'Werkelijke rijkdom bestaat niet uit effecten'

,,De doodsklok klept op het Damrak'', schrijft de krant Het Volk daags na Zwarte Donderdag, de dag van de beruchte beurskrach op 24 oktober 1929. De val van de beurskoersen op Wall Street, waarin alle beurzen werden meegesleurd, luidde de diepste economische recessie in die de Verenigde Staten en Europa deze eeuw hebben gekend.

Op schaarse zwartwitfoto's uit de jaren twintig zijn ze nog te zien. De zelfingenomen Amerikaanse beursspeculanten, vaak met een sigaar tussen tevreden getuite lippen en de hoed nonchalant op het achterhoofd. Het waren er vele duizenden, mensen uit de middenklasse die de bloeiende economie als het bewijs zagen dat snel en gemakkelijk rijk worden ook voor hen was weggelegd.

Het ging de VS ook goed. Het bedrijfsleven floreerde, de werkloosheid was relatief laag en de gemiddelde werknemer kreeg een redelijk salaris. Als altijd kenden de VS ook onbeschrijflijke armoede, maar, zo de vermaarde Amerikaanse econoom John Kenneth Galbraith in het standaardwerk over de krach, The great crash 1929, ,,de Amerikaan heeft altijd een bijzonder vermogen gehad slecht nieuws of kritische kanttekeningen lichtzinnig te negeren''.

Dat was in 1926 al eens pijnlijk gebleken. De na de Eerste Wereldoorlog opbloeiende fabrieksproductie van auto's en consumptiegoederen bracht werk en welvaart. ,,God wil dat de Amerikanen rijk zijn'', klonk het, en onder beleggers vatte de mening post dat een jaarlijkse vakantie in het zonovergoten Florida snel voor iedereen zou zijn weggelegd. De prijzen van huizen en grond stegen er tot krankzinnige hoogte, vooral langs de kust. In de herfst van 1926 spatte de South sea bubble uiteen. Twee stormen maakten duizenden huizen met de grond gelijk, smeten dure jachten als wrakhout op de wal en doodden honderden mensen.

De tienduizenden geruïneerden konden het optimisme niet temperen. ,,Bijna 18 000 mensen zijn in acute nood'', zei een grote reder in de Wall Street Journal, ,,maar er is nog hetzelfde Florida, met zijn magnifieke bronnen, zijn wonderbaarlijke klimaat en zijn geografische positie. Het is de Rivièra van Amerika.''

Nu de Florida-droom uiteen was gespat, stortten de beleggers zich op aandelen. De koersen spoten omhoog. Waarschuwingen werden als vijandige informatie terzijde geschoven; wie tornde aan Wall Street, het symbool van the American dream, was een communist. Dit werd nog versterkt door het populisme waarmee de leiders van het land hun beleid omkleedden. ,,Het land is economisch nog nooit zo sterk geweest'', sprak president Calvin Coolidge in december 1928, aan het einde van een euforisch beursjaar, in zijn laatste rede. Ook Herbert Hoover, de opvolger van Coolidge, blaakte tot ver ná de beurskrach van vertrouwen.

Geen staatsman heeft achteraf ooit de verantwoordelijkheid op zich genomen voor de recessie die volgde op de gebeurtenissen op Wall Street op 24 oktober 1929. Eigenlijk voltrok de ramp zich alleen in de ochtenduren van de handel. Al weken heerste er nervositeit onder de speculanten en handelaren. ,,De beurskoersen bewogen zich onheilspellend, maar het verlangen dat ze misschien nog één week, of nog maar één dag zouden blijven stijgen, deed het merendeel van de beleggers afwachten'', schrijft Galbraith. Wie in deze spanning het eerst besloot zijn aandelen in een klap te verkopen, is niet te traceren, maar het was het begin van een ramp. In enkele uren, op een van paniek kokende beursvloer, veegde het aanbod van miljoenen aandelen de koersen van de beursfondsen onderuit.

Om halftwaalf die ochtend lieten de beursautoriteiten de publieke galerij ontruimen. Inmiddels hadden zich voor het beursgebouw duizenden verontruste mensen verzameld, omgeven door - zo schrijft Het Volk - ,,vierhonderd agenten, honderd rechercheurs en politie te paard''.

Niemand wist precies wat er aan de hand was en de wildste verhalen deden de ronde. Het gerucht ging dat al elf vooraanstaande beurshandelaren zelfmoord zouden hebben gepleegd. Een monteur die hoog boven de menigte een reparatie uitvoerde aan een gevel werd voor een desperate speculant aangezien, en het door angst en sensatie gegrepen publiek wachtte ongeduldig op zijn doodsprong. Zo ontstond de mythe dat de krach een onafzienbare reeks gevallen van zelfdoding tot gevolg had. Dit is niet waar, zou Galbraith later bewijzen. Maar zoals de Amerikanen zich eerst hadden laten meeslepen door het optimisme van de beurs, zo voerde nu een bijna romantisch pessimisme de boventoon.

Een opmerkelijke aanwezige in de opgewonden menigte op Wall Street was Winston Churchill. De man die later Engelands oorlogsminister en premier zou worden, stond niet bekend om zijn financieel-economisch inzicht, maar, aldus Galbraith, ,,hij blonk uit in de eigenschap altijd daar te zijn waar de grote momenten in de wereldgeschiedenis zich voltrokken''. Uitgerekend hij was degene die het Engelse pond in 1925 als minister van financiën aan de dollar had gekoppeld. Daarmee was hij teruggekeerd naar een standaard van voor de Eerste Wereldoorlog, die maakte dat het pond, de dollar en de goudprijs elkaar direct beïnvloedden.

Andere landen deden destijds hetzelfde als Churchill, en zo kon het dat de paniek in New York onmiddellijk op de andere beurzen oversloeg. Op de Amsterdamse effectenbeurs gingen vaderlandse favorieten als Philips, de Koninklijke en Margarine Unie onderuit, samen met de prijzen van cruciale handelsproducten als rubber, suiker en koffie.

,,De handelaren in Amsterdam schreeuwen zich de longen uit het lijf, om tussen de bedrijven door zwijgzaam en met bleke gezichten in hun koffie te roeren in een van de cafés aan het Damrak'' schrijft Het Volk, 'Dagblad voor de Arbeiderspartij'. ,,Soms snelt er een ijlbode binnen, en spoeden ze zich terug naar het strijdtoneel, de barman met een onbetaalde rekening achterlatend.'' Het Volk zag het aan met leedvermaak en verontwaardiging. ,,Schreeuwen of hun een vreselijk ongeluk is overkomen, is hier kennelijk normaal'', meesmuilt de krant. ,,Maar het publiek heeft miljoenen geofferd aan het grootkapitaal.''

De Amsterdamse zakenkrant Algemeen Handelsblad legt al op 26 oktober 1929 de vinger op de zere plek: ,,Wie aandelen bezit en die in waarde ziet stijgen, maar ze niet verkoopt, heeft slechts fictieve rijkdom. De werkelijke rijkdom van een land bestaat niet uit effecten, maar uit mijnen, fabrieken, havens en schepen.''

In de weken die volgden op de krach brandde in de kantoren van nagenoeg alle banken en effectenhuizen ter wereld de hele nacht licht. ,,Sommige firma's moesten na elke woelige beursdag uitrekenen of ze nog wel bestonden'', schrijft Galbraith.

De krach was geen incident. Tien jaar lang werden de VS en Europa ondergedompeld in een afschuwelijke crisis. In de VS was in 1933 een op de vier mensen uit de beroepsbevolking werkloos en miljoenen leden honger. Cynisch genoeg was het de oorlogsindustrie die in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog de economie in de VS, Canada en Engeland deed opleven. De meeste andere getroffen landen moesten tot na de oorlog wachten op herstel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden