Westbroeks charisma en stem overwinnen in 'Manon Lescaut'

opera

De Nationale Opera

Manon Lescaut

***

De jeugdige onstuimigheid spat van elke partituurpagina af. Puccini wilde niets liever dan met koortsige dramatiek en smeltende melodieën de wereld veroveren. Met 'Manon Lescaut'(1893) lukte hem dat. Zijn derde opera staat kolkend van muzikale energie aan het begin van een wereldcarrière die alsmaar voorduurt. Bij De Nationale Opera botste die jongehonden-passie van Puccini frontaal op de kunstmatige kilte in de enscenering van Andrea Breth. Die incasseerde daarvoor maandagavond aardig wat boegeroep, terwijl de ovaties voor de Manon van Eva-Maria Westbroek tumultueus waren. Op zowel boe als bravo viel wat af te dingen.

Als Westbroek in een rol kruipt, doet ze dat met huid en haar. Nu ook. Ze werkte eerder samen met Breth voor een 'Katja Kabanova' in Berlijn, en ze omarmde de regisseur liefdevol tijdens de boe-regen. De samenwerking was kennelijk goed. Westbroeks grote geluid en navenante vibrato voelde als een overweldigend warm bad, maar inmiddels klinkt de hoogte soms aan de lage kant. Net als bij haar grote idool Renate Tebaldi zijn Puccini's topnoten hordes geworden die niet altijd met het grootste gemak genomen werden.

Aan het slot, als Manon verbannen is naar een barre woestijn en van Puccini een van die onnavolgbare sterfscènes krijgt toebedeeld, grijpt Westbroek echter haar kansen en vermorzelt zij met stem en charisma elk grammetje weerstand dat de toeschouwer nog tegen de enscenering zou kunnen hebben.

Daarbij moet worden opgemerkt dat Breth in haar regie een behoorlijke stijlbreuk inbouwt. Na alle steriele kunstmatigheid in het rariteitenkabinet dat zij ons vooral in de eerste twee aktes voorschotelt, wordt alle gekkigheid in een mooie derde en nog betere vierde akte overboord gekieperd en zien we twee mensen heel naturel vechten om liefde en leven. Westbroek krijgt hier prachtig tegenspel van tenor Stefano La Colla (Des Grieux), die een kloek klaroengeluid met - zeker naast Westbroek - opvallend weinig vibrato heeft.

Breth presenteert de opera als een fata morgana van Manon, vlak voor haar dood. Ze herleeft haar leven als het ware in een staat van delirium. Misschien dat daarom het koor de hele eerste akte stokstijf stil moet staan, en misschien dat daarom de madrigaalzangers eruit zien als gekke nonnetjes en de gasten van Geronte als weerzinwekkende geestelijken. Ondanks al die onbegrijpelijke malligheid speelt Westbroek haar rol als luxe, verveelde stoeipoes met verve, zoals de fantastisch zingende Thomas Oliemans een werkelijk gluiperige en vunzige Lescaut neerzet.

De overige rollen zijn best bezet en in de bak begeleidt het Nederlands Philharmonisch Orkest onder leiding van Alexander Joel met passie en gevoel voor de jonge, ongeremde Puccini.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden