Werken, winnen en doorbreken

Dit weekeinde begint het zesde internationale Franz Liszt Pianoconcours in Utrecht. Uit de hele wereld komen pianisten zich meten met de concurrentie. Het concours als springplank naar een wereldcarrière.

UTRECHT - Een jaar keihard werken en dan onder grote spanning winnen of afgaan. Waarom doet een pianist mee aan concoursen? Omdat die andere tienduizend hetzelfde doen, is het antwoord van Martyn van den Hoek, in 1986 de winnaar van het eerste Lisztconcours in Utrecht.

En zo is het. Over de hele wereld zijn er zo'n vijfhonderd internationale pianoconcoursen, waar circa dertigduizend pianisten met elkaar wedijveren om het prijzengeld, de internationale tournee of cd-opname die eraan vastzit, maar vooral om naamsbekendheid. ,,Deze generatie heeft veel te veel pianisten voor de markt,'' zegt Van den Hoek. ,,Slechts voor een enkeling is plaats in de grote zalen. En daarom concurreren we met elkaar op concoursen. Want heel veel andere mogelijkheden om door te breken, zijn er niet, behalve voor kindsterretjes.''

Een concours is om nog andere redenen een goede ervaring voor een beginnend pianist. Je werkt een half jaar of langer aan de opbouw van repertoire waar je een leven lang plezier van kunt hebben, je leert veel door te luisteren naar collega-pianisten, je ondervindt hoe je onder grote druk presteert en spreekt heel veel mensen uit de muziekwereld en kunt daardoor belangrijke contacten opdoen. Van den Hoek: ,,Met alleen goed spelen ben je er niet. Je moet je terugtrekken om je te concentreren op je spel en tegelijkertijd moet je veel mensen spreken om jezelf te verkopen.''

Pianisten lopen doorgaans tussen hun zeventiende en dertigste zo'n honderd concoursen af. Voor de pianist die door wil breken, is de keuze uit concoursen groot. De belangrijkste 109 concoursen zijn verenigd in de Federatie van Muziekconcoursen in Genève. Het relatief jonge Liszt-concours uit Utrecht is er onlangs tot toegetreden, een bewijs dat de reputatie ervan groeit.

De naam en faam van concoursen hangt vooral af van het prijzengeld en de lijst van eerdere prijswinnaars, vertelt Guus Alink. Hij begon ooit vanwege een uit de hand gelopen hobby pianoconcoursen te volgen en heeft inmiddels een bestand van dertigduizend pianisten opgebouwd waarvan hij de carrière volgt. Samen met pianiste Martha Argerich heeft hij een stichting opgericht die pianisten informatie over alle concoursen kan geven.

Qua prijzengeld doet het Lisztconcours het volgens Alink heel aardig in het internationale circuit. De eerste-prijswinnaar gaat met vijftienduizend euro naar huis. Het Chopinconcours in Warschau geeft de winnaar 25000 dollar, het Arthur Rubinsteinconcours in Tel Aviv en het Van Cliburnconcours in Texas ieder 20000 dollar, maar de meeste blijven daar ver onder. Het beroemde Elisabethconcours uit Brussel heeft geen hoog prijzengeld, maar ontleent zijn reputatie aan de vroegere prijswinnaars, onder wie Vladimir Ashkenazy en Leon Fleisher.

Alink: ,,Het Lisztconcours is nog jong, maar staat goed bekend door de degelijke organisatie. De huisvesting bij gastgezinnen valt goed, evenals het ontbreken van inschrijfgeld. Dat zijn aardige pluspunten naast het prijzengeld. De goede indruk die deelnemers ervan hebben, wordt door mond-op-mond-reclame in de hele wereld bekend.''

Desondanks heeft geen van de zes winnaars van het Lisztconcours het internationale podium bereikt. De Italianen Enrico Pace en Igor Roma, die respectievelijk in 1989 en in 1996 wonnen, zijn wereldberoemd in Nederland, maar treden ondanks hun wereldklasse nauwelijks in het buitenland op. Van de overige winnaars (Martyn van den Hoek in 1989, Sergej Pashkevich in 1992 en Masaru Okada in 1999) horen we bijna nooit meer iets.

Van den Hoek wijt het in zijn geval aan de pers die de eerlijkheid van de jury in twijfel trok, omdat hij als Nederlander de eerste winnaar van een Nederlands concours was. Aan zijn prestatie kleefde een smet, merkte hij, en toen de Hochschule for Musik in Wenen hem een baan aanbood, nam hij die dankbaar aan.

Maar van de buitenlanders Pashkevich en Okada horen we ook niets meer. De organisatie van het Lisztconcours kent het probleem. Na het concours wordt het snel stil rond een winnaar. Daaraan hoopt het concours wat te veranderen door vanaf deze aflevering de internationale carrière van de winnaar te ondersteunen. Voor de winnaar is een tournee van vijftig concerten in zeventien landen geregeld. Directeur Quinten Peelen: ,,In 1996 hadden we nul buitenlandse concerten, in 1999 tien en nu dertig. We hebben jarenlang veel genetwerkt op andere concoursen om bekend te worden en dat begint nu zijn vruchten af te werpen. We kunnen de nog onbekende winnaar steeds beter verkopen, ook in het buitenland. Goede winnaars zijn andersom weer ambassadeurs voor ons concours.''

Of het voldoende is, is de vraag. Bij een pianistencarrière komt ook een dosis geluk kijken. Bovendien moet de artiest zichzelf goed kunnen verkopen. Van den Hoek heeft de nieuwste hype op dit vlak ontdekt: zelf festivals organiseren en daar je muzikale vrienden op uitnodigen. ,,Isabelle van Keulen, Gidon Kremer, Andras Schiff: allemaal hebben ze hun eigen festival. Zo blijven we bezig om stukjes van de markt te veroveren.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden