Werken met het spuug van Nietzsche

De schilderijen en tekeningen van Marjolijn van den Assem zijn sterk geïnspireerd op het werk van filosoof Friedrich Nietzsche. Nietzsche-kenners Gerard Visser en Paul van Tongeren herkennen er veel in.

Hoe gaat een schilder een filosoof te lijf? Door zich vol te zuigen met diens gedachten, tot de verzadiging, of nog verder, tot voorbij de grens van de walging. En dan, als de gedachten inwendig broeien en kolken, als de energie geen kant meer op kan, komt alles weer naar buiten. Ruw, ongeremd en toch onvermijdelijk gestileerd. Dat wil zeggen: omgezet in onnavolgbare en onweerlegbare vorm.

Zo ongeveer werkt het bij kunstenaar Marjolijn van den Assem (1947). Al zou je ook kunnen zeggen dat Nietzsche, de filosoof in kwestie, háár te lijf ging, 33 jaar geleden. Van een vriend kreeg ze 'Ecce homo' cadeau, de autobiografie die Nietzsche schreef op de rand van de waanzin waarin zijn leven eindigde.

Van den Assem: "Ik weet nog hoe ik het boek opensneed. Je had destijds nog boeken waarvan de bladzijden dubbelgevouwen zaten ingebonden; wilde je het boek kunnen lezen, dan moest je eerst eigenhandig de bladzijden lossnijden. Ik begon te lezen. Eerst dacht ik: ik begrijp er niets van, dit is boven mijn macht. Maar die vriend zei: 'Doorlezen!' Dat deed ik. Toen bleek dat ik een hele wereld had opengesneden. Omdat Nietzsche schrijft vanuit een positie die ik als kunstenaar ken. In het isolement van mijn atelier ben ik het ene moment de koning van de wereld en het andere moment totaal radeloos. Nietzsche stort zich er genadeloos in. Omdat hij niet anders kan."

Al gauw werd Nietzsche (1844-1900) de leidraad die ze zocht, bepalend voor haar werk. Deze innige verbintenis bleef jaren binnen de muren van haar atelier. Ze wilde niet te boek staan als 'Nietzsche-illustrator'. En ze vond dat niemand er iets mee te maken had. Maar tegenwoordig treedt ze ermee naar buiten.

En prompt ontstaat er een wisselwerking tussen haar kunst en de academische en museale wereld waarin Nietzsche bestudeerd wordt. Van den Assems werk is nu te zien in het Nietzsche Dokumentationszentrum in het Duitse Naumburg, de plaats waar Nietzsche zijn jeugd doorbracht en waar hij als psychiatrisch patiënt naar terugkeerde en jarenlang verpleegd werd door zijn moeder. Ook is Van den Assems werk te zien in de aula van de Radboud Universiteit Nijmegen, waar deze week een symposium over haar werk plaatsvond. Twee kenners van Nietzsche's denken, de Nijmeegse hoogleraar Paul van Tongeren en de Leidse universitair docent filosofie Gerard Visser presenteerden er beiden een nieuw boek over de denker. De drie herkennen veel in elkaars werk.

Volgens Van Tongeren heeft Vissers boek wel iets gemeen met de schilderingen van Marjolijn van den Assem. "Eerst zie je alleen maar chaotische vlekken. Bij Visser zie je in eerste instantie misschien alleen maar een boel moeilijke zinnen, weinig lijn. Maar voor beide soorten werk geldt dat je meer gaat zien als je het de tijd geeft, als je het op je in laat werken. Dat geldt voor Nietzsche's eigen werk trouwens ook. Nietzsche wilde dat je zijn werk las zoals een koe haar eten verteert. Het gras gaat van maag naar maag. Dat wat van buiten komt, vermengt zich tijdens het herkauwen met wat van binnen komt, je eigen lichaamssappen. Einverleiben, noemde hij dat. Zo neem je de tekst in je lichaam op."

Weinig mensen die Nietzsche zo letterlijk 'einverleiben' als Marjolijn van den Assem. Ze kan en wil alleen nog werk maken via hem, ze zit aan hem vast als een artistieke junkie. Van den Assem: "Ik heb wel geprobeerd om van hem af te komen, maar dat gaat niet meer."

Ze schrijft stukken van zijn teksten over, met inkt en kroontjespen, liggend en kruipend op kleine en grote vellen. Zo identificeert ze zich met de denker, en ook met zijn intimi, want ook de brieven van de vrouwen die met hem correspondeerden kopieert ze, als ondergrond voor de inktschilderingen die er dwars over- en doorheen gaan.

Gerard Visser: "Ik moet meteen denken aan de ondergrond, de gelaagdheid van het bestaan, die Nietzsche zo diep in zich opnam. In de onderstroom ontmoet je Nietzsche."

Paul van Tongeren: "Je ziet de woorden vruchtbaar worden."

Visser: "Het lijkt alsof Van den Assem zich afstemt op de beweeglijke stroom van Nietzsche's creativiteit. Nietzsche liet de diepste stroom in zichzelf toe. Er is geen filosoof bij wie de spanningsboog zo intens en zo wijd is. Van de hoogste hoogten die het intellect kan bereiken, tot de kleinste waarneming of sensatie."

Nietzsche was een rusteloze reiziger. Nadat hij uit Basel vertrokken was, waar hij tien jaar hoogleraar was geweest, werd hij een wandelaar zonder vaste verblijfplaats. Nergens kon hij aarden. Van den Assem reist hem achterna. Ze heeft de afgelopen decennia bijna alle plaatsen bezocht waar Nietzsche geweest is; van Basel, Sils Maria en Naumburg tot Genua, Venetië en Turijn. En steeds maakt ze werk dat rechtstreeks op die plaatsen gebaseerd is, dat als het ware de geest van die plek bevat.

Is dat niet een romantische gedachte, waar Nietzsche zelf keihard mee zou afrekenen? Van Tongeren: "Nietzsche was een denker voor wie de fysiologie nauw verbonden was met denken. Hij was zeer sensibel. Hij zag zichzelf als een sensor voor krachten in de natuur."

Van den Assem: "In het voorwoord van 'De vrolijke wetenschap' zegt Nietzsche dat hij is gaan schrijven 'in de taal van de dooiwind', onder invloed van zijn verblijf in Genua, waar die wind waaide. Ik heb dat ook. Ik ben een soort seismograaf."

Kijkend naar de werken zijn Visser en Van Tongeren enigszins terughoudend in hun beschrijvingen, bang om het werk dood te analyseren. Van Tongeren: "Voor mij zijn titels belangrijk. Ik merk dat ik niet anders kan dan toch weer woorden geven aan het beeld. Terwijl ik tegelijkertijd voel dat dat een reductie is, een terugvoering tot een vorige vorm."

Visser ziet vooral de intensiteit en de spanning, die Nietzsche zo tekenen. "Terwijl hij toewerkte naar zijn grote eindwerk, rekte Nietzsche de spanning maximaal op. Hij had een werk in zijn hoofd waarvan hij zelf geloofde dat het de mensheid zou gaan verdelen in twee kampen. En in de tussentijd schreef hij die autobiografie, 'Ecce homo', in drie weken tijd. Een eruptie. Alles is nog aanwezig in dat boek, de waanzin kruipt er al in, maar het is nog hoogst lucide. Alle plaatsen die hij aandeed komen terug, aan al zijn eigen boeken wijdt hij nog wat woorden, alsof hij voor het laatst zijn kinderen toespreekt. Daarna knapte de ballon en nam de waanzin het over. Iets van die ravage zie ik hier."

Voor Marjolijn van den Assem is het andersom: "Ik denk dat ik in het gesticht was beland als ik Nietzsche nooit had leren kennen." Maar de waanzin ligt nog altijd op de loer. "Ik weet wat er nu gaande is in mijn atelier. Het kan hachelijk worden."

Gerard Visser: 'In gesprek met Nietzsche' Vantilt, ISBN 9789460040672; 336 pagina's € 24,95

Paul van Tongeren: 'Het Europese nihilisme. Friedrich Nietzsche over een dreiging die niemand schijnt te deren.' Vantilt, ISBN 9789460040986; 232 pagina's, € 19,95

Werk van Marjolijn van den Assem is nog t/m 18 maart te zien in de aula van de Radboud Universiteit Nijmegen en t/m 20 augustus in het Nietzsche Dokumentationszentrum in Naumburg (D).

Zie www. marjolijnvandenassem.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden