WERUMEUS BUNING: ACTUALITEIT ALS GRIMAS VAN HET HEDEN

Zodra in Nederland twee of meer personen bij elkaar komen, is de oprichting van een club vrijwel een feit. Omdat het werk van dichter, schrijver en (culinair) journalist J.W.F. Werumeus Buning amper meer te koop is - laat staan herdrukt wordt - richten verstokte aanhangers zondag in Utrecht het Werumeus Buning Genootschap op. Twee aspirant-oprichters zitten als generale repetitie aan de dis en voeren een dialoog. Hun programma reikt ver - zelfs een CDopname van WB's ballade 'Maria Lecina' is niet uitgesloten. Maar bovenal wil het Genootschap ten strijde trekken tegen oppervlakkigheid: 'Waar praat men nu over? Over het weer en over wat zo'n idiote weerman op tv vertelt. Maar als je dan vraagt: heb je de wind over je huid gevoeld, heb je de kraanvogels zien overkomen, heb je op het kraken van het huis gelet? Dan antwoordt men: nee. Je reinste belevingsverschraling!'

De uitnodiging voor de oprichtingsbijeenkomst verraadt een subtiliteit voor de fijnproever. De eerste WBvergadering vindt plaats aan de Drift in Utrecht, 'vanaf het station niet verder lopen dan 12 minuten'. En dan, tussen quasinonchalante haakjes: '(HoogCatharijne kan men vermijden door via de perrons naar buiten te gaan.)'. Hier verraadt zich de sturende hand van de heer (Frans) Schouten; koordirigent, zang- en koorpedagoog, schrijver en levensgenieter. Schouten viel voor Werumeus Buning omdat hij, evenals WB zelf, van poezie, van wijn, van eten, van lezen en van luisteren houdt. Hij haalt muziek uit het woord, zoals mede-genootschapslid dr J.A. (Jan Arend) Schulp het omschrijft.

Op zijn beurt houdt ook Schulp van het leven, van eten en van drinken, van de bijbel en wat verder maar poetisch onder zijn neus, oren en ogen komt. Daarnaast doceert hij aan de Hotel Management School Leeuwarden, waarvoor hij vorig voorjaar - ter gelegenheid van het 100ste geboortejaar van Werumeus Buning - een symposion, een wijnproeverij en WB-maaltijden organiseerde.

De overige leden van het Genootschap zijn culinair columniste Wina Born, oprichter J. Klosse van de Alliance gastronomique neerlandaise en kenner van vooral Werumeus Bunings literaire werk, dr P. Hijmans.

De generale repetitie van de oprichting is een Werumeus Buning-dis en petite comite: in de Leeuwarder Hotelschool vertegenwoordigen zangpedagoog Schouten en bioloog/organisator Schulp het Genootschap. Volkomen getrouw aan Werumeus Buning zelf, vliegen de namen over tafel; die van schrijvers en dichters, van componisten en uitvoerende musici, van lettertypen, van bijbelse en theatrale profeten, van wijn-, whisky- en van sigarenhuizen.

Schulp laat zich door een pupil van de Hotelschool de wijn aan zich voorstellen, kijkt ondertussen nadenkelijk en corrigeert de leerling op milde toon ('Rio-ga noemen we dat, niet: riooja'), en besluit tevreden: 'Met vier glazen komen we de avond wel door.' Dat lijkt karig, maar de vier uitgelezen wijnen tellen mooi voor tien.

Schouten keurt het Chateau La Jobertie Bergerac 1990, klinkt op een 'royale heruitgave' van Bunings boeken en laat zich de 'aangename stroefheid' van de Bergerac welgevallen.

Schulp: "We zijn nu al bijna 25 jaar bevriend, he Frans?"

Schouten: "Jan Schulp kan grote porties kritiek van iedereen hebben. Hij is psychisch ontzettend soepel. Hij is opvliegend, kan vaak kwaad zijn, maar nooit voor lang. Het klaart altijd weer op."

Schulp: "Zoals die preek in Leviticus. Wanneer je een lelijke streek hebt geleverd, iets gehouden, gevonden of achterover gedrukt hebt. Niet in de zin hoezeer je de Heer vertoond hebt, maar in de gedachte: we gaan dit repareren, en dan is het zo over." (Tegen de serverende studente:) "Het is gebruikelijk dat de gastheer, en dat ben ik in dit geval, als laatste bediend wordt."

Als ik mee probeer te klinken, val ik ogenblikkelijk door de mand. Schulp: "Dit mag je ook van Werumeus Buning leren: pak je wijnglas altijd bij de steel of de voet, nooit bij de kelk."

Schouten: "Van m'n vader en oudste zusje moest ik altijd alles lezen, dat vond men hoogst belangrijk thuis. We lazen Elseviers, en daar schreef Werumeus Buning voor. De Gijsbrecht van Aemstel, daar was je jaarlijks bij, daar praatte men over. Het is me eigenlijk nooit opgevallen dat er mensen bestonden die daar geen interesse voor zouden hebben, als u begrijpt wat ik bedoel."

Schulp: "De grote strijd om het lezen van boeken is pas later begonnen. Als je een verderfelijk verschijnsel wilt uitroeien, dan moet je er meteen een schoolvak van maken."

Schouten: "Ooit kocht ik in Amerika een grammofoonplaat voor mijn kinderen met een koe erop. Alleen omdat ik die hoes zo mooi vond. Later bleek het om beroemd ensemble te gaan, Pink Floyd ja."

Schulp: "Kaatje Boes, of hoe heet ze, Kate Bush, is ook bij ons in huis."

Schouten: "Jan! Ik dacht dat die kelk van lichte muziek aan jou voorbij was gegaan."

Schulp: "Ik hou ook erg van close harmony. We hebben de eerste opera van Andrew Lloyd Webber ('Josef and the amazing technicolor dreamcoat') in het Fries ('Joazef, Master-dreamer') op de planken gebracht. Dank zij iedereen was de Friese tekst beter dan de oorspronkelijke Engelse. Ach, in welke richting muziek ook gaat, als het maar goede muziek is."

Schouten: "Het is allemaal begonnen toen het verplichte half uur muziek op de lagere scholen werd afgeschaft. Op de kweekscholen is muziek nu zelfs een keuzevak! Er bestaat geen enkel contact meer in het land met Van Lennep, De Genestet, de Tachtigers, Potgieter. Dat is toch niet van deze tijd? zegt men dan."

Schulp: "Mag ik jouw zin afmaken?"

Schouten: "Zelfs het contact met Van Schendel en Bomans is al kwijt! Op het conservatorium laat ik vaak eerst poezieteksten zonder muzieknoten zien. Om te kijken hoe wakker men luistert. En wat krijg ik te horen? 'Die teksten zijn wel erg ouderwets hoor!' Ik laat het, als ervaren docent, vervolgens even stil worden en zeg dan: jullie hebben gelijk; daarom houd ik mij uitsluitend bezig met teksten van alle tijden. Actualiteit is de grimas van het heden. We zijn zo bereved en bewolkerd, bemaartenthart - maar hebben die wel genoeg te zeggen?"

Schulp: "Dat had ik ook kunnen zeggen."

Schouten: "Met het verheerlijken van actualiteit verlies je mentaliteit. Hoe is het eigenlijk met Couperus?"

Schulp: "Hier scheiden onze wegen."

Schouten: "Iemand die zo over z'n poes, over de lof der verveling kan schrijven! Waar praat men nu over? Over het weer en over wat zo'n idiote weerman op tv vertelt. Maar als je dan vraagt: heb je de wind over je huid gevoeld, heb je de kraanvogels zien overkomen, heb je op het kraken van het huis gelet? Dan antwoordt men: nee. Je reinste belevingsverschraling!"

Schulp: "Dat is 'Stadgenoot' van Jan G. Elburg: Hij is het licht vergeten / en het gras vergeten / en al die kleine kevertjes / en de smaak van water en het waaien. (...) zijn binnen is geen nest zijn buiten / geen buiten zijn tuin een vaas."

Schouten: "Burgemeester Peper zei na die zware februaristorm: 'Ik had niet in de gaten dat het zo hard waaide, want ik komt nooit buiten.' Nou, dat is 'm he? Werumeus Buning leerde ons de zintuigen te gebruiken. Als zodanig kun je zeggen dat Werumeus Buning een zeer zinneprikkelend mens was. Als je even hiep hiep hoera roept, stoot je in dit land je hoofd al tegen de grijze cementen balken, die daar van overheidswege zijn geconstrueerd."

Schulp: "Als het alledaagse niet in orde is, dan heeft de rest geen bodem."

Schouten: "Hee, wat een jonkie is deze Coursou Bordeaux!"

Schulp: "Dan kun je wel zeggen dat jongeren Werumeus Buning niet meer lezen, maar ja, die jongeren worden ook een jaartje ouder."

Schouten: "We moeten ze in ieder geval een kans geven. Niet alleen met heruitgaven, maar ook met voordracht. Alles is stillezen geworden, maar taal moet ook KLINKEN. Computer, fax, televisie - die hoogst dubieuze zaken heb ik allemaal niet. We leven toch niet via een oubliette?"

Schulp (bij de Mimolette, geitekaas, Loo en bij de Muscat de Frontignan): "Die kaas geeft even wat kleur he, wat knapperigheid. Luister wat Werumeus Buning in de 'Pollepel' over kaas schrijft, 'de verwaarloosde muze van de natafel':

Het is een van de meest dwaze dingen van Nederland, dat men er de goede oude gewoonte van het beschuitje met kaas na tafel in zoovele goede gezinnen verwaarloost. Geen Nederlandsch vrachtschip ligt, waar ter wereld ook, in Yokohama, Buenos Aires of Barcelona aan de ka, of het lost zijn kisten kaas; geen land ter wereld waar de koe loeit of het maakt de Edammer na; en een stuk goede Goudsche figureert op de houten kaasplank van een Parijsch restaurant met evenveel eer als een Roquefort in Amsterdam. (...) Kijk eens hier: zooveel rustige oogenblikken heeft een mensch heden ten dage niet meer. En een der rustigste oogenblikken van den dag is dat, waarop men als omnivoor vrijwel verzadigd is, en de gezelligheid van de tafel nog wat rekken wil, met juist nog appetijt genoeg voor iets smakelijks; zonder precies te weten wat.

Wat ter wereld is gezelliger dan een half afgeruimde tafel met kaas, noten, vruchten en de laatste verwikkelingen der conversatie? En het laatste goede glas. Want hoewel ik daar nu al zeven minuten niet over gesproken heb: een van de redenen om kaas toe te eten is de ongeevenaarde verbetering, die ze den wijn aandoet.

Schouten (als de Hotelscholieren met cederhout de sigaren aansteken): "Je kijkt wat bezorgd, Jan, alsof je broertje vuurwerk aan het afsteken is."

Schulp: "Het is de bedoeling dat de studenten de sigaren aansteken, zo ja; zuurstof er doorheen laten gaan, even goed gloeien, nu wat waaien."

Schouten: "In de achttiende eeuw staken vrouwen de sigaren voor de mannen aan."

Schulp: "Een vrouw ruikt ongeveer tien keer zo goed als een man."

Na de Leeuwarder maaltijd, in de nacht, is Werumeus Buning zelf nog onder handbereik. Uit z'n ontroerende novelle 'Het gebroken hart':

Dokter Schanidreck zweeg even, en keek ietwat uit de hoogte naar de kleine mijnheer Janssen. En dit werd zijn val. Want de heer Janssen vroeg onverhoeds snibbig en fel: 'En hoeveel tenen vertoonde het voetspoor van die Brontosaurus, als ik vragen mag, dokter?'

De grote dokter scheen een seconde verward; toen zei hij zeer beslist: 'Drie, mijnheer.'

'Aha!' zei de heer Janssen, met zijn alleronaangenaamste stem. 'Juist, ja.... Nu, maar ik kan u verzekeren, mijnheer de dokter, een Brontosaurus bezit vijf tenen.'

'En ik kan u verzekeren', zei de dokter, 'dat mijn Brontosaurus er drie had. Ik zie de sporen nog: drie brede gleuven half vol slijmerig water; ongeveer een meter groot.' ..', zei de heer Janssen, en zweeg. En zijn zwijgen was moorddadiger dan enig spreken.

De dokter maakte een groots gebaar tegen ons allen, als vaagde hij een half oerwoud weg; maar er volgde daarop een pijnlijke stilte. Iedereen nam een slokje om het niet te laten merken.

Toen zei een stem achter onze rug, het was die van de tweede stuurman: 'Nou, heren, maar dat kan toch best?'

'Wat!' zei de heer Janssen en stond op of hij hem aan zou vliegen. 'Wat!'

En zelfs de dokter keek verbaasd.

'Ik wou maar zeggen, heren, dat beest kan toch van zich zelf wel vijf tenen hebben, maar daar kunnen er toch wel twee van zijn afgebeten.' ..' kefte de kleine man, over zijn zenuwen heen. Hij stond te trillen en te beven van kwaadheid. 'En door wie? Door wie? Door wie, alstublieft?'

'Nou, door een andere Brontosaurius bijvoorbeeld', zei de tweede stuurman met meesterlijke ernst. 'Ik...' ..'

'U laat me niet uitspreken, mijnheer', zei de stuurman. 'Ik heb wel kalveren met twee koppen gezien, en mijn tante in Edam heeft een kanarievogel met heel geen tenen meer aan het linkerpootje, vanwege dat zij ook een kat had, zo een valse rood boerenbonte, en die kat, afijn, u begrijpt mij wel. Dus waarom zou nou een Brontosaurius.... Zegt u nou zelf, weest u nou redelijk. - Nietwaar, dokter?....

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden