Werken is niet langer de oplossing voor armoede

Werk (buitenshuis) zou goed zijn voor zelfontplooiing, participatie, en hét middel zijn tegen armoede. Dat gaat echter voor zo’n tweehonderdduizend huishoudens niet op, blijkt uit onderzoek van socioloog Erik Snel, verbonden aan de Erasmus Universiteit. Zij verkeren lange tijd, zeker drie jaar, onder de armoedegrens en daarmee hun kinderen ook.

Bij de groeiende groep kleine zelfstandigen, boeren, tuinders en vissers die nauwelijks kan rondkomen, voegen zich werknemers die vanuit de uitkering aan het werk gaan, maar kwetsbaar blijven. Er is weinig zicht op wie het zijn, hoe het deze mensen vergaat en welke banen ze hebben, constateert Snel. „We weten niet of ze in dead end jobs zitten en hoe het met hun gezondheid en hun kinderen is gesteld.” Voor hem staat vast dat de verharding van de sociale zekerheid, waardoor kwetsbare mensen ’in een baan worden gedrongen’ een rol speelt. In andere Europese landen is een soortgelijke ontwikkeling, zegt de onderzoeker.

Het aantal armen in Nederland stijgt niet, benadrukt hij. „Maar tien, twintig jaar geleden had je het dan eigenlijk alleen over mensen met bijstand. Nu werkt meer dan de helft van de armen, zij het veelal in tijdelijke en deeltijdbanen.

„Het probleem zit vooral bij alleenverdieners: alleenstaanden, alleenstaande ouders, traditionele kostwinners. Als er meerdere inkomens in een huishouden binnenkomen, leidt onzeker en laagbetaald werk meestal niet direct tot armoede.”

De wankele positie van flexwerkers, zzp’ers (zelfstandigen zonder personeel) en anderen aan de onderkant van de arbeidsmarkt, is een zorg van de vakbonden en kerkelijke organisaties als Disk-arbeidspastoraat, die rondom armoedebestrijding samenwerken in de Sociale Alliantie. „De bouw, horeca en industrie werken inmiddels met omvangrijke aantallen flexwerkers. Bedrijven hebben een grote flexibele schil om zich heen gebouwd,” signaleert directeur Hub Crijns van Disk. „Nu de kredietcrisis die sectoren raakt, moeten die flexwerkers het eerste eruit. Gaan ze het redden?”

De Sociale Alliantie, een netwerk van veertig maatschappelijke organisaties, kaartte haar zorg over de ontwikkeling op de arbeidsmarkt en het groeiend aantal werkende armen deze maand nog aan bij staatssecretaris Aboutaleb. De organisatie wijst op een recente studie waaruit blijkt dat het aantal laagbetaalde banen in Nederland tussen 1980 en 2006 is verdubbeld, terwijl het minimumloon in diezelfde periode achterbleef bij de gemiddelde loonontwikkeling. Crijns: „Dat vormt de verklaring voor de toename van werkende armen.” Volgens het netwerk moet het kabinet uitdrukkelijk aandacht besteden aan dit fenomeen.

Vakcentrale FNV is het project ’Krap an’ gestart om werkende armen zichtbaar te maken. Projectleider Ans Pelzer is getroffen door de vele alleenstaande ouders die zich meldden. „Vrouwen die in hun eentje voor huishouden, opvoeding en inkomen moeten zorgen. Vaak hebben ze een grote deeltijdbaan (meer dan 24 uur). Desondanks komen ze met hun kinderen in de armoede terecht. Een politiek antwoord hierop als ’dan moeten ze maar voltijds gaan werken’ vind ik nogal makkelijk. De kinderen hebben in de praktijk meestal maar één aanspreekbare ouder over. Bovendien verdienen ze met voltijds werk meestal nog slechts het minimum.”

Ze merkt dat deze vrouwen dolgraag willen vooruitkomen en een opleiding of omscholing willen doen, maar daar weinig kans voor krijgen. „Voor hun kinderen willen ze een betere toekomst; een perspectief om uit de armoede te komen.”

Verontwaardigd is Pelzer over uitlatingen van PvdA-politicus Ahmed Marcouch dat kinderen maar moeten bijspijkeren aan het huishoudinkomen. „Dat is mij tien bruggen te ver. Jongeren moeten vooral naar school en studeren.” En wat ze ’heel wrang’ vindt: „In de toekomst heeft een grote groep vrouwen ook nog eens een karige oude dag. Ze hebben geen of een versnipperd pensioen.”

Wetenschapper Snel denkt genuanceerd over het gevoerde beleid. Het leeuwendeel van de mensen die na een uitkering aan het werk gaat, zestig procent, zit maar één werkend jaar onder de armoedegrens. Uit een eerder onderzoek van zijn hand bleek dat toen moeders met kinderen met rust werden gelaten, zij geen enkele kans hadden uit de bijstand te komen. „Deze vrouwen waren als het ware tot levenslange armoede veroordeeld. Werk is vaak de enige mogelijkheid om te ontsnappen.”

Maar ook hij ziet de worsteling, zoals met kinderopvang. „Dat is anders in de Scandinavische landen. Daar zijn veel betere voorzieningen en kunnen alleenstaande ouders zich toeleggen op werk, met als gevolg dat deze moeders niet tot de armen behoren. Beter is het in te zetten op goede voorzieningen om moederschap met werk te kunnen combineren, dan te zeggen: blijf maar thuis.”

Wel zou de overheid meer ontsnappingskansen moeten bieden. Gemeenten zijn volgens hem te snel tevreden over hun armoedebeleid. „De focus ligt op participatie. Maar mensen kunnen daarbij op enorme muren stuiten. Zo zijn gemeenten trots dat ze zo veel mensen uit een uitkering als zelfstandig ondernemer aan de slag helpen. Maar het armoederisico bij zelfstandigen is hoog. Uit gegevens van de Belastingdienst blijkt dat twintig procent op het bestaansminimum of daaronder zit.”

Het doel is dat mensen, of ze nu als zelfstandige of voor een baas werken, na een of twee jaar een reëel inkomen kunnen opbouwen. „Het beleid is nu vaak de kortste weg naar werk, en mensen krijgen niet altijd de kans zich binnen dat werk te kwalificeren. Komen ze zo wel een stap hoger? Over die groep maak ik me zorgen. Als mensen eenmaal de stap naar werk hebben gemaakt, moet je ze niet zomaar loslaten. Zorg voor voorzieningen om mensen aan het werk te houden. De politiek moet de knelpunten oplossen, zodat zij hun inkomen ook echt zien stijgen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden