Westen is te positief over Macedonië

Het sturen van internationale waarnemers is onvoldoende om Macedonië te behoeden voor een nieuwe oorlog. Dat er een akkoord ligt tussen Slaven en etnische Albanezen, betekent niet dat de bevolkingsgroepen ook met elkaar kunnen samenleven. Eenheid ontbreekt.

Roel van Duijn

Net terug uit Macedonië kan ik constateren dat dit centrale Balkanland sinds het Akkoord van Ohrid, augustus 2001, nog minder hoop mag koesteren dat het goedkomt tussen de etnische Albanezen en de Slavische meerderheid. De helft van de bevolking is werkloos. Politici zijn niet te vertrouwen.

Voor de ambassades staat elke dag een treurig stemmende menigte die hoopt een visum te bemachtigen om te gaan werken in een westers land, in plaats van de puinhoop in eigen land weer op te bouwen. ,,Er is hier geen enkel perspectief'', klinkt het onder die wachtenden. ,,Niemand heeft geld om mij te betalen.'' ,,Hoe kan ik me met m'n gezin redden van vijftig euro in de maand?'' Ook afgestudeerde jongeren laten deze geluiden horen. Als Europa zijn grenzen voor de Macedoniërs zou openen, zou het arme land binnen een half jaar vrijwel leeg zijn.

In september zijn er verkiezingen voor een nieuw parlement. Maar op wie moeten de kiezers hun hoop vestigen? Er is geen enkele politicus die vertrouwen geniet. Allemaal staan zij in de slechte reuk van corruptie. De enige manier waarop politici de lege staatskas menen te kunnen vullen, is door oude staatsbedrijven te verkopen. Zonder een behoorlijke procedure worden ze verpatst aan Griekse, Italiaanse of Duitse kopers. Zelfs het vliegveld en de radio en televisie zijn in de aanbieding. Ljubco Georgievski, de premier, wordt ervan beschuldigd dat de middelen waarmee zijn vrouw bezit verwerft, uit zulke deals afkomstig zijn.

Niet de inhoud van de politieke programma's hebben momenteel de belangstelling van de partijen, maar de samenstelling van de stembureaus. De oppositionele SDSM beschuldigt de regeringspartijen ervan dat zij leden van de stembureaus om willen kopen om de Slavische stemmen naar de partij van Georgievski (VMRO-DPMNE) en de Albanese stemmen naar de etnisch-Albanese DPA te laten vloeien. Deze beschuldiging laat zien hoe moeilijk de taak is van de westerse waarnemers straks bij de verkiezingen. Hoe kunnen zij de omkoping van leden van stembureaus controleren?

Het probleem van Macedonië is dat er amper samenwerking is tussen de twee dominante bevolkingsgroepen. Er is wel de deelname van de Albanese DPA aan de regering, maar alle partijen zijn wat ledenbestand betreft eenzijdig samengesteld: óf Macedonisch, óf Albanees. Er is nagenoeg geen partij met een etnisch gemengd ledenbestand.

Opzienbarend is bij deze verkiezingen de nieuwe partij van de voormalige UCK-leider Ali Ahmeti. Een paar weken terug heeft hij, omringd door vrijgelaten oud-strijders, in Tetovo zijn 'Democratische Unie voor Integratie' gepresenteerd. Ahmeti wordt algemeen beschouwd als een van de grote organisatoren van de gewapende opstand die in het vorig jaar zes maanden geduurd heeft en tweehonderd mensenlevens heeft gekost. Hij wordt er persoonlijk van beschuldigd zeventig Macedonische politie-agenten te hebben neergemaaid en de verontwaardiging over zijn verschijning in de politiek is onder Slavische Macedoniërs begrijpelijkerwijs groot.

Ahmeti zegt voor de naleving van de afspraken van Ohrid te zijn. Maar zijn uitbundige vertoon van de Albanese dubbele adelaar, niet de officiële staatsvlag met de stralende zon, doet de vraag rijzen of hij misschien de integratie van West-Macedonië in een Groot-Albanees rijk voor ogen heeft.

De woordvoerders van de Navo en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Eruopa (OVSE) gaan er prat op dat door hun tijdige ingrijpen het land van een grote oorlog gered is. Dit optimisme lijkt me ongefundeerd. De gemaakte afspraken wachten nog steeds op uitvoering. Een van de belangrijkste overeenkomsten was dat de Albanezen meer eigen politiemensen in dienst zouden krijgen, evenredig aan het aantal Albanese inwoners. Tot nu toe hebben zij er er een paar, lang niet de vereiste hoeveelheid bijgekregen.

Politieagenten functioneren als pionnen in een machtsstrijd tussen twee nationalistische bevolkingsgroepen. Albanese politiemensen aanstellen betekent een groter risico voor afscheiding van West-Macedonië doordat de macht op straat dan wordt veroverd door de Albanezen. Maar geen Albanese politiemensen in dienst nemen betekent een groter risico van tweedeling in het land door de toenemende frustratie van de Albanezen over het niet-nakomen van de afspraken. Die frustratie uitte zich al in grimmige massa-bijeenkomsten van Albanezen in noordelijke dorpen waar het uitbreken van de oorlog, een jaar geleden, werd herdacht. Daar werd dreigende taal geuit en urenlang in de lucht geschoten.

Dat de Albanezen nog steeds veel wapens hebben, daaraan twijfelt niemand. De Slavische Macedoniërs zijn ervan overtuigd dat die wapens ook van de Amerikanen worden gekocht of verkregen. Op de Macedonische televisie waren beelden te zien van een Amerikaanse helikopter die in het heetst van de strijd een container, waarin wapens zouden zitten, in een Albanees militair bolwerk liet zakken.

Tot voor kort was ik geneigd dergelijke beschuldigingen aan het Macedonisch complot-denken toe te schrijven, maar de recente onthulling in het VPRO-radioprogramma Argos dat er in deze oorlog ook Amerikaanse 'adviseurs' actief waren in UCK-eenheden onderstreept nog eens de realiteit van het Amerikaans dubbelspel.

Zijn de Amerikaanse militairen onderling verdeeld, of hebben zij de Albanezen alleen zover gekregen demonstratief een aantal wapens in te leveren op voorwaarde dat de Amerikanen hen in het geheim er andere voor in de plaats zouden geven? Zowel het een als het ander maakt het Amerikaanse optreden in dit deel van het Balkangebergte ongeloofwaardig.

Nu er aan de basis geen behoorlijke brug, noch behoorlijke bruggenbouwers zijn in de zich voortslepende strijd tussen Macedoniërs en Albanezen valt niettemin het Westen die rol toe. Dat is de pijnlijke werkelijkheid. Een overtuigende inzet van het Westen kan voorkomen dat het land aan een nieuwe oorlog ten prooi valt.

Toch slaagt de Navo er nog altijd niet in de gewapende overschrijdingen van de grens met Kosovo tegen te houden. Nederland doet zijn best door militairen te sturen die voor de veiligheid van de westerse waarnemers moeten zorgen. Ook levert Nederland miljoenen euro's per jaar aan het onderwijs, maar het is de vraag of ook maar tien procent van deze miljoenen werkelijk aan het onderwijs besteed wordt.

Alleen een groots en toegewijd uitgevoerd Europees plan voor de wederopbouw kan Macedonië voor ineenstorting behoeden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden