigen. Maar dit rapport stelt niet dat je onder alle omstandigheden lief moet blijven tegen het islamitisch activisme. Het rapport zegt niet dat we met Hamas moeten blijven praten, ook als Hamas de democratie in de Palestijnse gebieden de nek omdraait. Het rapport stelt voornamelijk vast dat de islam niet alleen maar uit vijanden bestaat. Het zoekt de aanknopingspunten. Tegelijkertijd maakt het ook duidelijk dat er grenzen zijn.“

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden