Werkloosheid treft een op drie mbo’ers

De groep schoolverlaters die begin jaren tachtig niet aan het werk kwam, heeft de opgelopen achterstand grotendeels ingehaald. ( FOTO BERT VERHOEFF) Beeld
De groep schoolverlaters die begin jaren tachtig niet aan het werk kwam, heeft de opgelopen achterstand grotendeels ingehaald. ( FOTO BERT VERHOEFF)

Een op de drie schoolverlaters van het mbo wacht door de crisis de werkloosheid. Dat is echter geen reden om het mbo-systeem om te gooien.

Nicoline Mezger

Ruim een derde van de laagopgeleide schoolverlaters zal dit najaar werkloos zijn als gevolg van de recessie. Dat verwacht Christoph Meng, onderzoeker van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) van de Universiteit Maastricht. Het ROA publiceerde vorige week een onderzoek onder 9500 mbo’ers.

„De eerste klappen zijn voor de mensen met mbo niveau 1 en 2, ik verwacht dat daar de werkloosheid dit najaar zal stijgen naar 30 tot 35 procent. Duurt de crisis nog drie tot vijf jaar, dan zullen ook niveau 3 en 4 getroffen worden.”

Uit het onderzoek bleek dat afgelopen najaar 16 procent van de jongeren zonder startkwalificatie (zie kader) werkloos was; een stijging van 6 procent ten opzichte van het jaar ervoor. Bij schoolverlaters van het vmbo is de werkloosheid gestegen van 6 naar 9 procent.

De mbo-leerlingen van de beroepsbegeleidende leerweg (bbl), die vier dagen werken en één dag naar school gaan, zien hun ’leerwerkplekken’ verdwijnen. Zij worden opgeleid voor banen in de conjunctuurgevoelige sector, zoals de bouw en de auto-industrie. „Er zijn mbo’ers van wie de leerplek vervalt na de zomer, die jongens hebben nu een probleem”, zegt Meng. In augustus komen 150.000 van de 500.000 stageplekken voor mbo’ers in het geding.

De crisis leidt tot een verschuiving, want bbl’ers kiezen eieren voor hun geld en vertrekken naar de theoretische beroepsoriënterende leerweg, die opleidt voor (administratieve) banen met meer zekerheid. Het gevolg is een structureel tekort aan vaktechnici als de economie straks weer aantrekt. En er ligt een motivatieprobleem op de loer, want de praktisch ingestelde leerlingen gaan terug naar de schoolbanken, terwijl ze liever met hun handen werken.

Op de lange termijn echter zullen de problemen meevallen, zo verwacht Meng. Hij vergelijkt de situatie met de crisis van begin jaren tachtig. De groep die toen zonder startkwalificatie op de arbeidsmarkt kwam, heeft qua werkloosheid en werkniveau de achterstand ingehaald, alleen met de hoogte van hun salaris blijven ze nog 1 à 2 procent achter. „En met de vergrijzing straks is het wachten op de schoolverlaters die de lege plekken kunnen invullen.”

Meng waarschuwt voor een paniekreactie: „We moeten niet het hele mbo-systeem omgooien voor deze tijdelijke crisis”. Hij ziet wel verbeterpunten, zoals subsidies voor conjunctuurgevoelige bedrijven die daarmee hun leerwerkplekken veilig kunnen stellen.

De mbo-raad is niet verrast door de uitkomsten van het onderzoek. „In januari signaleerden we al een tekort aan stageplaatsen. Dat komt niet alleen door de crisis, maar ook door de komst van maatschappelijke stages voor vmbo’ers. Deze ’snuffelstages’ verdringen de leerwerkplekken van mbo’ers”, aldus woordvoerster Marije Hulsbosch.

Mbo’ers met niveau 4 op zak nemen overigens steeds minder vaak genoegen met hun diploma; 20 procent van deze leerlingen stroomt door naar het hbo. „Een ontwikkeling die al tien jaar aan de gang is en die losstaat van de crisis”, zegt Meng.

In totaal werkten 37.000 jongeren mee aan het onderzoek. Allen haalden in 2007 hun diploma. Onder jongeren die havo, vwo, hbo of universiteit hebben gedaan, is de werkloosheid niet gestegen.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden