Weten als troost

Waardoor uiteindelijk de selectie werd bepaald die Wim Kayzer toepaste bij het zoeken naar geschikte personen voor zijn magistrale reeks 'Van de schoonheid en de Troost', wordt niet duidelijk. Tot nu toe lijkt internationale faam een belangrijker criterium te zijn dan specifieke deskundigheid. Maar het is ook niet gemakkelijk te zeggen, wie er op het terrein van troost als deskundig mag gelden. Is er wel iemand deskundig in verdriet en troost?

Het thema zelf lijkt te vragen om gevoelige en veelzijdige dilettanten die aardig uit hun woorden kunnen komen. Van de fysicus en Nobelprijs-winnaar Steven Weinberg (1933) kan niet gezegd worden dat hij een dilettant is; maar tegenover de vraag, welke troost het weten biedt, staat ook hij allicht machteloos en sceptisch. Waar hij hoog van opgeeft, is de schoonheid en de overtuigingskracht van formules. 'Wij zullen nooit een theorie aanvaarden, als die niet een overweldigende schoonheid heeft.' Maar, zegt hij, zelfs al zouden we alles weten over de kosmos en de schitterende wetten die daar heersen, dan nog is het maar de vraag of we daardoor iets wezenlijks zouden weten van de menselijke geest en als we daar alles van wisten, zou dat weten op zichzelf nog maar een heel magere troost bieden. In dat opzicht is ook hij dus een dilettant.

Vanouds hebben mensen troost gezocht in het weten, de zekerheid en de dwingende, elegante formulering daarvan, ook als het daarbij ging om een onverbiddelijk en oppermachtig lot, waar tegenover het weten geen enkele macht heeft.

Van Anaxagoras, een filosoof uit de tijd van Socrates, wordt verteld dat hij na het bericht dat zijn twee zonen in de oorlog waren gesneuveld, gezegd zou hebben: ,,Ik wist dat ik stervelingen had verwekt.' Ging hij daarna weer vrolijk fluitend aan het werk? Wat kan toch voor een vader de vertroostende waarde zijn van dit loze weten, als het gaat om een een zo vroege en absurde dood? En is er in het weten, hoe gedetailleerd ook, wel ooit meer te vinden dan een zo schrale en schrijnende troost als waarover ook Weinberg sprak? Het weten is alleen maar een troost zolang we niet verdrietig zijn.

De anekdote over Anaxagoras, telkens weer aangehaald en met theatraal stoïcisme nagedaan onder andere door Goethe, overbrugt op geen enkele manier de afstand tussen een weten en de wetten van realiteit en lot. Maar de gepassioneerde en ogenschijnlijk niet door melancholie geplaagde intellectueel die Weinberg is, meent op aandringen van de interviewer toch iets als troost te vinden in de overtuiging dat het altijd beter is te weten dan niet te weten en in een wereld vol spoken totaal overgeleverd te zijn aan het blinde noodlot. Als er niets anders te vinden is, moeten we daar genoegen mee nemen. Maar de ervaring leert ons ook dat een troost die het actuele verdriet niet bevestigt en er in feite zelfs niet in geïnteresseerd is, maar probeert het weg te redeneren, de meest ellendige therapie is die mensen elkaar kunnen aandoen. Dan is het beter te kijken naar spelende katjes of in de trouwe en melancholieke ogen van een hond die tevergeefs en aandoenlijk zijn best doet het baasje te begrijpen. Als het erop aankomt, is alles beter dan het geklep van de weters.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden