Westbroek in gevecht met decibellen

Opera

Manon Lescaut De Munt, Brussel

En weer voegde Eva-Maria Westbroek een Renata Tebaldi-rol aan haar repertoire toe. De succesvolle Nederlandse sopraan maakt internationaal furore en wil naast de Wagner-heldinnen waarin ze zo uitblinkt, vooral ook de Italiaanse rollen van haar grote idool Tebaldi blijven zingen.

In de Brusselse Munt debuteerde ze donderdag in de titelrol van Puccini's 'Manon Lescaut'.

Voldeed Westbroek aan de hooggespannen verwachtingen? Zeker, en toch bleef de euforie over veel (zo niet alle) van haar vorige prestaties uit. Westbroek en haar collega's moesten in Brussel opboksen tegen de decibellen die dirigent Carlo Rizzi in de orkestbak produceerde. Rizzi weet het een en ander over Italiaans melos, over sfeer en over stuwing, en dat was op donderdag met het sterk spelende Symfonieorkest van de Munt dan ook dik in orde. Alleen had het her en der best wel een volume-onsje minder gekund.

Westbroek zong intelligent, soms heel meeslepend, en bleef niet te lang op de hoge noten hangen, omdat die er toch wat minder glorieus uitkwamen dan we van haar gewend zijn. Vol en warm was haar middenregister en als ze er in de hoogte moest zijn, gaf Westbroek altijd thuis en nam ze die volheid en warmte mee naar boven. Ze kwam vocaal wel een paar keer hoorbaar aan haar grenzen, maar wist uiteindelijk toch met haar tomeloze inzet een onvergetelijke indruk achter te laten.

Niet dat regie van Mariusz Trelinski haar daarbij hielp. Volgens de Poolse regisseur gaat de opera niet over de teloorgang van Manon, maar over haar hopeloze amant Des Grieux. Daarmee zette Trelinski Puccini in zijn hemd, die toch niet voor niets zijn opera deze titel meegaf. In zo'n geval is het altijd oppassen geblazen, en dat wat ons werd voorgeschoteld was maar af en toe overtuigend en zelden ontroerend.

Wij zien de luxe poes Manon alleen door de ogen van Des Grieux, wilde Trelinski ons doen geloven - misschien bestaat ze wel niet eens. Het vlees en bloed waarmee Puccini zijn Manon in noten ving, spreekt die visie overigens toch overduidelijk tegen.

En natuurlijk is een moderne vertrekhal in een jachtig metrostation net zo desolaat als de woestijn waarin Manon volgens het boekje moet sterven. Maar om van de oude Geronte (met kunstgrepen werd de rol ook vocaal uitgebreid) nou een Dennis Hopper-type te maken inclusief mondkapje uit de film 'Blue Velvet', voert wat ver. Dat rechtvaardigde dan weer wel de schaars geklede prostituees en het coke snuiven op het toneel. Man, man, in Brussel weten ze - na de al even scabreuze 'La traviata' - deze maanden van wanten!

Westbroek kreeg overigens mooi vocaal weerwerk van tenor Brandon Jovanovich (Des Grieux) en bariton Aris Argiris (Lescaut). Maar Brussel en Puccini? Moeizaam.

Peter van der Lint

Te zien t/m 8 februari. www.demunt.be

Cabaret

Even Geduld Aub Jochem Myjer

Wie Jochem Myjer in de weer ziet op het podium zou niet zeggen dat hij tot voor kort meer dood dan levend was. Hij blijft die springveer waar je al moe van wordt als je er naar kijkt. Myjer moest zijn tournee in 2011 onderbreken nadat er bij hem een tumor in zijn ruggenmerg was ontdekt. Hij moest een jaar revalideren.

De gedwongen pauze heeft Myjer er weer helemaal bovenop geholpen, gelukkig: De Leidse cabaretier geselt de planken weer ouderwets als een nineties-gabber met teveel pillen achter de kiezen. Bovendien leverden zijn ziekenhuisperikelen hem genoeg materiaal op voor een avond lol; het bekende geluk bij een ongeluk. Tumorhumor noemt Myjer dat zelf. Zijn bijna-dood ervaring was dus de voor de hand liggende rode draad in 'Even Geduld Aub', dat verder alle kanten opspatte. Soms combineerde Myjer die rode draad met het thema dat in zijn gehele oeuvre de basis vormt: zijn adhd-aandoening. Dan sprak hij zijn bewondering uit voor het medisch personeel dat hem behandelde: "De man die mij onder narcose heeft gekregen moet wel heel knap zijn." Door met zijn grappen voort te borduren op dat imago van druk joch, neemt Myjer wel het risico van verzadiging. Dat hij aan de ritalin is, weten we nu wel.

Centraal instrument in de voorstelling is het megalomane borstbeeld van Myjer, waar voortdurend projecties op worden vertoond. Een grootse prestatie van de mensen van decor en techniek. Myjer is niet het type kleinkunstenaar die zichzelf de opdracht heeft gegeven om zijn publiek een maatschappijkritische spiegel voor te houden, wat zowel voor als tegen hem pleit. Voor omdat er daar in Nederland al genoeg van zijn (en waarom zou een cabaratier een moreel uitverkoren wezen zijn, nietwaar). En tegen omdat de toeschouwer zo'n vrolijke avond zonder boodschap ook weer snel vergeet. Want vrolijk was het. En ontroerend ook. Myjer voerde de uitverkochte zaal in Almere langs huishoudelijke onhandigheden, bracht een ode aan stewardessen en verpleegsters, zong rake liefdesliedjes, imiteerde volkszanger Peter Beense (maar hield zich verder opvallend in wat het nadoen van Bekende Nederlanders betreft) en trakteerde de zaal in één moeite door op een serie muzikale interpretaties en vondsten.

Myjer haakt zelden in op de actualiteit (één facebook-feest grap) maar kijkt wel goed naar menselijke gedragingen. Blijkbaar zelfs vanuit een ziekenhuisbed. De sketch waarin hij het vocabulaire van 17-jarige meisjes op de hak neemt ("Whatever") is hilarisch.

Een driesterren-voorstelling met een bonus. Omdat ie weer terug is.

Joost van Velzen

Mime

Bambie 17/'De samoerai' Mimetheatergroep Bambie

Hoe groot de mannelijke idealen ook zijn, hoever de horizon van zijn queeste ook reikt, alles wijkt voor moedertje. En wanneer de mannelijke zwakheden worden afgezet tegen de onverstoorbaarheid van een samoerai, zijn die behalve grotesk, ook nog eens aandoenlijk.

Ziehier in een notendop 'De samoerai', vooralsnog de laatste (zeventiende) productie van Bambie, de mimegroep die vanaf dit jaar geen subsidie meer krijgt. Het is mooi dat de groep in deze vorm afscheid neemt met zo'n goede voorstelling. Bambie, groot geworden met de komische verbeelding van kleine mensjes en hun worsteling met grote gevoelens, fileerde vorig seizoen het dictatorschap van de Ceausescu's en Amins van deze wereld tot op schoolpleinniveau; in 'De samoerai' speelt de vraag of er nog wel zoiets is als mannelijk eergevoel.

'Moed betekent de tanden op elkaar.' 'Elk moment is beslissend.' Dergelijke heroïsche dooddoeners komen op borden voorbij, en losgezongen van het samoeraihandboek waarin ze ooit waren opgenomen, herbergen ze iets absurds en tragisch tegelijk: vasthouden aan iets wat door de tijd is ingehaald.

Een bitterzoete sfeer heerst ook in de chaos op toneel; een keet van salontafeltjes, een verdorde kamerplant, wat vuilniszakken en een kamerscherm. Twee 'samoerai', Jochem Stavenuiter en Gerindo Kartadinata, ontwaken na een (sake)avondje doorzakken en doen er alles aan om de samoerai-etiquette te herstellen. Japanse clichés te over: van stokgevecht, gefröbel met Japanse bloesems, tot harakiri - met briljant oog voor absurd detail. De samoeraiqueeste wordt uitgebeeld met het hoofd in de kamperplant (het bos) en een hink-stap-sprong over de salontafels (het ravijn). En dan wordt een argeloze voorbijganger met aktetasje en lullig bloemetje, Ingejan Ligthart Schenk als Buster Keatonachtige verschijning, tot middelpunt gebombardeerd.

Details grijpen ineen en krijgen onverwachte betekenissen, geestig en knap gevonden. Het geluid van de ademhaling van de samoerai - adem in, adem uit - brengt het toneel van licht naar donker. En het is de ademhaling, als letterlijke 'levenstócht', die de queeste leidt naar het geheimzinnige gebeuren achter een gesloten deur.

Door een fenomenaal kantelpunt in de voorstelling brengt de 'levenstocht' ons naar de moeder die achter de deur op sterven ligt, gespeeld door Klaske Bruinsma. Het meegezeulde bloemetje blijkt dan goed van pas te komen. Goud is Ligthart Schenk, die steeds in huilen uitbarst en zich op z'n samoerais vermant. Slapstick ontmoet surrealisme als de dood dichterbij komt, eergevoelens smelten als mama een laatste appeltje voor haar jongens schilt, en tenslotte als tot leven gekomen Japanse bunrakupop in de samoeraihemel wordt opgenomen.

Sander Hiskemuller

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden