Westen verdeeld over voorwaarde hulp

AMSTERDAM - Ze hebben nog geen botje kunnen opgraven en geen ooggetuige kunnen spreken. De 23 VN-onderzoekers naar vermeende massagraven in Congo zitten al zes weken duimen te draaien in hun hotel in Kinshasa. Gefrustreerd door de vertragingstactiek van president Kabila besloten de VN deze week de leiders van het onderzoeksteam “voor overleg” terug te roepen naar New York.

ESTHER BOOTSMA

Het is een vervelend kat-en-muis-spel aan het worden, dat het Westen voor een pittig dilemma stelt. Het wil immers Laurent Kabila graag helpen om het geruïneerde voormalige Zaïre weer op te bouwen, maar dan moet hij wel meewerken aan het mensenrechtenonderzoek. Sinds het VN-team op 24 augustus in de Congolese hoofdstad arriveerde, verzint de president echter telkens argumenten om het onderzoek te dwarsbomen. De ene dag zegt hij dat het team mag afreizen naar het oosten van Congo waar de meeste Rwandese Hutu-vluchtelingen zouden zijn gedood, de volgende dag verbindt Kabila er weer nieuwe voorwaarden aan. Of beschuldigt hij de VN plotseling van “inmenging in politieke aangelegenheden”, en trekt hij de toestemming weer in.

De VN hebben al veel concessies aan Kabila gedaan. Zo is op zijn verzoek het onderzoek uitgebreid naar alle mensenrechtenschendingen vanaf 1993, toen Mobutu nog aan de macht was. Ook hebben de VN de vorige teamleider, de Chileen Roberto Garreton, van het onderzoek afgehaald. Kabila was immers woest op Garreton, omdat die na een korte inspectie in juni al concludeerde dat er afgelopen jaar duizenden Rwandese vluchtelingen in Oost-Congo zijn afgeslacht.

De Chileen werd daarom vervangen door de Togolees Atsu-Koffi Amega. Maar tegen deze onderzoeksleider heeft Congo nu óók bezwaar. Amega was in Mobutu's tijd in Kinshasa een diplomaat van Togo, een land waar Mobutu goede banden mee onderhield en zelfs aanvankelijk heenvluchtte toen hij door Kabila werd verdreven. De Togolees is eergisteren teruggeroepen naar New York, samen met een Amerikaanse en een Canadese teamleider.

Door al deze vertraging heeft de Congolese regering steeds meer tijd om mogelijke massagraven op te ruimen, botten te verbranden en ooggetuigen te intimideren of vast te zetten. Zo meldden kerkfunctionarissen en hulpverleners in Kisangani vorige week de arrestatie van de chauffeur van een tractor die zou zijn gebruikt om lijken in een graf te schuiven. En bevestigt de Belgische ambassade de aanhouding van een Belgische boer, de eigenaar van het stuk land rondom dit massagraf.

Tijdwinst wordt beschouwd als Kabila's belangrijkste argument om het onderzoek te dwarsbomen. Maar tegelijk schuilt er een dieper conflict achter: Kabila en zijn beschermheren in Rwanda moeten weinig hebben van westerse bemoeienis. Vooral de Rwandese regering heeft een hekel aan de Verenigde Naties, die in 1994 immers niets deden om de volkerenmoord op Tutsi's te verhinderen en vervolgens wél de Hutu-milities onderdak gaven in de vluchtelingenkampen in Oost-Zaïre.

Doordat Rwanda dit probleem van de herbewapende Hutu-extremisten zelf heeft opgelost, heeft ook dat land heel wat te duchten als de waarheid over de massagraven boven tafel komt. Rwanda gaf grootscheepse militaire steun aan Kabila om Mobutu te verdrijven, in ruil mochten Rwandese soldaten ongehinderd huishouden onder de Hutu-vluchtelingen. Volgens ooggetuigen en hulpverleners hebben Rwandese doodseskaders niet alleen de mannen, maar ook duizenden Hutu-vrouwen en kinderen bruut afgeslacht. Nog altijd zijn er volgens de VN-vluchtelingenorganisatie 200 000 vluchtelingen 'zoek' in Oost-Congo.

Deze cijfers zijn overigens wel omstreden. Rwanda zegt bijvoorbeeld dat bijna alle Hutu's terug zijn, en dat er nauwelijks vluchtelingen meer 'vermist' worden. Maar van westerse snuffelaars in Oost-Congo wil Rwanda niets weten, en de Rwandese sterke man Paul Kagame oefent dan ook grote druk uit op Kabila om het VN-onderzoek te dwarsbomen. Wij Afrikanen hebben op eigen houtje Mobutu verjaagd en de Hutu-bolwerken opgerold, nu moet het Westen niet zeuren, is zijn gedachtengang grofweg samengevat.

Maar ondertussen hebben Rwanda en vooral het immens grote Congo wel hulp nodig. En heeft het Westen dus een dilemma. VN-secretaris-generaal Kofi Annan heeft gedreigd Congo geen hulp te geven als de onderzoekers niet hun gang mogen gaan, maar in de internationale gemeenschap gaan ook stemmen op om Kabila hoe dan ook te steunen.

Het door Mobutu volledig leeggeplunderde land moet immers zo snel mogelijk op orde komen. Er zijn wegen nodig voor het transport van goederen, de mijnbouw moet weer op gang komen, salarissen van ambtenaren moeten worden uitbetaald. Zonder deze voorwaarden is het risico van nieuwe conflicten groot, zeggen sommige donoren. Ze gunnen Kabila daarom het voordeel van de twijfel, ook al heeft hij politieke partijen verboden en leunt hij tot ergernis van zijn volk nog zwaar op zijn Rwandese adviseurs. Maar door hem te isoleren zal hij zich vermoedelijk nog autoritairder gaan opstellen, zeggen voorstanders van hulp. Een van hen, een Amerikaanse regeringsfunctionaris, riep daarom onlangs uit dat mensenrechtenorganisaties “even een tijdje hun kop moeten houden”.

Maar VN-baas Kofi Annan, die juist de mensenrechten een hogere prioriteit wil geven, kan moeilijk buigen voor Kabila's obstructie. De wereld mag de massagraven in Oost-Congo niet links laten liggen, vinden hij en activisten voor de mensenrechten. Het zou immers een teken zijn dat regeringen en inwoners van centraal Afrika ongestraft hun gang kunnen gaan, en dat voorspelt weinig goeds voor de toekomst. “Een nieuw Congo opbouwen op de botten en het as van vluchtelingen is een formule voor nieuw geweld en instabiliteit op de lange termijn, niet alleen in Congo, maar in het hele gebied van de Grote Meren”, schreef Scott Campbell, adviseur van Human Rights Watch Africa onlangs, na een recent bezoek aan Oost-Congo waar hij de botten van 'tienduizenden' vermoorde vluchtelingen zag.

De Verenigde Staten overwegen nu een gezant naar Midden-Afrika te sturen om de muurvast zittende kwestie op te lossen. Hij zal twee weken lang gesprekken voeren met de leiders van Congo, Rwanda en andere landen in de regio.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden