Westen mag honger Afrika niet overdrijven

Niet honger maar slechte medische hulp is het grote probleem in Afrika. Maar hulporganisaties hebben meer baat bij foto's van magere kinderen.

door Gerbert van der Aa

De ernst van hongersnood in Afrika wordt vaak overdreven. De crisis die vorige zomer het West-Afrikaanse Niger teisterde was minder erg dan aanvankelijk werd beweerd, zo erkent inmiddels de Nederlandse regering. Ook de problemen in Oost-Afrika, waar volgens het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties de komende maanden meer dan tien miljoen mensen buitenlandse voedselhulp nodig hebben, zijn niet zo ernstig als hulpverleners beweren.

'De hongersnood die een halfjaar geleden werd voorspeld in Malawi heeft nooit plaatsgevonden', zei Thandika Mkandawire, directeur van UNRISD (United Nations Research Institute for Social Development). Volgens Mkandawire, afkomstig uit Malawi, maakte de regering al in een vroeg stadium geld vrij om extra voedsel te kopen. ,,Malawi heeft het probleem zelf opgelost, zonder hulp van buiten. Droge en natte jaren wisselen elkaar af, zoals al eeuwen de gewoonte is. Daardoor gaat er nu meer vee dood dan normaal. Maar dat mensen zonder internationale hulp massaal dreigen te sterven, is gewoon niet waar.''

De vraag is waarom internationale hulporganisaties de situatie overdrijven en telkens opnieuw de noodklok luiden. Jan Egeland, VN-coördinator voor Humanitaire Zaken, sprak vorige zomer meerdere malen over een noodsituatie in Niger. Fotografen reisden op uitnodiging van hulporganisaties naar het land om de ellende in beeld te brengen. De winnaar van de World Press Photo was een foto uit Niger. Veel hulporganisaties houden de wereld voor de gek', aldus landbouwdeskundige Maurice Mamanlawal Salé uit Niger. Salé, die voor de particuliere stichting Eden werkt, beweert dat de foto's van broodmagere kinderen die in de media verschijnen veelal een valse voorstelling van zaken geven: ,,Organisaties als Artsen zonder Grenzen sturen fotografen af op zieke kinderen en beweren dan dat die kinderen slachtoffer zijn van hongersnood. Zo wordt het westerse publiek voorgelogen. Hulporganisaties zijn vaak meer bezig met zichzelf dan met de mensen voor wie ze zeggen op te komen.''

De voedselhulp dupeert de lokale boeren, die bijna overal in Afrika de meerderheid van de bevolking vormen. Door de massale gratis hulp uit het buitenland, die vaak lijdt tot overaanbod, zakken de prijzen van hun agrarische producten. De inspanningen van Afrikaanse boeren om ondanks de moeilijke omstandigheden toch gewassen te verbouwen, worden niet beloond. Buitenlandse voedselhulp maakt daardoor vaak meer kapot dan het opbouwt. Om lokale boeren niet kapot te maken geven sommige hulporganisaties, tegenwoordig geld in plaats van voedsel aan hongerende mensen.

In zijn veelgeprezen boek 'Famine that kills', gebaseerd op veldonderzoek in Darfur, laat de Britse antropoloog Alex de Waal zien dat niet honger maar slechte gezondheidszorg de belangrijkste oorzaak is van ziekte en dood in Afrika. 'Ook als Afrikanen goed te eten hebben, zijn de sterftecijfers hoog', schrijft hij. Ziektes als malaria, aids en mazelen eisen meer slachtoffers dan honger. 'Als Westerse hulpverleners Afrika echt willen helpen zouden ze hun aandacht moeten richten op verbetering van de gezondheidszorg.'

Desondanks ziet het grote publiek in Amerika en Europa weinig kwaad in voedselhulp. Die mensen zijn hartstikke arm, zo valt te horen, ook als er geen sprake is van hongersnood kunnen zij gratis hulp prima gebruiken. Westerlingen krijgen zo'n goed gevoel als ze arme mensen helpen, dat ze de vraag of hun hulp het gewenste effect heeft niet eens meer stellen. Die kortzichtigheid wordt een steeds groter probleem in de internationale hulpindustrie.

Frederic Mousseau, voedselexpert van het Amerikaanse Oakland Institute, schrijft in een recent stuk op internet dat waarschuwingen voor hongersnood vaak een politiek doel hebben. 'Westerse donoren en de VN overdreven de hongercrisis van 2002/2003 in Zimbabwe om het regime van president Mugabe in een kwaad daglicht te stellen', schrijft Mousseau. 'Internationale hulporganisaties kwamen massaal in actie, maar in werkelijkheid stond Zimbabwe helemaal niet op de rand van een hongersnood.'

Structurele aandacht voor gezondheidszorg, goed doordachte steun aan lokale boeren en gelddonaties aan hongerende mensen lijken veel nuttigere vormen van hulp dan de voedseldistributies van de VN en het Rode Kruis. Het uiteindelijke doel van hulp is immers dat Afrikanen op termijn zichzelf leren helpen. De overdreven rampscenario's van westerse hulporganisaties hebben het gevaar in zich dat ze het grote publiek afstompen, verhalen over dreigende humanitaire rampen worden steeds minder serieus genomen. Daardoor ontstaat het gevaar dat hulp bij een echte hongersnood te laat komt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden