Westers voorbeeld maakt van Afrika een 'onbestuurbare auto'

Het leek zo goed te gaan met Afrika. Steeds meer landen verstootten hun dictatoren en schaften het eenpartijenstelsel af. Maar het leidde eerder tot meer chaos dan tot democratisering. Kenners zijn uiterst somber gestemd over de toekomst van het continent. Chaos en anarchie wordt verwacht, Afrika zal verdeelder raken dan het al is. En sommige landen zullen zelfs worden opgegeven door de westerse landen.

ESTHER BOOTSMA

Sterker nog, het invoeren van de democratie heeft in sommige gevallen geleid tot “onvoorziene consequenties”, zoals medewerker Stephen Ellis van het Afrika-studiecentrum in Leiden het uitdrukt. Tot staatsgrepen bijvoorbeeld, zoals in Nigeria drie jaar geleden, waar militairen de verkiezingsuitslag niet accepteerden en andere generaals de macht overnamen. Of tot burgeroorlogen.

Steeds meer Afrika-kenners leggen een link tussen de westerse eis tot democratisering in Rwanda (dus tot samenwerking van Hutu's en Tutsi's) en de volkerenmoord in 1994. De politieke modernisering moest te snel, waardoor het kruitvat explodeerde. “En kijk naar radio mille collines?” zegt Ellis over de Hutu-zender die tot moord en doodslag aanzette. “Vrije pers is een groot goed, maar in sommige landen levensgevaarlijk.”

Rwanda en Burundi zijn niet de enige conflictgebieden in Afrika. In de burgeroorlogen in Liberia en Sierra Leone worden handen en hoofden afgehakt, in Soedan wordt de bevolking van het zuiden hardhandig onderdrukt, in Somalië staan clans elkaar naar het leven. En ook in min-of-meer democratische landen worden tal van afgelegen oorlogjes uitgevochten.

Maar, zegt Ellis, dat is niet de belangrijkste reden waarom je de politieke hervormingen in Afrika als mislukt kunt beschouwen. “De bedoeling was dat de democratisering zou leiden tot een beter bestuur. Dat is echter, op enkele uitzonderingen na, niet gebeurd. Om donorlanden tevreden te stellen zijn de politieke instituten wel naar westerse eisen gemodelleerd, maar het is allemaal nep. Een façade waarmee de werkelijke macht wordt gecamoufleerd.”

Een goed georganiseerde burgermaatschappij is vrijwel overal afwezig. “Het westen praat met een vriendelijke minister die geen enkele macht blijkt te hebben. Of je denkt je geld aan een vrouwenorganisatie te geven, terwijl je zonder het te weten juist de regeringspartij spekt.”

Het woord corruptie vindt hij niet van toepassing op Afrika, omdat het 'de norm' is. “Het is misschien geen fraai systeem, maar de machtsverhoudingen zijn er nu eenmaal gebaseerd op patronage. Ik heb vrienden die in Harvard of aan de Sorbonne studeerden en nu hoge posities bekleden. Ze zeggen dat ze tegen hun zin hun achterban wel móeten begunstigen, hun vrienden en tantes, anders raken ze hun baan kwijt.”

In Afrika kun je immers alleen macht uitoefenen als je de middelen beheerst, zodat je kunt uitdelen. Daarom staan de meeste presidenten ook aan het hoofd van de informele economie. En daarom is het zo'n drama als ze door verkiezingen hun macht moeten afstaan. “In Nederland ben je verplicht om af te treden als je verliest. Maar in Afrika ben je zonder macht nergens meer, dan kun je niet eens zakenman worden.”

Deze cultuur is weliswaar de pest voor het democratisch model, maar in bovenstaande gevallen is er tenminste nog sprake van een staat. Nog lastiger, en volgens Ellis een trend die zich zal doorzetten, zijn de landen waar krijgsheren het voor het zeggen hebben, zoals Liberia, Somalië en Zaiëe. “Politiek-economische ondernemers”, noemt hij ze: mannen die met de wapen- en drugshandel, maar ook door handel in auto's of voedselhulp, bepaalde delen van het land beheersen. In dergelijke landen heeft het Westen niets in te brengen, omdat het er geen duidelijke gesprekspartners heeft.

Ellis: “Ik vergelijk onze relatie met Afrika dan ook steeds meer met een onbestuurbare auto”.

En dat terwijl de vooruitzichten zo hoopvol waren, zes jaar geleden. Als dominostenen gingen de landen ten zuiden van de Sahara over tot een meerpartijenstelsel. Waren er voor 1989 slechts vier staten min-of-meer democratisch (Botswana, Senegal, Mauritius en Gambia), nadien zijn er in 35 van de 48 landen verkiezingen gehouden. Niet altijd vrij en eerlijk, maar toch, Afrika leek het tijdperk van de democratie in te gaan.

Hoewel politicologen deze Afrikaanse Lente het liefst toeschrijven aan westerse druk, was ze volgens Ellis vooral te danken aan protesten op het continent zelf. Geplaagd door de economische crisis hadden de mensen schoon genoeg van hun kleptocratische alleenheersers die alles naar de knoppen hielpen. “Bovendien was er een nieuwe generatie opgegroeid. Jonge mensen hadden niet meer automatisch ontzag voor de onafhankelijkheidsleiders uit de jaren zestig.” Volgens Ellis was het eenpartijstelsel dan ook ten dode opgeschreven, toen van Gabon tot Kenia vrije verkiezingen werden geëist.

Het einde van de Koude Oorlog gaf de Afrikanen een steun in de rug. De Russen en Amerikanen hadden geen strategische invloedssferen meer nodig na de ineenstorting van de Sovjet-Unie. Het Westen kon daardoor de machthebbers in Afrika kritischer aanpakken. Schendingen van mensenrechten werden niet langer door de vingers gezien, en bovenop de economische voorwaarden uit de jaren tachtig kwamen politieke voorwaarden. De Franse president Mitterrand gaf in 1990 op een conferentie in La Baule het startschot. Tegen de leiders van voormalige Franse koloniën zei hij, vrij vertaald: jullie moeten democratiseren, anders krijgen jullie geen hulp meer.

Het eerste land dat daaraan gehoor gaf was Benin, waar de marxistische machthebber Kérékou plaats moest maken voor een gekozen president, Soglo, die bij de Wereldbank had gewerkt en meteen straffe maatregelen nam om de economie gezond te maken. “Benin werd de afgelopen jaren een succes met een grote S genoemd”, aldus Ellis.

Ironisch genoeg blijkt nu dat de Beninezen zelf bepaald niet tevreden waren. In de verkiezingen vorige maand haalden ze de voormalige marxist weer binnen. Kérékou zegt weliswaar nu christen-democraat te zijn, maar de come-back van de alleenheerser baart Afrika-kenners toch zorgen. (Mede omdat later dit jaar in Zambia hetzelfde dreigt te gebeuren met de terugkeer van Kenneth Kaunda.) Bovendien verdienden de verkiezingen van democratisch paradepaardje Benin geen schoonheidsprijs. Geweerschoten en een rechterlijke uitspraak kwamen er aan te pas voordat verliezer Soglo zijn nederlaag wilde toegeven.

Het belooft wat voor de vele verkiezingen dit jaar in onder meer Tsjaad, Ghana, Zambia, Liberia en Kenia. De recente stembusstrijd in Zimbabwe verdiende die naam eigenlijk niet eens. President Mugabe had het zijn tegenkandidaten zo onmogelijk gemaakt campagne te voeren, dat ze zich vlak voor de verkiezingen van 6 maart terugtrokken. Hierdoor bleef er één kandidaat over: Mugabe zelf, die al sinds 1980 aan de macht is.

Het toont dat veel Afrikaanse machthebbers het spel 'Democratie' gewiekst hebben leren spelen. Ze stellen donorlanden tevreden door verkiezingen te houden, maar weten de boel zo te manipuleren dat ze niet verliezen. Met documentaires over zichzelf, geknoei met kieslijsten, wijzigingen van de kieswet en gewelddadige intimidatie. Sommige leiders, zoals president Moi (Kenia) en Eyadema (Togo), staan hierdoor nu zelfs sterker dan eind jaren tachtig. De democratisering heeft hun macht gelegitimeerd.

Een probleem is dat oppositiepartijen meestal zwak zijn. Doordat het IMF en de Wereldbank de landen opleggen hoe ze met hun geld moeten omgaan, kan de oppositie nauwelijks met een afwijkend programma komen. De partijen zijn vaak slecht geinformeerd en komen niet verder dan vage leuzen. En als oppositiekandidaten iets meer lijken voor te stellen, zoals natuurbeschermer Richard Leakey in Kenia, dan trekken de machthebbers spelregels uit de kast om ze van verkiezingen uit te sluiten.

Tot de schrik van Stephen Ellis gebeurde dit vorig jaar ook in Ivoorkust. Daar liet president Bedié de bij moslims populaire oppositieleider Ouattara van verkiezingen uitsluiten, omdat die van oorsprong uit Burkina Faso komt. Deze kieswetswijziging leidde tot felle debatten, niet alleen tussen moslims en christenen, maar ook tussen etnische groepen. Ellis: “De Wereldbank is tevreden over Ivoorkust, maar ik maak me grote zorgen. Er zijn overal wapens te koop, men heeft er vele banden met krijgsheren in omringende landen. Het kan er volgens mij zo ontploffen, net als in Liberia, waar we ook dachten dat er de vriendelijkste, rustigste mensen van Afrika woonden.”

Onrust als gevólg van democratisering is iets waar ook andere Afrika-kenners op wijzen, zoals Marina Ottaway van de Georgetown universiteit in Washington. Met name door de slechte economie zijn politieke partijen geneigd op de etnische of religieuze toer te gaan. Ottoway: “Er bestaat ten onrechte een gevoel dat verkiezingen, hoe imperfect ook, altijd een stap in de goede richting zijn.”

Maar zonder goede democratische structuur wordt soms de macht gerechtvaardigd van leiders die dit niet verdienen. En nog erger zijn de gewelddadige reacties van verliezers, zoals in Angola en Nigeria. Volgens een onderzoek van Ottaway hebben de verkiezingen in 17 van de 35 landen nauwelijks tot democratische verbeteringen geleid.

Maar volgens Stephen Ellis is het niet alleen kommer en kwel. “Dat er in de meeste landen vrije pers is, is een enorme vooruitgang. Er zijn momenteel veel ongelooflijk dappere journalisten. Hun artikelen hebben weliswaar niet geleid tot een beter bestuur, maar de klok van de persvrijheid valt niet meer terug te draaien.”

En er zijn ook successen te melden, met als beste voorbeeld de afschaffing van de apartheid in Zuid-Afrika. Als de democratisering daar een blijvertje wordt, dan kan dat weleens een positieve uitstraling naar het hele continent hebben. Maar, vindt Ellis, we moeten ook bewondering hebben voor landen die niet democratisch zijn volgens ónze normen, maar waar het wel beter gaat dan vroeger. Ethiopië bijvoorbeeld, of Oeganda. Met name dat laatste land is de lieveling van donoren, ook al staat president Museveni wel oppositie, maar geen partijen toe.

“In Oeganda zijn nu veel minder schendingen van mensenrechten dan in de tijd van Idi Amin. Er is economische groei. Dat moeten we belonen”, vindt Ellis. En hij staat daarin niet alleen. In Den Haag merkt hij het nog niet zo, maar in Brussel en Parijs geloven beleidsmakers steeds minder in absolute democratisering in Afrika. “Ze zijn bezorgd. Hun hoogste prioriteit is het einde van de burgeroorlogen.”

Elke maand raakt het Westen er volgens Ellis meer van overtuigd dat stabiliteit het belangrijkst is. En dat je dat niet kunt bereiken door meerpartijenstelsels op te leggen. “Afrika is veel diverser dan Europa, dat wordt weleens vergeten.” In Ethiopië bijvoorbeeld, wordt geëxperimenteerd met een verzuiling langs etnische lijnen, terwijl dat in andere landen nergens op zou slaan.

Ellis verwacht dat de onderlinge verschillen op het continent toenemen. Hij vreest dat in meer landen de staat straks nauwelijks meer zal bestaan. Er zal chaos en anarchie heersen, en gewelddadige krijgsheren, die vooral in West-Afrika meer banden krijgen met de internationale mafia, hebben het voor het zeggen.

In deze staten zullen alleen 'transacties' plaatsvinden, en geen lange-termijninvesteringen. Afrika zal kortom verdeelder raken. Vreedzame landen als Ghana en Oeganda zullen volop steun krijgen van westerse donoren en investeerders, terwijl die over landen als Zaïre, Rwanda en Somalië op een gegeven moment zullen zeggen: “Sorry, daar kunnen we niks meer aan doen.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden