Werkgevers: Méér prestatieafspraken

VNO/NCW en MKB-Nederland pleiten, in weerwil van studenten en docenten, juist voor meer rendementsdenken

Wij willen niet meer worden afgerekend op prestaties, zeggen hogescholen en universiteiten. Weg met die meet- en teldrift in het hoger onderwijs, zeggen studenten. Stop met de topdown-beoordeling van hogescholen en universiteiten, zegt de Vereniging van Nederlandse Universiteiten. Een heel ander geluid laten ondernemersorganisaties VNO/NCW en MKB-Nederland horen: niet minder, maar méér prestatieafspraken met universiteiten en hogescholen.

Wat is er aan de hand? VNO/NCW en MKB stuurden deze week een notitie naar de minister van onderwijs waarin zij aandringen om twintig procent van het budget voor het hoger onderwijs te verdelen aan de hand van afspraken over kwaliteit. Nu is dat zeven procent.

Universiteiten en hogescholen zijn in 2012 met het onderwijsministerie overeengekomen om op deze wijze te zorgen voor betere en meetbare resultaten. Inmiddels is in 'het veld' het enthousiasme daarover danig getemperd. De concurrentieslag tussen instellingen leidt alleen maar af van de inhoud.

Het rendementsdenken heeft volgens een deel van de studenten en docenten bezit genomen van het hoger onderwijs, en mede daarom bezetten studenten in Amsterdam het Maagdenhuis, tekenden docenten petities en pleitten onderwijsorganisaties voor meer aandacht voor de inhoud en minder voor streefcijfers, meetinstrumenten en 'valorisatie'. Gisteren nog hekelden docenten en professoren van de Rijksuniversiteit Groningen in een open brief de heersende cultuur op de RUG, die er voor zou zorgen dat "studenten vooral worden gezien als een product dat zo snel mogelijk afgeleverd moet worden".

Schroef die afspraken over berekenbare prestaties op, bepleiten daarentegen de werkgevers- en ondernemerslobby's. Het gaat hen nog lang niet goed genoeg met het Nederlandse onderwijs.

Volgens hen is er te weinig aandacht voor de uitblinkers en de specialisten. De toename van het aantal studenten is op verschillende opleidingen ten koste gegaan van de kwaliteit. Hogescholen en universiteiten moeten nog meer inzetten op de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, het aantal (werk)college-uren per week moet omhoog naar vijftien.

De werkgevers en ondernemers zeggen zich te herkennen in de protesterende studenten van dit voorjaar, immers, zij willen hetzelfde: beter hoger onderwijs. Een gotspe ongetwijfeld in de ogen van de Maagdenhuisbezetters, voortkomend uit de verschillende opvattingen van het containerbegrip 'kwaliteit': de één ziet daar verdieping en culturele ontwikkeling in, de ander wil daardoor slagvaardiger zijn op de arbeidsmarkt.

'Prestatieafspraken zijn er terecht'

Ondernemers willen meer nadruk op meetbare kwaliteit, studenten, docenten en onderwijsorganisaties willen daar juist van af. Wordt het niet tijd om de gemaakte afspraken over prestaties in het hoger onderwijs te herzien?

Voorzitter Frans van Vught van de onafhankelijke Reviewcommissie Hoger Onderwijs en Onderzoek schakelt even terug naar 2012. "Toen, na het verschijnen van het rapport van de Commissie Veerman (over de toekomst van het hoger onderwijs, red.) waren zowel de studenten als de universiteiten en hogescholen laaiend enthousiast over de prestatie-afspraken."

Van Vughts commissie adviseert de ministeries van onderwijs en economische Zaken over het voortgang van de prestatieafspraken over de kwaliteit en de profilering in het hoger onderwijs. "Iedereen was het er over eens dat het hoger onderwijs onvoldoende toekomstbestendig was, te uniform, te weinig uitdagend, en dat er te veel uitval was tijdens de studie.

De instellingen kwamen met de overheid overeen om een deel van het onderwijs op basis van kwaliteit te bekostigen, en om zichzelf duidelijker te onderscheiden van andere opleidingen."

Het ministerie van onderwijs heeft toen goed geluisterd, en sindsdien zijn er die - door veel docenten en studenten inmiddels vermaledijde - prestatieafspraken.

Van Vught: "Het is terecht dat werkgevers nog eens het belang daarvan benadrukken. Goed hoger onderwijs is in het belang van iedereen: studenten, hun ouders, het bedrijfsleven, en - in algemene zin - de Nederlandse burger."

De persoon achter de prestaties wordt tekortgedaan

"De prestatieafspraken komen onder te grote druk tot stand", stelt Karl Dittrich van de Vereniging van Samenwerkende Universiteiten (VSNU). Zijn organisatie bracht deze week een pamflet uit waarin hij pleit voor meer toenadering tussen studenten en docenten, niet uitgedrukt in 'contacturen' (hoor- of werkcolleges) maar in individueel overleg en feedback.

Er zijn meer studenten gekomen, maar er is niet meer budget, waardoor een docent aan aanzienlijk meer studenten les moet geven. Dat geeft, aldus het VSNU-pamflet, "een flinke toename van de werkdruk."

Dittrich: "Het draagvlak voor de huidige prestatieafspraken ontbreekt op de universiteiten. Die moeten niet van buitenaf worden opgelegd op straffe van minder financiering, maar juist dieper in de organisatie worden afgesproken. Het college van bestuur, de medezeggenschapsraad, docenten en studenten committeren zich aan overeenkomsten. Zo kan je ook tot hoger rendement komen. Maar dan op basis van afspraken op horizontaal niveau, niet verticaal."

Alles moet tegenwoordig afgerekend worden, zegt Dittrich. "De scholen, ziekenhuizen, de zorg, de politie. De persoon achter de prestaties wordt tekortgedaan. Daarom kwamen studenten laatst in opstand, en is er een steeds breder geluid te horen tegen deze tendens. Daar sta ik achter."

Tegen de werknemers- en ondernemersorganisaties, die pleiten voor meer meetbare prestaties in het hoger onderwijs, zegt Dittrich: maak niet alleen met de overheid afspraken over onderwijsresultaten maar laat die ook breed gedragen worden door de instellingen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden