Werkgevers vrezen een vast contract bij arbeidsbeperkten

Werknemers knippen stekjes van een klimop bij de Gebroeders Oirschot Tuinplanten. De tuinder heeft 25 tot 30 mensen van leerwerkbedrijf Diamant in dienst, mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Beeld Joyce van Belkom/Hollandse Hoogte

Gemeenten en UWV slagen er best wel goed in om jongeren met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen. Maar het lukt ze minder goed om ze ook aan het werk te houden.

Als een jongere met een beperking een werkplek heeft gevonden, raakt hij of zij daarna dikwijls uit het zicht van de gemeente of het UWV die de jongere in de zoektocht geholpen heeft. Daardoor is het hartstikke moeilijk voor deze jongvolwassenen om het werk te behouden. Dat constateert de Inspectie SZW in het onderzoek ‘Aan het werk, voor hoe lang?’

Doordat het contact stopt of flink afneemt tussen de jonge werknemer en de instanties, is er nauwelijks nog aandacht voor hoe het gaat op het werk. Daardoor neemt de kans op uitval toe en daarmee het risico dat een werkgever het contract laat aflopen. Vooral bij gemeenten ontbreekt een langetermijnvisie op de ondersteuning die nodig is, aldus de vroegere arbeidsinspectie.

Gemeenten hebben hiervoor ook nog te weinig expertise en capaciteit in huis, merkt de Inspectie SZW op. En ze zijn vaak terughoudend met jobcoaching. Dat vinden ze te duur. Jobcoaches krijgen daarom maar weinig tijd om jongeren te begeleiden, terwijl geadviseerd wordt om vooral als iemand net ergens werkt, juist intensieve zorg te geven. Er zijn zelfs gemeenten die nooit jobcoaches inzetten tijdens de proefperiode.

UWV is ruimhartiger met de inzet van jobcoaching, een begeleider die inmiddels nut en noodzaak wel heeft bewezen. Waar UWV wel weer erg star in is, is dat de uitkeringsorganisatie geen jobcoach regelt als iemand minder dan 12 uur per week werkt. Dat begrijpt de inspectie niet. Ook zet UWV maximaal drie jaar een jobcoach in, alleen bij uitzondering kan het langer.

Grote gevolgen bij uitval

Dat is jammer, want als deze jongeren uitvallen, heeft dat grote gevolgen. Ze komen vaak slecht weer aan een nieuwe baan. Zo blijkt dat 50 procent van de jongeren met een Wajonguitkering die in 2015 hun werk zijn kwijtgeraakt, een jaar later nog langs de kant staat. En 40 procent van de Wajongers zit drie tot vier jaar later nog steeds thuis. De Inspectie merkt op dat “zeker bij kwetsbare jongeren een negatieve ervaring lang kan doorwerken naar het vinden van volgend werk”.

Zowel UWV als gemeenten noemen dezelfde redenen waarom jongeren uitvallen. Deze zijn wel heel divers, en veelal in de persoon zelf gelegen. Zijn of haar privésituatie is niet stabiel of er is een gebrek aan ‘basale werknemersvaardigheden’ zoals op tijd komen, afspraken met je werkgever nakomen, om kunnen gaan met collega’s.

Soms kan de werknemer er niets aan doen, omdat het met de werkgever financieel niet goed gaat. Soms valt het in dienst nemen van een jongeren met een arbeidsbeperking gewoonweg tegen. Uitval kan ook aan de passendheid van de functie liggen, iets wat vaker voorkomt bij bestaande vacatures dan bij gecreëerde functies. 

Angst voor vast dienstverband

Een veelgehoord geluid is dat werkgevers een jongere niet langer dan twee jaar in dienst wil nemen omdat hij anders hem of haar een vast contract moet geven. Ook al functioneert de jongere naar tevredenheid, een vast dienstverband durven veel werkgevers niet aan. Volgens onderzoeksbureau Regioplan zijn werkgevers bang voor ziekte. Ook zijn ze er niet zeker van dat ze gebruik kunnen blijven maken van subsidies.

De economische situatie van het bedrijf of het beleid om geen vaste contracten aan te gaan is regelmatig doorslaggevend om geen vast contract te bieden aan een jongere met arbeidsbeperking, ondanks goed functioneren. Dat beschrijft Regioplan in de rapportage ‘Jonggehandicapten duurzaam aan het werk’.

De Inspectie is in haar rapport wel zeer positief over de inzet van de ambtenaren die bij UWV en gemeenten werken. Zij doen enorm hun best  om een passende werkplek te vinden voor de jongeren met een beperking, meldt het rapport. De inspectie noemt ze zonder uitzondering ‘zeer gedreven’.

Lees ook:

‘Waarom zou de overheid nog haar best doen om arbeidsbeperkten aan een baan te helpen?’

De overheid en het bedrijfsleven moeten samen 125.000 arbeidsbeperkten aan het werk helpen

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden