Weten waar je moet ophouden is moeilijk

,,Natuurlijk betrap ik mezelf op fouten, om maar niet eens te spreken van slechte vertalingen.'' Vorige week verscheen in het Nederlands het derde deel van het Verzameld werk van Euripides. En een maand geleden leverde Gerard Koolschijn (1945) zijn laatste vertaling in bij de uitgeverij. Hij stopt ermee. Nu uit hij zelfkritiek: ,,Mensen kunnen niet anders handelen dan ze deden, maar zoveel tijd van je leven aan woorden te hebben gegeven, was dat het beste?''

,,Zelfkritiek is voor mij niet een eerste impuls. Ik ben niet een bedachtzaam, maar een drastisch persoon. Doen brengt mij eerder tot denken dan denken tot doen. Bij mij komt zelfkritiek vaak achteraf, in de vorm van schaamte. Natuurlijk dwing ik me wanneer ik een werkstuk moet leveren tot zelfkritiek, maar aan mijn manuscripten kun je zien dat dit een gevecht is. Tot in de drukproeven blijf ik verbeteren. Ik wil trouwens benadrukken dat voor een vertaler, als knecht van de schrijver, de marge voor eigen beslissingen en dus voor zelfkritiek veel kleiner is dan bij mensen die zelf iets verzinnen.''

Hoe vaak Gerard Koolschijn ook wordt geïnterviewd, steevast komen er vragen over zijn Plato-vertalingen. Hij hoort ze liever niet. ,,Plato is voor mij verleden tijd. Ik heb hem van me afgeschreven, afvertaald. Ik voel ook een soort weerzin als ik terugdenk aan de tijd dat ik als een oudere puber mijn ziel en zaligheid in zijn werk stopte. Maar de vragen liggen natuurlijk voor de hand en er is ook wel iets over te zeggen. Er is een enorm verschil tussen mijn eerste en mijn laatste Plato-vertaling. Dat hangt samen met het moment waarop ik ze maakte en de bedoeling die ik ermee had.''

Zijn eerste vertaling, Plato's hoofdwerk 'Politeia', had helemaal zijn eerste vertaling niet moeten zijn. Koolschijn wilde als student zijn 'Symposion' vertalen, omdat hij vond dat uit de bestaande vertalingen niet bleek hoe goed Plato schreef. Maar volgens de uitgever die hij benaderde, waren er genoeg Symposion-vertalingen. De uitgever vroeg naar de 'Politeia'. Geen literatuur maar theorie. Geen zeventig, maar honderden pagina's.

Koolschijn: ,,Ik was net twintig en ik had geen zin in een maatschappelijke carrière en de normale studiepatronen. Ik heb me jarenlang in Plato verdiept, het belangrijkste gelezen wat over hem was geschreven en vooral zijn eigen boeken, telkens opnieuw. Dat Plato vooral een politieke denker was hoorde je op school en aan de universiteit niet. In Engeland was de houding tegenover Plato al tientallen jaren kritisch, maar in Nederland bestaat voor hem nog steeds een half religieuze, heideggeriaanse verering.''

Het is volgens Koolschijn een verering voor mensen die de Waarheid in pacht denken te hebben. Dat type vereerder vindt het al een doodzonde de vraag te stellen waarom Plato zijn hoofdwerk begint met een gesprek over de voordelen en nadelen van het verlies van seksuele potentie.

,,Een Nederlandse vereerder als Cornelis Verhoeven aanvaardde 'de praktische intuïtie' van de staatsman die de juiste beslissingen neemt zonder te kunnen aantonen dat die juist zijn. Dat Plato op grond van die intuïtie geheime eugenetische maatregelen voorstelt waarbij huwelijken door vervalste lotingen worden gemanipuleerd, daarover hoor je dat soort mensen niet.''

,,Waar ik hoofdletters tref, zet ik mijn stekels op. In het spoor van Heidegger galmde Verhoeven van zijn predikantenkatheder hoe Plato op basis van het onzegbare, 'vanuit een wolk van ineffabiliteit', kon neerzien op de 'ziekelijke' monologen van Euripides, die een zoveel groter schrijver was dan hij.''

,,Dit soort kletspraat was een van de redenen dat ik Euripides' werk ben gaan vertalen. Ik mocht mijn diensten toch niet vooral verleend hebben aan de mindere, bekrompen geest, een hooghartige betweter als Plato. Nu het laatste Euripides-deel is verschenen, is de cirkel rond. Maar het is een lange weg geweest. Toen ik aan Plato begon, eind jaren zestig, vond ik die politieke theorie en zijn hele mens- en maatschappijbeeld fascinerend. Vooral door zijn afkeer van de consumptiemaatschappij.''

Plato was bijvoorbeeld een meeslepende ideoloog voor radicale milieupartijen. ,,Zo klaagt hij al over de ontbossing van zijn geboortegrond. Een van zijn politieke idealen is de scheiding van politieke macht en het economische belang. Zijn kleine politieke elite bestaat uit mensen die een monnikenleven leiden en het welzijn van de bevolking boven welvaart stellen. Zij streven een algemeen belang na dat niet samenvalt met economische groei.''

Volgens Plato zouden democratische politici, denkend aan hun herverkiezing, altijd alleen maar korte-termijn-politiek kunnen bedrijven waarmee de kortzichtige wensen van de materialistische massa werden bevredigd. Daarom mocht de meerderheid van de bevolking niet bij de besluitvorming worden betrokken. Dat was de enige manier om te voorkomen dat een kleine groep machtige kapitalisten de wereld ten eigen bate vernietigde. ,,Ik vond die boodschap heel urgent, overdonderend actueel, en ik wilde proberen er zoveel mogelijk mensen mee te bereiken. Daarom waagde ik me aan een groot vertaalexperiment.''

Het verhaal is te technisch om helemaal uit de doeken te doen, maar het kwam erop neer dat Koolschijn probeerde de klassieke context mee te vertalen. Zijn idee was dat een ideale vertaling de relatie schrijver-lezer moest herstellen. De moderne lezer moest zich niet struikelend door een notenapparaat een weg banen naar de bedoeling van de schrijver. ,,Hij moest met evenveel vaart kunnen lezen als de oude Griek. Dan zou hij ook pas een idee kunnen krijgen van Plato's stijl, want ik deed ook mijn uiterste best vooral die tot zijn recht te laten komen.''

,,Wat ik deed was niet: actualiseren. Ik verplaatste de problematiek niet naar deze tijd, maar probeerde het universele te benadrukken door de historische franje in de vertaling te verwerken. Natuurlijk riep het experiment nogal wat kritiek op, vooral op wat ik met een lelijk woord 'onthistoriseren' noemde. Als je een traditionele vertaling naast de mijne legt, zie je het verschil. X. de Win schrijft in 'De Staat' (1962):

Immers, om niet ontdekt te worden zullen we samenzweringen en kliekjes oprichten: en verder bestaan er ook professoren in de overredingskunst die ons wel de kunst leren om een volksvergadering of een rechtbank toe te spreken. Daarmee zullen we het wel klaarspelen, deels door overreding, deels door geweld, om ons te verrijken zonder straf op te lopen.

Dat stuk werd bij mij:

Om uit de handen van de justitie te blijven kunnen we geheime organisaties en clubs vormen, en een goede juridische scholing zal ons in staat stellen onze belangen zo vakkundig te verdedigen dat we desnoods met geweld onze medemensen kunnen uitbuiten zonder dat men ons iets kan maken.(1975)

Hoe dan ook, het vertaalkarwei werd door dit alles natuurlijk alleen maar zwaarder.''

Koolschijns laatste Plato-vertalingen zijn heel anders. Die wilde hij ook al niet maken. Na de bloemlezing 'Plato, schrijver' (1987) en zijn kritische boek over Plato, 'Het democratische beest'(1990), was Plato voor hem voorbij.

,,Mijn enthousiasme had plaatsgemaakt voor teleurstelling en afschuw, vooral van de fundamentalistisch-religieuze kant van zijn werk, en ook van zijn levensvijandigheid en de irritant kleingeestige manier waarop hij neerkeek op veel grotere schrijvers, zoals Euripides. Maar Ad ten Bosch, die de kwijnende uitgeverij van Johan Polak had overgenomen en de zaak weer wilde opbouwen, drong steeds weer op nieuwe Plato-vertalingen aan. Hij maakte toen de indruk een bevlogen uitgever te zijn en ik vond dat sympathiek, dus ik ben gezwicht en heb nog vier Plato-vertalingen gemaakt.''

,,Zodra ik eenmaal aan 'Socrates' verdediging' was begonnen, had ik daar ook vrede mee, want die ironische hooghartigheid bleef mij toch ook aantrekken. Maar het waren ook andere boeken. De 'Politeia' was een theoretisch werk en door mijn experiment wilde ik de theorie zo helder mogelijk naar voren halen. Maar mijn laatste vertalingen golden literaire beschrijvingen van concrete gebeurtenissen, al staan er in 'Faidon', dat eindigt met Socrates' drinken van de gifbeker, ook lange filosofische betogen-maar die vertaalde ik in dit geval zo precies mogelijk.''

,,Ik werkte in die periode ook aan de vertaling van Xenofons Griekse oorlogen. Simpele geschiedenissen, waarbij ik de tekst zo dicht mogelijk volgde omdat ik juist zo dicht mogelijk bij de Griekse omstandigheden wilde zijn, met de Atheense vloot die in de herfst door de regen van het ene naar het andere eiland voer.''

,,Die vertaling was begonnen als een vlucht uit de dorre wereld van de Leidse Universiteit waar ik toen in een medewerkerschap Straf- en strafprocesrecht was beland. Ook bizarre Herodotos' verhalen vertaalde ik toen zo letterlijk mogelijk, om een goede indruk te geven van het oudste literaire proza dat er geschreven is.''

,,Natuurlijk betrap ik me bij deze vertalingen op fouten, om maar niet eens te spreken van slechte vertalingen, ook al vertaal je misschien maar een paar regels per uur. Weten waar je moet ophouden is soms erg moeilijk. Hoe vaak wil je in de eerste proef, die bijvoorbeeld al de vierde versie is, niet nog een verbetering doorvoeren. Die je dan in je eerste versie terugvindt.''

Naast politieke theorie en literatuur heeft Koolschijn ook veel toneelstukken vertaald. Het ligt voor de hand te denken dat ook daar sprake was van een ontwikkeling van vrij naar letterlijk. Maar Koolschijn is voorzichtig met het woord 'ontwikkeling'.

,,Eigenlijk zou er geen eigen ontwikkeling mogen zijn in je vertaalwerk, want het gaat erom het werk van anderen recht te doen en hún werk moet dus de vorm van het jouwe bepalen. Ik beschouw het Politeia-experiment als een uitzondering. Ik zou het nooit meer zo doen.''

,,Toch kun je, vooral bij een zo ver van ons verwijderde taal als Grieks, eindeloos twisten over hoe je Grieken recht doet. Concentreer je je op de betekenis of op de vorm? Valt de betekenis wel los te maken van de vorm? Gek genoeg is het toneelvertalen bij Plato begonnen, toen Vonne van der Meer en Willem Jan Otten het 'Symposion' op het toneel brachten, wat eind jaren zeventig de aanleiding was om dat toch nog te vertalen.''

,,Mijn eerste Euripides-vertalingen, 'Medea' en 'Alkestis' uit de jaren tachtig liet ik, afgezien van de gezongen en gereciteerde gedeelten, nog als prozateksten afdrukken. Alsof het moderne toneelteksten waren. Het idee daarachter was wel vergelijkbaar met dat achter de Politeia-vertaling. Voor het Griekse toneelpubliek was de conventionele vorm van een toneeltekst, zoals van alle literatuur in het begin, poëzie. Het vervreemdende effect van een ritmische tekst op een Nederlands publiek dat daaraan juist helemaal niet meer gewend was, leek mij een vervalsing van de bedoelingen van de toneelschrijver, die niet voor de vorm maar voor de inhoud aandacht had willen vragen.''

,,Ook zijn de Griekse teksten wel gebonden aan een vast ritme, maar verder zonder eindrijm betrekkelijk vrij, ook door de vele enjambementen en vooral doordat de Griekse naamvallen en deelwoorden heel gevarieerde zinsconstructies mogelijk maken. En mijn Nederlands was dan wel proza, maar toch wel heel ritmisch, want zonder ritme kan geen toneeltekst klinken.''

,,Toch heb ik het proza-standpunt al snel verlaten. Een gesproken toneeltekst komt van nature al dicht in de buurt van het oorspronkelijke jambische ritme. Omdat ik geleidelijk gevoeliger werd voor de kracht van compactheid ben ik de teksten ook maar gaan opschrijven in regels van dezelfde omvang als het origineel. Toch vermeed ik een strak ritmisch schema. Ik wilde geen keurslijf. Dan had ik te veel concessies moeten doen wat de betekenis betreft. Het Nederlands heeft toch al zo veel meer woorden nodig: persoonlijke voornaamwoorden, lidwoorden, voorzetsels, hulpwerkwoorden, voegwoorden.''

In het streven de betekenis recht te doen is Koolschijn het verst gegaan in Aischylos' 'Het verhaal van Orestes'. ,,Daar ben ik bijna aan onderdoor gegaan. Aischylos' tekst is op zichzelf al moeilijk, maar daar komt bij dat de manuscript-overlevering heel twijfelachtig is. Dus we weten vaak niet wat Aischylos heeft geschreven. En als we het weten is het nog vaak onbegrijpelijk idioom. In plaats van uit te gaan van een enkele door een filoloog vastgestelde tekst en alleen in twijfelgevallen naar manuscript-varianten te kijken, heb ik geprobeerd het wiel helemaal opnieuw uit te vinden.''

Vertalen werd zo een drietrapsraket: eerst vaststellen wat Aischylos moest hebben geschreven, dan nagaan wat dat in godsnaam betekende en daarna pas proberen er Nederlands van te maken. ,,Nadenken in het luchtledige, slopend, want de bekendste filologen uit de geschiedenis spreken elkaar, en dat met veel aplomb, op een wonderbaarlijke manier tegen. Daar heb ik dus kritiek, niet in de eerste plaats op de vertaling, maar op mijn hele aanpak. En dat terwijl juist hier een voortreffelijk Nederlands commentaar bestaat. Maar ik wilde van niemand meer iets aannemen.''

,,Omdat ik zelf ook een classicus ben, is de verleiding groot te laten zien dat je echt wel weet wat de wetenschap heeft beweerd en ook wel beseft dat er voor allerlei passages een heel plausibele alternatieve verklaring bestaat. Je moet soms hele constructies op hun kop zetten, of zelfs afwijken van de letterlijke tekst om de betekenis te redden en voelt daarbij vaak de meer frikkerige soort onder de classici over je schouder meekijken. Het risico te schools te worden ligt om de hoek.''

De laatste jaren is Koolschijn steeds meer aan de vorm gaan hechten. Uiteindelijk is hij nu, voor de vertaling waarmee hij stopt, 'Sofokles' Oidipous', bij een strakke vijfvoeter beland. ,,Het vreemde is, je bent geneigd te denken dat zoiets het alleen nog maar lastiger maakt. Maar het tegendeel is waar. Het vaste ritme dwingt je in de richting van een keus. Knopen hak je makkelijker door. En je kunt jezelf troosten met de gedachte dat eventueel betekenisverlies wordt goedgemaakt door een hopelijk sterke vorm. Het had me veel gezwoeg bespaard als ik het altijd zo had gedaan. Wel blijft het natuurlijk afwachten of ik het ritme soepel genoeg heb gehanteerd om niet de natuurlijkheid aan te tasten die in de vrije vorm bereikt kon worden.''

,,Maar eerder nog dan kritiek op mijn vertalingen ben ik geneigd kritiek te leveren op dat hele vertalen zelf. Gisteren fietste ik toen het donker begon te worden door het bos. Het was koud en helder. In het westen was er tussen de donkere wolken nog een licht blauw in de lucht en aan de andere kant stond al een dunne maansikkel, scherp afgetekend en stralend witgeel. Het was stil. Mensen kunnen niet anders handelen dan ze deden, maar zoveel tijd van je leven aan woorden te hebben gegeven, was dat het beste?''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden