Wespennest Syrië

Fotograaf Eddy van Wessel trok veertien dagen door Syrië. Als een van de weinigen ging hij het land binnen aan de Iraakse kant, het deel van Syrië waar de Koerdische minderheid woont. Hij ontmoette er wantrouwen tussen de verschillende strijdende oppositiegroeperingen, logeerde in schuilkelders en moest een bericht ontkrachten dat hij ontvoerd zou zijn.

Een rokende Opel staat op ons te wachten als we de brug over de Tigris hebben overgestoken en Syrië binnenrijden. De chauffeur tuft stapvoets door de bergen en eist dan 450 dollar voor het ritje. Als ik dreig uit te stappen en verder te lopen, kiest hij eieren voor zijn geld en levert me voor 100 dollar af bij het groepje Koerdische strijders dat op me zit te wachten.

We zijn op weg naar Aleppo, en hebben daarbij hulp geregeld van de PYD, de zusterpartij van de in Nederland beter bekende Koerdische afscheidingsbeweging PKK. Die beheerst de strijd in het Koerdische deel van Syrië. Samen met mijn stringer (tolk, chauffeur en/of regelaar die contacten legt met relevante plaatselijke bronnen, red.) Nwenar word ik afgeleverd bij de familie van een Belgische Koerd. Hij verliet België om een bijdrage te leveren aan de Koerdische staat in wording in Syrië, vertelt Mohammed Ali. Op een vreedzame manier, benadrukt hij, en niet als strijder.

Ik wil snel verder, maar de ramadan speelt ons parten. Mensen leven 's nachts en slapen overdag. Daardoor komen we de volgende dag pas in de middag weer op gang. We gaan eerst naar Kamashli - of Kamishlo, zoals de Koerden zeggen - op een steenworp van Turkije. Aan het eind van de weg verraadt de schittering in de felle zon de Turkse grenspost.

De situatie blijkt hier complex. Mij was gemeld dat de stad was bevrijd, maar zo simpel is het niet. Assad blijkt nog overal aanwezig, en de Baath-partij is nog steeds de baas. Overal wapperen Koerdische vlaggen, maar ook Assads portretten en zijn ambtenaren zijn er nog. En het is allerminst pais en vree tussen de PYD en de andere Koerdische groepen. Oppassen dus.

Laat in de middag gaan we richting Aleppo. Onderweg blijkt in Amuda een mars aan de gang te zijn voor de gevangen PKK-leider Öcalan. Het voltallige dorp doet mee. De mars eindigt als een verplichte excursie - het plein is in seconden weer leeg.

Rond tien uur 's avonds rijden we in het niemandsland van Noord-Syrië een onverwachte grenspost van het Syrische leger voorbij. Drie soldaten lossen schoten en zetten de achtervolging in. Een norse stem vraagt wie we zijn. "Eigenlijk zijn we van de PKK en smokkelen we een journalist", geeft de gids toe. De reactie van de officier bevestigt de verhalen over banden tussen Assad en de PKK/PYD. Als de kofferbak opengaat en in mijn bagage een helm en scherfvest worden aangetroffen, haalt de commandant zijn schouders op en wuift ons lachend door. Welkom in Syrië.

"Maar goed dat we hem niet hebben verteld dat je op een paar machinegeweren zit", lacht de gids als we weer rijden. De wapens zijn verborgen onder de achterbank. "Die zijn voor het geval dat", voegt hij er nog aan toe.

Na deze ervaring ben ik niet echt verrast als blijkt dat de contacten tussen de Koerden en het Vrije Syrische Leger nogal broos zijn. Het VSL vertrouwt de PYD niet en durft de uitwisseling niet aan. Uiteindelijk stel ik voor om dan maar zonder de bescherming van de PYD met een neutrale auto VSL-gebied binnen te rijden. Het is de enige manier om uit deze impasse te raken, maar niet zonder risico. Dat ervoeren collega's die een paar weken geleden gekidnapt werden door een radicale groep binnen het Vrije Syrische Leger.

Een paar dagen later wordt het bericht verspreid dat ook ik ontvoerd ben. Het gaat de wereld rond en leidt tot bezorgde reacties. Wie heeft het in omloop gebracht? Desinformatie hoort bij de strijd, dat blijkt maar weer. Het kost veel moeite om mijn vrouw Marianne en mijn collega's gerust te stellen. Maar het verhaal baart me zorgen: hoe zal de buitenwereld reageren als ik echt gekidnapt word? Gelooft men dan nog dat ik in gevaar ben?

Dat gevoel is des te sterker omdat het mobiele netwerk platligt. De strijders hebben walkietalkies, maar wij zijn onbereikbaar. Ik weet dat het gebruik van de satelliettelefoon gevaarlijk is en dat dat aan journalisten in Homs het leven heeft gekost, maar ik heb niets anders om het thuisfront mee op de hoogte te houden.

Gelukkig verloopt de overgang van Koerdische zijde naar het Vrije Syrische Leger probleemloos. De VSL-strijders die me in het donker oppikken, zijn blij me te zien. Er zijn weinig objectieve nieuwsbronnen en de mannen zijn verheugd dat we dezelfde risico's willen nemen als zij. Na een overnachting in een boomgaard vertrekken we de volgende ochtend vroeg naar Aleppo.

Daar strijken we neer in Kadi Askar, dicht bij de citadel. De wijk ligt niet ver van het vliegveld, waar doorlopend gevechtsvliegtuigen opstijgen die beschietingen en bombardementen uitvoeren. Het zijn de bommen die het dagritme bepalen. Het centrum van de stad ligt voortdurend onder vuur. Omdat het leger bommen gebruikt die geen brand stichten, is het lastig te zien waar ze zijn ingeslagen. Terwijl de bommen nog vallen, gaat een burgerwacht met sterke zaklampen op zoek naar gaten in de gevels om bewoners te kunnen redden. Bij de bakkerij in Trak al Bab vielen gisteren elf doden toen mensen in de rij stonden voor brood en er een fragmentatiebom ontplofte.

Verbazend is hoe het leven doorgaat in deze stad in oorlog. Het werk ligt stil en niemand heeft nog een inkomen. Toch wordt in het centrum van Aleppo nog dagelijks markt gehouden. Het is een soort roofmarkt, waar ook benzine en diesel worden verkocht. De prijzen zijn verveelvoudigd; diesel is te duur geworden om op te koken. Daarom worden bomen en struiken gekapt voor houtvuurtjes. Aleppo hangt vol rook. Ook het vuilnis dat in brand wordt gestoken omdat al maanden niet meer is opgehaald draagt daaraan bij.

In de wijken die het VSL beheerst, staan op elke kruising controleposten waar papieren worden gecontroleerd en informatie uitgewisseld. Hier word je gewaarschuwd waar geschoten wordt. De stad wordt steeds leger, steeds meer mensen pakken hun bezittingen bij elkaar en vertrekken.

De meeste achterblijvers in Aleppo slapen in hun portiek of het trapportaal. Die ruimtes worden gezien als de meest veilige bij een bominslag. Ik slaap daar ook - in Koerdisch gebied kreeg ik vaak een matrasje op het platte dak - of ik logeer bij VSL-strijders die een schuilkelder hebben. Ter ere van mijn aanwezigheid wordt het vrouwengedeelte daar afgeschermd met een deken. Keer op keer valt me op hoe conservatief veel van de strijders zijn.

Ik schat het aantal radicalen onder de VSL-strijders op een paar procent. Ik zie ervaren soldaten en officieren die uit het leger zijn gedeserteerd en jonge strijders zonder ervaring, sommige met een islamitische hoofdband. Irakezen die in eigen land gezocht worden wegens aanslagen op de Amerikanen en daarom hier terecht zijn gekomen. En een groep hologige islamitische strijders die getekend zijn door de strijd die ze in verschillende landen vochten. Zij zijn het gevaarlijkst, omdat ze niets te verliezen hebben.

Dan gaan we eindelijk Salah al-Din binnen, waar hevig strijd is gevoerd. We rijden rond in een open vrachtwagen, en hebben al snel een MiG aan onze staart. Het gevechtsvliegtuig volgt ons en zet de daling in. Ik ken dit van Tsjetsjenië, maar mijn kompanen lijken zich nauwelijks bewust van het gevaar. Ik duik van de wagen en schreeuw een waarschuwing, nog net voor de schoten vallen. De val scheurt mijn enige broek en beschadigt mijn satelliettelefoon. Maar ik leef nog, net als de strijders die mijn voorbeeld hebben gevolgd.

Als we Aleppo willen verlaten, stuiten we opnieuw op het wantrouwen van de VSL-strijders jegens de Koerden. De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Clinton zou in Turkije hebben gezegd dat de PKK een terroristische organisatie is en betrokken is bij de strijd in Syrië. Ik krijg ook te horen dat er wordt gevochten tussen de Koerdische groepen. De strijders vinden het te gevaarlijk om ons aan de Koerden over te dragen. Er zit niets anders op dan naar de Turkse grens te gaan, al is die route gevaarlijker en onzekerder - en heeft mijn Iraakse stringer een visum nodig voor Turkije.

Onderweg naar de grens worden we voorbij een van de laatste posten van het Vrije Syrische Leger plots beschoten. De rebellen zijn nerveus en zien ons aan voor spionnen of saboteurs. We blijken een signaal verkeerd begrepen te hebben. Gelukkig worden we herkend door de commandant, die zich uitput in verontschuldigingen. Als excuus voor hun bijna fatale vergissing rijden de mannen nog een eind met ons op.

Bij de kleine overgang voor lokaal verkeer moeten we flink praten om Turkije binnen te mogen. Dat we met de PYD en dus de PKK zijn opgetrokken, verzwijgen we natuurlijk. We laten foto's en video's zien, waarna de bewakers geïmponeerd onze paspoorten stempelen. Op naar de grens met Iraaks Koerdistan, want mijn vliegtuig gaat vanuit Erbil en mijn stringer woont in Kirkoek. Ook daar moeten we praten als Brugman: ik heb geen vertrekstempel gekregen bij de brug over de Tigris.

Nog een paar uur hobbelen in de bus, en dan een douche en een schone broek die niet met plakband bij elkaar wordt gehouden. Terug in een wereld waar je niet meer over je schouder hoeft te kijken en waar je een kruising kunt oversteken zonder beschoten te worden.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden