Werkloosheid is een luxe die de Thai zich niet kan veroorloven

De Aziatische crisis begon in Thailand en kreeg daarna de hele wereld in zijn greep. In een serie beschrijft Trouw de crises in verschillende werelddelen. Vandaag deel 2 over Thailand: de werknemers en de vakbonden.

BANGKOK - Parporn (34) rijdt sinds juli rond in een taxi van een vriend. “Tijdelijk”, zegt hij er met nadruk bij. Want zijn eigenlijke beroep is boekhouder. Hij werkte bij een groot bouwbedrijf dat - ook al tijdelijk - het werk moest stilleggen.

Binnenkort, zegt Parporn, pakt hij gewoon zijn werk als boekhouder weer op. Hij stuurt de taxi geroutineerd door Bangkok, maar heeft tot twee keer toe assistentie nodig van zijn centrale om de plaats van bestemming te vinden.

Mannen zoals Parporn zijn er bij duizenden te vinden in Bangkok. Tijdelijk zonder werk en tijdelijk bezig met een klus die tenminste brood op de plank brengt. De crisis, je weet wel, zeggen ze. Of nog liever: het IMF, weet je wel. Want de boodschapper van het slechte nieuws heeft geen beste naam in de Thaise hoofdstad. Een middenstander kijkt op de stoeprand schuin omhoog naar een flatgebouw dat maar niet afgebouwd wil worden en zegt met een vies gezicht: “IMF”. Want het Internationaal Monetair Fonds wil dat Thailand eerst zijn financiële zaakjes op orde brengt voordat allerlei prestigeobjecten worden voortgezet.

Niet dat de Thaise regering zich er al te veel van aantrekt. De bouw van de tweede nationale luchthaven is weliswaar uitgesteld, maar de aanleg van fly-overs, monstrueuze snelwegen-op-pootjes boven de bestaande achtbaanswegen in de stad, gaat onverdroten door. Alleen een klein deel van de verhoogde treinverbinding tussen de stad en het vliegveld is stilgelegd.

Dat is het Thailand van vandaag de dag: er heerst een economische crisis, maar het leven gaat er gewoon zijn gang. Er wordt volop gewerkt en het verkeer zit er nog net zo muurvast als twee jaar geleden, toen de eerste tekenen van een achteruitgang zich aandienden. Heeft de crisis dan geen massale werkloosheid veroorzaakt? Valt mee, zeggen de cijfers van de Thaise overheid. In de afgelopen anderhalf jaar hebben zevenhonderdduizend mensen hun baan verloren. Dat betekent dat momenteel in Thailand 4,4 procent van de beroepsbevolking werkloos is. Dat is nog minder dan in Nederland.

“Cijfers zeggen dus absoluut niets”, zegt Duncan Campbell, een Amerikaan in dienst van de International Labour Organization (ILO), een aan de VN verbonden arbeidsorganisatie. De ILO heeft in Bangkok zijn hoofdkantoor voor de regio Zuidoost-Azië. “De Thaise regering kwam onlangs met een berekening waaruit bleek dat het verlies dat de laatste twaalf maanden is geleden op aandelen en obligaties gelijk is aan het bruto nationaal product van 1966. Wat moet ik met die wetenschap? Ik ben niet geïnteresseerd in wat de rijken verliezen. Wat niet in cijfers is uit te drukken, is het feit dat heel veel mensen op dit moment werken tegen een extreem laag loon. Onder het motto: 'wil je werk? Dan moet je met minder loon genoegen nemen'. Als al die mensen daar niet mee hadden ingestemd, dan was het werkloosheidscijfer vele malen hoger geweest.”

Niet dat de doorsnee arbeider in Thailand een alternatief heeft. Er is op dit moment een vrij gebrekkig systeem van sociale voorzieningen, dat bij werkloosheid een uitkering garandeert die gerelateerd is aan de lengte van het dienstverband. Maar die uitkering slaat uitsluitend terug op het verdiende loon. Vrijwel alle werkgevers in Thailand verstrekken hun werknemers daarnaast ook de dagelijkse maaltijden, zorgen voor gereedschap en kleding en betalen vaak ook de scholing van de kinderen. Al die elementen vallen bij werkloosheid weg.

Er heerst dus een grote verborgen werkloosheid van mensen die korter zijn gaan werken en veel minder zijn gaan verdienen. Daar heeft de overheid overigens toch cijfers van: alleen al in 1998 zijn 2,1 miljoen mensen korter gaan werken. Bijna een miljoen mensen werken minder dan twintig uur per week. In totaal gaat het op dit moment om meer dan vijf miljoen werknemers die niet aan 40 uur per week komen en een navenant laag loon incasseren.

Veel echte werklozen zijn al lang vertrokken: naar hun thuis in het noorden of nog veel verder: de Philippijnen of Vietnam. “Daarnaast”, zegt Duncan Campbell, “zijn veel werklozen na hun ontslag als zelfstandige gaan werken. Bijvoorbeeld met een etenswagentje op straat of als chauffeur. Je ziet hier dus geen rijen voor een arbeidsbureau, zoals in het westen. Werkloosheid is een luxe die men zich hier niet kan veroorloven. Er bestaat een enorme informele sector.”

De zwaarst getroffen bedrijfstakken zijn de bouw en alles wat daaraan gerelateerd is, de autoindustrie, de elektronica en de textielindustrie. Op korte termijn heeft de ILO hier weinig soelaas te bieden. Campbell: “Wij kunnen alleen aan de langere termijn werken door vakbonden op te bouwen, onderwijs aan te passen, werknemers en werkgevers te scholen. De mensen hier kennen hun rechten niet en kunnen dus uitgebuit worden, wat weer kan leiden tot sociale onrust. Die mogelijke cyclus willen we aan alle partijen duidelijk maken.”

“Ook medewerkers van de overheid moeten we uitleggen wat hun eigen wetgeving precies inhoudt en we moeten hen leren een preventief klimaat te scheppen tussen werkgevers en werknemers. Ik zal je een voorbeeld geven: begin dit jaar dreigde een staking bij een autofabrikant die de jaarlijkse winstbonus niet wilde uitbetalen. Wie de crisis ook maar een beetje had gevolgd, vond het logisch dat er geen bonus werd uitbetaald. Maar de werknemers waren stomverbaasd en wilden niet meer werken. Er is volstrekt geen communicatie.”

Een soortgelijk onbegrip ontmoet de ILO waar het gaat om het minimumloon. Dat staat momenteel op 162 baht per dag, omgerekend acht gulden. Niemand weet hoeveel werkgevers zich aan die bepaling houden. Het is de ILO gebleken dat heel veel werknemers èn werkgevers geen flauw benul hebben wat het minimumloon is. Er is zoiets als een arbeidsinspectie, maar die is zwaar onderbemand en bovendien gelieerd aan het ministerie van arbeidszaken dat niet bepaald een belangrijke inbreng heeft in het Thaise politieke spel.

De ILO adviseert regering, werknemers en werkgevers, maar blijft een buitenstaander met een beperkt machtsmiddel. Werknemers zouden dus hun hoop moeten vestigen op de vakbonden. Maar die blijken om tal van redenen onmachtig. Vooral doordat zij niet per sector, maar per bedrijf opereren: elk bedrijf heeft zijn eigen vakbond. Wordt het bedrijf opgeheven of vallen er massaal ontslagen, dan sneuvelt ook de vakbond. En dat komt de vakbond van de concurrent weer goed uit: zij krijgen voortaan immers hun opdrachten. Er zijn twee federaties van vakbewegingen, maar zelfs die twee kunnen niet goed met elkaar overweg.

“En daarnaast, dat moet ik eerlijk toegeven”, zegt mevrouw Mukhda, de Thaise medewerkster van de ILO, “is er het culturele element. Een Thai staat nu eenmaal niet op tegen zijn meerdere. Een werkgever zorgt niet alleen voor je salaris, maar voor je totale familie. Dus daar ga je niet tegen in opstand. Wij Thai hebben geleerd elke confrontatie uit de weg te gaan.”

Hoopvol gestemd is de VN-organisatie over het sociale-verzekeringssysteem dat de Thaise overheid samen met de Asian Development Bank (ADB) opbouwt. De ILO heeft hierin al jaren een adviserende rol, maar de vorming van het systeem kwam door de crisis in een stroomversneling. De ADB stelt in eerste instantie 1,2 miljard dollar beschikbaar om het begin van een fonds mogelijk te maken. Uit het fonds, dat vervolgens gevuld gaat worden door werkgevers en werknemers, worden uitkeringen bij werkloosheid betaald en worden ziektekosten vergoed voor de laagste inkomens. Gelijktijdig wordt gewerkt aan een pensioenfonds dat vermoedelijk al volgend jaar wordt opgericht, maar dat door gebrek aan financiën pas over een jaar of vijftien voor het eerst kan uitkeren.

Duncan Campbell kijkt uit het raam van zijn kamer in het VN-gebouw en geïnspireerd door wat hij beneden ziet krioelen, zegt hij: “In zekere zin is deze crisis heel goed voor Thailand. Er zal nu geluisterd moeten worden. Wij werken samen met overheid, vakbonden, industrie en de Kamer van Koophandel om met zijn allen te leren hoe we met deze crisis moeten omgaan. We leren werkgevers hoe zij hun productiviteit kunnen verhogen zonder aan de werknemerskant te korten. We helpen de overheid met het opstellen en uitvoeren van arbeidswetgeving. En het mag dan zo zijn dat wij niet het geld en de mankracht hebben om te bepalen wat hier gebeurt, ze luisteren wel degelijk naar ons. Er liggen natuurlijk gevoeligheden. Maar het voordeel van de crisis is dat wij niet iedereen meer te vriend hoeven te houden. Iedereen ziet nu de noodzaak van veranderingen in.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden