Essay

Westen, leer het nou. Bij een interventie grijp je in, bouw je op en dan vertrek je weer

Gewonden mannen ontvluchten Baghouz, het laatste bastion van IS. Beeld Eddy van Wessel

De strijd tegen het IS-kalifaat duurde onnodig lang, vindt oorlogsverslaggever Hans Jaap Melissen. Vooral doordat het Westen geen grondtroepen wilde inzetten. De gevolgen zijn verstrekkend.

Het was eind juni 2014 toen de ‘Islamitische Staat’ werd uitgeroepen. Een paar dagen later volgde de officiële oprichtingshandeling: een preek van IS-leider Abu Bakr al-Baghdadi in een moskee in Mosul, Irak. Het was 23 maart 2019 toen de overwinning op IS werd uitgeroepen. Bijna vijf jaar later: dat is net zo lang als in Nederland de Tweede Wereldoorlog heeft geduurd. En toen die oorlog ‘voorbij’ werd verklaard, was die ook echt voorbij. Er was nauwelijks sprake van een guerrilla door nazi’s die verder wilden gaan met de strijd. Er was een plan voor wederopbouw. Er was een plan hoe om te gaan met gevangengenomen nazi’s.

Hoe anders is dat nu met IS.

“Door te weigeren om zelf deel te nemen aan grondgevechten hebben we het conflict onnodig lang laten duren en bijgedragen aan een oplopend aantal slachtoffers onder de burgerbevolking”, zei de Franse kolonel François-Régis Legrier. Hij leidde een artillerie-eenheid die op afstand op IS stond te schieten. Zijn harde kritiek sloeg op de manier waarop het Westen de oorlog tegen IS voerde. “Waarom zou je een leger hebben als je dat niet durft te gebruiken?”

Legrier verbaasde zich erover dat het Westen het niet had aangedurfd om meer grondtroepen in te zetten. Uiteraard, er zijn special forces van verschillende landen ingezet, maar vooral in een begeleidende rol. Een deel moest bijvoorbeeld doelen aanwijzen voor westerse vliegtuigen. En er werd dus met artillerie geschoten.

De Franse kolonel werd voor zijn verbale kanonskogel publiek op de vingers getikt door zijn meerderen, maar dat weerlegt zijn kritiek niet. Had het Westen niet veel sneller het grondgevecht tegen IS in eigen hand moeten nemen? Tegen een vijand die geen luchtmacht had, en geen hypermoderne bommen, misschien op een aantal buitgemaakte geleide antitankwapens na.

Bezettingsmacht

De officiële lijn was vijf jaar geleden dat lokale troepen de grondoorlog tegen IS zouden voeren. Er moest te allen tijde worden voorkomen dat westerse troepen weer als een bezettingsmacht zouden rondrijden in het Midden-Oosten. En er mochten niet te veel slachtoffers aan westerse kant vallen. Men wilde kortom vooral geen nieuw Irak van na 2003, waarbij er eindeloos aanslagen op westerse troepen werden gepleegd.

Maar het lijkt alsof het Westen twee Irak-oorlogen door elkaar heeft gehaald. Immers: in de strijd tegen IS was vooral een verdrijvingsmacht nodig. Dus niet Irak 2003, maar meer Irak 1991 - toen een westerse coalitie besloot Iraakse troepen te verjagen uit Koeweit, dat ze het jaar daarvoor waren binnengevallen.

In het Irak van 2003 werd de verdrijvingsmacht die Saddam Hoessein kwam omverwerpen eigenlijk ongepland een bezettingsleger dat zich vastreed in het Iraakse moeras. Hetzelfde gebeurde in Afghanistan, waar Amerikaanse troepen nog steeds aanwezig zijn, bijna achttien jaar na 9/11. Zeker bij langdurige aanwezigheid word je, als buitenlandse bezéttingsmacht, vanzelf onderdeel van het probleem in plaats van de oplossing.

De keuze om in de strijd tegen IS niet zelf een verdrijvingsmacht samen te stellen, maar lokale partners de grondoorlog te laten voeren, was om te beginnen niet de snelste oplossing. In Irak moesten eerst nog troepen worden opgeleid en bewapend: IS had veel materieel buitgemaakt op het Iraakse leger, militairen vermoord en een deel van de soldaten was er definitief vandoor gegaan. Een ander deel van de grondtroepen werd gevormd door de Iraakse Koerden, die meededen met hun Peshmerga militairen, soms oneerbiedig een checkpoint-leger genoemd, omdat de jonge generatie Peshmerga’s geen gevechtservaring had.

‘Niet-dodelijke hulp’

Ook in Syrië moesten de lokale Koerdische troepen training en materieel krijgen. En omdat ze gingen samenwerken met Arabische milities, werd het ook tijd voor een naamswijziging die vooral de Amerikanen en andere westerse landen tevreden moest stellen: Syrische Democratische Strijdkrachten. Democratie als toverwoord, om te doen alsof de lokale troepen eigenlijk gewoon een kopie van een westers leger waren. Hooguit nog met een L op het dak en een westerse rij-instructeur ernaast.

Dan had je nog andere Arabische milities in Syrië, waar ook Nederland materiaal aan leverde, zoals terreinwagens en uniformen, allemaal bedoeld als ‘niet-dodelijke hulp’, in zowel de strijd tegen Assad als tegen IS. We weten inmiddels, dankzij Trouw en ‘Nieuwsuur’, waar dat ook toe heeft geleid. Door Nederland geleverde spullen zijn in handen gekomen van milities met dubieuze banden of slechte reputaties op het gebied van mensenrechten.

De aanval op het Iraakse Mosul, de grootste stad die IS in handen had, begon in oktober 2016. De aanval op IS-hoofdstad Raqqa in juni 2017. Kostbare tijd was intussen verloren gegaan sinds die beruchte zomer van 2014. Tijd waarin IS zijn terreurbewind kon uitbouwen, Yezidi’s verkrachtte en vermoordde en intussen nog steeds nieuwe leden zag arriveren vanuit het buitenland. Ook kon IS strijders terugsturen naar Europa om daar aanslagen te plegen.

Beeld Eddy van Wessel

Kalifaatkinderen

Bovendien bleek ook voortplanting onderdeel van de IS-strategie. Wat opviel bij de recente exodus van IS-vrouwen uit het laatste stukje IS-gebied, het Syrische dorp Baghouz, was dat ze vooral hadden gediend als broedmachines voor een uitdijend kalifaat. In hun kielzog liepen bijna altijd meerdere kinderen, vaak onder de 5 jaar: geboren en getogen in het kalifaat.

Die vrouwen en hun kinderen vormen nu een probleem dat op z’n minst beperkter was geweest als de oorlog maar twee jaar had geduurd, en was gevoerd door professionele troepen die niet eerst moesten worden opgeleid en bewapend.

De keuze voor lokale troepen betekende voor het Westen vooral ook een keuze voor bombardementen: met straaljagers en drones boven een gebied cirkelen en dan mikken.

Dat ook de westerse aanval met grof geweld ging, is goed te zien in Raqqa. Hele delen van de stad zijn platgebombardeerd, om het de grondtroepen makkelijker te maken de stad in te nemen. Dat zie je op veel meer plekken in het voormalige kalifaat. Bovendien zijn er nu nauwelijks plannen - lokaal of internationaal - om deze steden en dorpen weer op te bouwen, en als er al een plan is, dan ontbreekt het geld ervoor of is er verdeeldheid over wat prioriteit verdient.

Nederland deed mee aan deze bombardementen, al blijft geheim waar en wanneer ‘onze’ bommen vielen. Nederland wist ook dat deze oorlog met grote verwoestingen gepaard zou gaan, maar heeft geen voorwaarden gesteld aan deelname. Waarom is die deelname niet gekoppeld aan een plan met geld voor reconstructie? Of zoals de Franse kolonel zei: “We hebben op grote schaal de infrastructuur vernietigd en we hebben de lokale bevolking een afschuwelijk beeld gegeven van hoe een westerse bevrijding eruitziet, die zaden achterlaat van een aankomende opstand van een nieuwe vijand.”

‘Koran-belt’ 

En er is nog een probleem. Het Westen mocht de oorlog tegen IS niet op de grond voeren, om zo geen bezettingsmacht te worden; de keuze voor lokale partners zou voorkomen dat inwoners ineens allemaal ‘vreemden’ in hun straten zagen. Maar de facto is er nu zowel in Irak als Syrië nog steeds een bezettingsmacht in delen van het voormalige kalifaat. Het belangrijkste stuk van de Islamitische Staat lag in wat je de ‘Koran-belt’ zou kunnen noemen: een gebied waar veelal conservatieve, soennitische Arabieren wonen. Die hebben er in Irak sjiitische milities voor teruggekregen, een godsdienstige aartsvijand. En in Syrië moeten veel conservatieve Arabieren voorlopig leven onder een door Koerden gedomineerde regionale overheid. Die heeft volgens hen veel te moderne ideeën, vooral over de rol van vrouwen in de maatschappij.

Als het Westen de strijd in eigen hand had gehouden, dan had je ten eerste vermoedelijk een snellere oorlog gehad tegen een kleiner en minder ingegraven IS. Ten tweede had je tegelijkertijd een lokale troepenmacht kunnen trainen en voorbereiden voor het handhaven van de orde na de val van IS. Nu zijn juist veel lokale grondtroepen gestorven in de strijd. De SDF, de Syrische Democratische Strijdkrachten, maakten bij de inname van het laatste stukje kalifaat bekend dat zij 11.000 strijders, mannen en vrouwen, zijn kwijtgeraakt in de vijf jaar durende oorlog tegen IS.

Lokale troepen

Als je had gekozen voor een groter bestanddeel westerse troepen, dan was dat aantal lokale doden ongetwijfeld lager geweest. Het dodental onder westerse troepen was dan niet evenredig hoger geweest, want zij zijn veel beter uitgerust. De lokale troepen, zowel in Syrië als Irak, ontbrak het aan van alles: kogelwerende vesten, helmen, nachtkijkers. Ze vroegen mijn collega’s en mij soms of we onze verrekijkers wilden afstaan.

Volgens de Franse kolonel hadden in de laatste zes maanden van de strijd tegen IS duizend westerse militairen al een groot verschil kunnen maken, waarbij er minder burgerdoden waren gevallen en minder schade was veroorzaakt.

Natuurlijk zouden er dan waarschijnlijk ook doden zijn gevallen onder westerse troepen. En natuurlijk zou dat tot politieke consternatie hebben geleid in de landen van herkomst. Maar de vraag is hoe natuurlijk dat is. We zijn bijna verleerd dat doodgaan nu eenmaal een beroepsrisico is voor militairen. We zijn in veel westerse landen heel ver van de oorlog af komen te staan. In Nederland stellen we onze buitenlandse militaire operaties vooral voor als opbouw-, inlichtingen- of opleidingsmissies. Of we benadrukken dat we ‘niet-dodelijke’ hulp geven, zoals die jeeps en uniformen. Alsof die niet ook gewoon onderdeel zijn van een dodelijke strijd.

Om met kolonel Legrier te spreken: waarom heb je een leger, als je dat niet durft in te zetten? Wie tegenwerpt dat ‘we’ daar niets te zoeken hebben en dat ‘ze’ (de lokale mensen) het maar op moeten knappen: de IS-vijand bestond voor een belangrijk deel uit internationale strijders. Waarom zou je niet juist tegenover zo’n internationaal verbond van terroristen ook op de grond een internationale troepenmacht zetten - let wel een tijdelijke verdrijvingsmacht, geen bezettingsmacht.

Iraakse troepen in de strijd om Mosul in 2016. Beeld Eddy van Wessel

Nog niet weg

Bovendien is IS ook nog eens een exponent van een probleem dat het Westen zelf heeft verergerd. Islamitisch extremisme bestond al langer, maar de voorloper van IS (‘Al Qaida in Irak’) kon ontstaan door een onnodige en ondoordachte Amerikaanse/Britse invasie van Irak in 2003. Die invasie heeft ons wel lessen geleerd, die nog steeds belangrijk zijn. We weten al sinds 2003 dat er grote problemen ontstaan als er ten eerste geen adequate wederopbouw komt en ten tweede als soennitische Arabieren in een sfeer moeten wonen waar zij alleen maar worden gezien als medeplichtig aan terreur - een deel van hen is dat, een ander deel is ook slachtoffer. En we weten dat groepen als Al Qaeda of IS graag gebied offeren, om onder te duiken en over te gaan op de guerrilla-stand.

Daarom is het om te beginnen belangrijk dat de Amerikaanse troepen zich nu nog niet terugtrekken uit Noord-Syrië. Ze zitten daar immers niet als bezettingsmacht met checkpoints en dergelijke. Nee, ze zijn een verdrijvingsmacht. Hun vertrek zou de Syrische Koerden kwetsbaar maken voor een Turkse inval. Bovendien is het gevecht tegen IS nog niet voorbij. Daar is zeker nog hulp bij nodig. Trump heeft aangekondigd dat daar in ieder geval tweehonderd Amerikaanse troepen blijven.

Intussen zou vaart moeten worden gemaakt met een soort Marshall-plan voor het gebied. Een internationale conferentie voor de wederopbouw zou kans van slagen hebben als landen daar meer doen dan loze beloftes, of sigaren uit eigen doos presenteren.

Brandstof van extremisme

Ten tweede moeten de VS af van de gedachte dat het in Irak en Syrië om meer redenen aanwezig is dan alleen de strijd tegen IS. Immers, de VS hebben benadrukt dat het ook de invloed van Iran wil terugdringen, in zowel Syrië als Irak. Ook die Amerikaanse geluiden zijn later weer afgezwakt, maar ze hebben al zoveel argwaan gewekt dat er onvrede in het Iraakse parlement is over de mogelijkheid dat de Amerikanen toch naar een soort permanente aanwezigheid toe willen.

En dat leidt allemaal af van wat de Amerikanen en andere landen te doen staat: invloed uitoefenen op hoe het bestuur over de bewoners van het voormalige kalifaat vorm zal krijgen. Je kunt toegezegde hulp en materieel daar afhankelijk van maken.

De les van 2003: wanneer je de lokale bevolking te weinig te zeggen geeft over haar eigen lot, zijn de wapens dichtbij. De brandstof van extremistische organisaties als Al Qaeda en IS is onvrede en chaos. Het kalifaat is weg, maar het gebied is een omgeploegde akker waar je maar een paar zaadjes in hoeft te laten vallen en duizend zwarte IS-rozen bloeien.

Wenken voor een volgende interventie

 - Laat de (grond)strijd niet alleen over aan lokale groepen, grijp zelf in
- Zorg voor een wederopbouwplan
- Voorkom dat jouw ingrijpen bevolkingsgroepen het naoorlogse samenleven onmogelijk maakt
- Zet druk op deugdelijk naoorlogs bestuur

Hans Jaap Melissen (1968) is (oorlogs-)verslaggever. Hij werkt voor Trouw en diverse omroepen, en schreef het boek ‘IS - tot alles in staat’ (2015).

Lees ook:

VS blijven toch in Syrië, mits Europa troepen stuurt

De Verenigde Staten zijn toch niet van plan zich volledig uit Syrië terug te trekken. Als Europese bondgenoten grondtroepen leveren voor een bufferzone in het noorden van het land, dan is Washington bereid hen daarbij militair te steunen.

Hoe doeltreffend waren de luchtaanvallen op Syrië?

Er wordt van alles beweerd over de doeltreffendheid van de Brits-Amerikaans-Franse raketaanval op Syrië afgelopen jaar. Al die tegenstrijdigheden roepen veel vragen op. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden