Werkmans paradijs tijdelijk te zien in Groninger museum

Expositie t/m 14 januari Groninger Museum (dicht op maandag, eerste kerstdag en nieuwjaar), daarna in De Beyerd in Breda; catalogus (incl. essays, deels hedrukt, van o.a. H. van Os en Hendrik de Vries; geb.) ¿ 55,-. 'Brieven aan Ate en Wiea Zuithoff': uitg. André Swertz, Utrecht, ¿ 38,50.

Het was maar de vraag, of de oeuvre-expositie van de drukker-schilder H.N. Werkman (1882-1945) iets zou toevoegen aan wat met name de laatste jaren van hem getoond en over hem gezegd is: druksels in kasteel Groeneveld in Baarn, het drukwerk van het collectief De Blauwe Schuit waar Werkman in de oorlog toe behoorde dit voorjaar in Groningen, een film en een opera over de man. Er is allemaal over geschreven, over zijn werkwijze, hoe alles ontstond, ook in deze krant.

Daarnaast moest het paviljoen van architect Alessandro Mendini zich eerst maar eens bewijzen, los van het spektakel van de opening in 1994, bewijzen. Met de andere aanhangsels van het complex in het Groninger Verbindingskanaal tegenover het Station heeft het het gevaar ingebakken om af te leiden van waar een museum voor is uitgevonden: tentoonstellen, en dan niet - exhibitionistisch - zichzelf. De architectonische liflafjes dreigen alles te domineren. Daartoe heeft het nu de gelegenheid gekregen. En de Werkman-expositie bewijst dat het Groninger Museum meer te bieden heeft dan kunstig uitgelicht porselein, glas, botten en scherven in een uitbundige bebouwing, hoe leuk regionaal of vermaard internationaal die collecties ook mogen zijn.

De onmetelijke ruimten van Mendini's paviljoen liggen er minder verloren bij door eenvoudige verbindingstunneltjes die speciaal voor deze tentoonstelling zijn aangebracht door het Groninger architectenbureau A.A.S. Ze perken de genres in Werkmans werk enigszins af maar doen dat niet te nadrukkelijk, door meteen naar de volgende ruimte te lokken. Zijn tekeningetjes, drukwerk en schilderijen maakte hij immers meestal door elkaar heen.

En zo zien we wat vertrouwd is: de Chassidische Legenden en de Hot Printing-prenten, druksels gemaakt met inktrol, stempels en sjablonen. De serie Vrouweneiland, in de oorlog gemaakte uitbeelding van zijn paradijselijk ideaal, de droom van ooit een reis naar Tahiti, wordt helaas niet volledig gepresenteerd. Een enkel nummer uit de reeks is zoek, een ander is verbleekt, een derde te licht bevonden. Natuurlijk moet een museum op kwaliteit en samenhang selecteren. Maar had het nu niet één keer gemogen; wanneer doet de gelegenheid zich eindelijk voor om Vrouweneiland, door Werkman in één grote trip gemaakt, in zijn geheel te presenteren?

Kast

Toch is er van alles veel, van Vrouweneiland, de Legenden, de Reis naar Castricum (waar de latere Stedelijk-directeur Sandberg Werkman in de oorlog de in een bunker opgeslagen collectie van het museum liet zien). Onbekender, want in jaren niet zoveel tegelijk tentoongesteld (in 1883 had de Beyerd in Breda een overzicht), zijn Werkmans schilderijen. Hij begon te schilderen in 1917, werd lid van de kunstenaarsvereniging De Ploeg en vond hier en ook daarbuiten een inspirerend milieu. Sommige doeken doen denken aan Mondriaan, Munch, Nolde, Kandinsky, Schwitters. Hij speelde niet zomaar leentjebuur, onderkende het belang van pioniers die de weg bereiden en maakte zijn eigen schilderijen, van 'Kerkgang in de sneeuw' (1920) tot wat mij betreft het pronkstuk van de expositie, een kast. De deuren tellen twaalf panelen, in 1943 beschilderd voor zijn vriend in het werkclubje gedurende de oorlog, De Blauwe Schuit, dominee August Henkels: met oud-testamentische taferelen, zoals van de verspieders terug uit het Beloofde Land en Daniël in de leeuwenkuil. Die panelen zijn kwalitatief niet eens zo sterk, naïef qua stijl, onaf. Ze doen denken aan de Chassidische Legenden die Werkman op instigatie van Henkels ontwierp en drukte, die veel meer ruimte lieten voor Werkmans eigen ideeën maar die in de figuren verwantschap tonen. De kast, een keer eerder geëxposeerd in Slot Zeist, had hier bijna niet gestaan: de dochter van Henkels heeft haar gewoon in gebruik en kon haar eigenlijk niet missen, maar een aan haar te leen gegeven meubelstuk ter vervanging heeft uitkomst geboden.

De kast laat bij uitstek zien hoe Werkman op twee benen door het leven ging. Als kunstenaar, met zijn paradijs voor ogen, en als ambachtsman (wat is in een naam), die werkt voor de kost. Voor de oorlog hield Werkman het hoofd soms nauwelijks boven water, moest hij zijn drukkerij al eens verkopen en combineerde hij het maken van zijn druksels met gebruiksdrukwerk (affiches, geboortekaartjes, brochures). Onder de Duitse bezetting werd dat probleem natuurlijk alleen maar groter. Ate Zuithoff, andere 'schipper' van De Blauwe Schuit, heeft nu Werkmans aan hem gerichte brieven gepubliceerd (eerder deels opgenomen in een Privé-Domein-uitgave), waaruit dat terloops blijkt.

Het prachtige druksel bij voorbeeld met S. Vestdijks De doode zwanen uit 1944 (overigens nu niet in Groningen te zien), waarin de Duitse onderdrukking zo treffend is gesymboliseerd, is niet alleen indrukwekkend, maar kostte ook geld: ¿ 13,50 berekende Werkman Zuithoff hiervoor, als 'aandeel in de kosten'.

Bij het drukken kent Werkman, in tegenstelling tot bij het schilderen, geen aarzelingen, schrijft hij in een andere brief, 'dat gaat zoo lustigjes vanzelf'.

Hoe verder de bezetting vordert, hoe meer het daarmee gedaan is: 'Bij mij is het een dooie boel, koud en akelig ziet de werkplaats er uit, er vormt zich over alles een laagje stof. Als ik voor en na eens een ordertje moet afdrukken gebeurt dat op een klein handpersje dat anders te min was om naar te kijken' (brief 14 januari 1945). Een paar maanden later wordt hij opgepakt, beticht van het drukken van illegaal werk: zijn belangstelling voor de Joodse traditie, tot uitdrukking gekomen in de Chassidische Legenden, en mogelijk een enkel drukwerkje voor de illegale Bezige Bij, zijn hem noodlottig. Op 10 april 1945 wordt hij vermoord. Enkele dagen later, bij de bevrijding van Groningen, gaat een groot deel van zijn door de Duitsers in beslag genomen schilderijen door brand verloren.

Druksels

Veel is gelukkig toch bewaard gebleven. Het geldt zeker voor de druksels, die in kleine oplagen onder vrienden verspreid werden. Uit particuliere collecties en uit andere musea (zoals het Van Abbe en het Stedelijk) is dit nu samen met het andere werk te zien. Aardig zijn de schetsjes, op de achterkant van een kalenderblaadje en op papiertjes, precieze vingeroefeningen: niet eerder zo zichtbaar in verband gebracht met de ogenschijnlijk zo eenvoudig uitgevoerde druksels. Daaronder bevindt zich ook uitgesproken kunst- en gebruiksdrukwerk inéén, zoals de voor vrienden gemaakte geboortekaartjes en, vrijer, Gedichtje voor Sint Niklaas en Het lied van de vergeten oom's. Wat mooi zijn de kleine aquarellen die Werkman maakte, voorstudies voor onder meer Vrouweneiland. En dan de druksels die buiten de reeksen vallen, De zwarte min, Draaideur van het postkantoor, Wenteltrap met mannen met hoge hoeden, losse abstracte composities of met figuren van vogels en vooral paarden, Werkmans zinnebeeld voor de vrijheid.

Al waagt helaas nog altijd geen uitgever zich aan het verzameld werk van het bewaard gebleven oeuvre van Werkman, niet eerder werd zoveel van zijn schepping in kleur gepubliceerd als in de catalogus bij deze expositie, in stijl vormgegeven door Swip Stolk en perfect gelithografeerd en gedrukt door Rob Stolk.

Voor wie Werkman nog niet goed kent gaat in boek en expositie een wereld open. Wie er al vertrouwd mee is ziet hier zoveel en zoveel moois, dat het door alle verbindingsgangetjes heen misschien wel een kijkje in de hemel biedt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden