Wetenschap / Een vrolijke kijk stelt de dood uit

Wie somber is over zijn oude dag, knaagt aan zijn eigen levensverwachting: zo'n zorgelijke vooruitblik kan je 7,5 jaar van je leven kosten. Dat komt door een gebrek aan levenswil, vermoeden Amerikaanse psychologen. Zij denken dat een negatieve kijk op de ouderdom zelfs rechtstreeks invloed heeft op het lichamelijk functioneren: ons hart wordt onrustig onder het somberen.

Volgens het augustusnummer van het Journal of Personality and Social Psychology leidt een positieve levensinstelling daadwerkelijk tot een langer leven. Het tijdschrift constateerde vorig jaar ook al dat een opgewekte inborst wordt beloond met een lang leven. Nonnen van de zusterorde Notre Dame die bij hun intreden, een halve eeuw geleden, een levenslustig opstel over zichzelf hadden geschreven, leefden veel langer dan zusters die indertijd met een bedrukt gemoed het klooster in gingen.

En nu blijkt dat onze verwachtingen over hoe het is om oud te zijn ons als een self-fulfilling prophecy boven het hoofd hangen. Wie op voorhand zucht over zijn oude dag, heeft er ook weinig trek meer in als het eenmaal zover is. En het lichaam lijkt naar die zorgelijke stem te luisteren en begint dan vroeg te haperen. De onderzoekers becijferen dat een vrolijke kijk op de ouderdom ons leven zelfs meer rekt dan het stoppen met roken of het op peil houden van ons gewicht.

Daar zouden we graag hard bewijs voor zien. Dat denken de psychologen te vinden in een klein Amerikaans stadje van ongeveer vijftienduizend inwoners. In 1975 werden daar alle 50-plussers opgetrommeld voor de Ohio Longitudinal Study of Aging and Retirement (OLSAR), een studie die in beeld moest brengen hoe mensen aankijken tegen veroudering en hun (komende) pensioen. De deelnemers werd het hemd van het lijf gevraagd en nu, bijna 23 jaar later, plozen de psychologen uit of hun verwachtingen van destijds voorspelden hoe lang ze zouden leven.

Uit de antwoorden van toen kun je stereotiepe beelden van de oude mens distilleren, positief of negatief. De een verwacht stram, uitgerangeerd, vergeetachtig, afhankelijk, seniel en verward door het leven te moeten, terwijl de ander met het beeld van een éminence grise, van een verstandig, geïnteresseerd, wijs, kwiek en gewaardeerd mens zijn oude dag tegemoet treedt.

Dan voel je de uitkomst van de studie aankomen: de positivo's leefden jaren langer. Net als bij de zusters van de Notre Dame bleek optimisme een adequaat levenselixer. En een zwartgallige kijk op de toekomst maakte zichzelf in negatieve zin waar.

Hoe? Eerdere onderzoeken toonden aan dat een beeld dat we ons door de tijd heen eigen maken -in psychologenjargon internaliseren- achter de schermen van invloed is op ons gedrag of presteren. Dat blijkt uit priming-experimenten: laat ouderen op een beeldscherm een reeks begrippen zien die in positieve of negatieve zin iets zeggen over oud zijn. Toon die woorden kortstondig (in de orde van 100 milliseconde), zodat ze wél door de hersenen worden opgemerkt maar niet bewust. Als je de proefpersonen daarna een geheugentest afneemt, zoals het onthouden van woorden of het herkennen van foto's, dan scoren mensen die positief zijn bewerkt beter dan degenen wier hersens met begrippen als vergeetachtig en seniel zijn gemasseerd.

Laten we ons de put in fluisteren, dan zakt ons geheugen mee de put in. Maar laten we ons opmonteren, dan schakelt ons cognitieve brein, kennelijk meer overtuigd van eigen kunnen, een tandje bij. Het effect van onbewuste beïnvloeding kun je zelfs aan ons handschrift zien. In mineurstemming gebracht, gaan we ongemerkt slordiger schrijven.

Subliminale beïnvloeding noemen psychologen dat. Vreemd genoeg laten we ons heimelijk indringender bewerken dan expliciet en met bombarie. Bij een uitgesproken lof- óf klaagzang over onze oude dag halen we de schouders op. Stereotiepe oordelen moeten in het geniep hun werk doen, denken psychologen, en dat is in wezen wat er met ons beeld van het ouder worden gebeurt: bij de een slijt er vanaf de jeugd een impliciet positief oordeel in, terwijl anderen in 80-plussers alleen nog maar stakkers zien, ook als ze zelf boven de 80 zijn.

Nogmaals: ga je daar eerder van dood? Zo'n somber oordeel over hoe het is om oud van dagen te zijn vermindert de wil om te leven, schrijven de psychologen. Maar hebben we, als het om leven en dood gaat, wel wat te willen? Zeker, hier komen anekdotische bewijzen: Chinees-Amerikaanse vrouwen overlijden vaker na het festival van de oogstmaand, waarin ze een hoofdrol vervullen, dan vlak daarvoor. Joodse mannen overlijden vaker na het Joodse paasfeest dan vlak ervoor. Daar kijken zij, meer dan Joodse vrouwen, naar uit.

Christenen schijnen iets vaker na Kerstmis en Pasen te sterven dan vlak ervoor. En: na de magische datum van 1 januari 2000 kon je verwachten dat januari een piekmaand in het overlijden zou zijn. Een studie in het tijdschrift JAMA (4 april 2001) liet zien dat in het Amerikaanse Yale-New Havenziekenhuis toen 123 mensen overleden, tegen gemiddeld 75 per maand. En dat lag niet aan een griepepidemie.

Het is karig bewijs voor de gedachte dat we zelf de hand hebben in onze sterfdatum. Of dat mensen na een mooi moment dat ze nog graag wilden meemaken kunnen besluiten het leven voor gezien te houden. Onze levenswil is wet? In elk geval constateren de psychologen dat veel van de 50-plussers uit hun studie die met een sombere kijk hun laatste kwartaal tegemoet gingen, ook een negatief saldo opmaakten bij de vraag of ze er dan nog wel zin in hadden.

Ze beloofden stijf, stram en vergeetachtig te worden, en dan hoefde het niet meer. En zo geschiedde, vertellen de overlijdensstatistieken. Dat ligt niet alleen aan een gebrek aan levenswil, erkennen de psychologen. Tegen heug en meug moeten leven vormt maar een halve verklaring voor het vroege overlijden van zorgelijke ouderen. Zij vermoeden dat negatieve verwachtingen ook een directe weerslag hebben op het gestel.

Bewijs daarvoor komt wederom uit priming-experimenten. Als je oude mensen ongemerkt 'influistert' dat hun hersenen niet zoveel meer mans zijn, dan gaat hun bloeddruk omhoog als ze daarna een reken- of woordentest krijgen. Zonder dat ze het door hebben. Bij proefpersonen die juist een hart onder de riem werd gestoken, blijft de bloeddruk op peil.

Hetzelfde geldt voor de zweetuitscheiding door de huid: het stiekeme bericht dat we aftands beginnen te worden, maakt onrustig. Zulke impliciete oordelen bestoken direct ons autonoom zenuwstelsel, lijkt het wel. Bij zwartkijkers maakt het negatieve oordeel het hart onrustig, terwijl bij opgeruimde lui hun positieve kijk het hart eerder geruststelt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden