WERKELIJKE HELDEN

Een van de terdoodveroordeelden na de mislukte aanslag op Hitler op de 20ste juli 1944 was Arthur Nebe. Hij werd opgehangen. Nebe was voorheen Reichskriminaldirektor. In zijn aanwezigheid legde Georg Elser in de nacht van 13 op 14 november 1939 de bekentenis af dat hij verantwoordelijk was voor de mislukte aanslag op Hitler in de Burgerbraukeller in Munchen. Twintig minuten nadat de Fuhrer het spreekgestoelte verlaten had ontplofte de bom, die hem zeker gedood zou hebben als hij daar nog gestaan had.

KOOS VAN WERINGH

Arthur Nebe maakte later deel uit van de zogenaamde Sonderkommandos die in Oost-Europa achter het 'gewone' leger opereerden en duizenden joden en partisanen om het leven brachten. Om de een of andere reden hield Nebe het voor gezien en sloot zich aan bij het verzet tegen Hitler.

Ik noem dit voorbeeld hier, omdat op grootscheepse wijze die 20ste juli 1944 in de publiciteit geraakt is. Stel dat er tijdens het bewind van Adolf Hitler zoveel verzet tegen hem gepleegd zou zijn als er nu over geschreven wordt. Hitler zou van schrik zijn afgetreden, vermoed ik.

Hoe meer ik over de 20ste juli lees hoe meer ik ervan overtuigd raak dat hier aan gigantische mythevorming gedaan wordt. Niet dat ik dat niet begrijp: geen volk kan zonder mythes leven. Het vele geschrijf over de mislukte aanslag van 1944, het geruzie over de herdenkingen, wie mag spreken en wie niet, wie hoort er wel en wie weer niet bij, dat wekt allemaal de indruk dat het hier om buitengewoon belangrijke zaken gaat. Dat zijn het ook wel, maar al die publiciteit is overdreven. Op 20 juli 1944 stond het Derde Rijk al aan de rand van de afgrond. De Russen waren al een eind op weg naar Berlijn, in het Westen was de invasie begonnen. De oorlog zou wellicht sneller zijn afgelopen als de aanslag gelukt was, maar een aanslag op dat ogenblik heeft toch iets van nog even de bordjes verhangen, voordat het helemaal te laat is. Veel van de officieren hadden trouwens eerst meegeholpen half Europa voor de Fuhrer te veroveren. Dat zij naderhand hebben ingezien dat zij daarmee onjuist handelen, siert hen, maar rechtvaardigt nog niet dat hun optreden overdreven wordt voorgesteld.

De mannen en vrouwen van de 20ste juli hebben een machtige lobby in de geschiedwetenschap die ervoor zorgt dat hun rol steeds opnieuw belicht wordt, daarmee de indruk versterkend dat het hier om een hoogtepunt uit de Duitse geschiedenis gaat. De vraag wat moedig is valt niet eenvoudig te beantwoorden, maar in het licht van de ontwikkelingen in het Derde Rijk is mijn bewondering voor de studenten die de groep Die weisse Rose vormden aanzienlijk groter dan die voor de officieren. Hun verzet draagt een zuiverder karakter. En dat geldt helemaal voor de twee mannen die voor mij de werkelijke helden uit de jaren 1933-1945 zijn.

De ene is de Oostenrijkse boer Franz Jagerstatter. Als enige bewoner van zijn dorp weigert hij voor de Anschluss met Duitsland te stemmen. In een herderlijk schrijven hadden de bisschoppen erop gewezen dat “het een vanzelfsprekende plicht is ons als Duitsers tot het Duitse Rijk te bekennen” - en van de gelovigen verwachtten zij hetzelfde. Maar Jagerstatter weigert. Een gelovige katholiek kan geen nationaal-socialist zijn, meent hij. Geen bisschop kan hem ompraten, van zijn dorpsgenoten die allen pro Hitler zijn trekt hij zich niets aan. Hij weigert dienst, hij wenst niet voor Hitler te vechten. Nadat hij opgepakt is wordt hij eerst in Linz en later in Berlijn opgesloten. In een kort proces wordt hij ter dood veroordeeld. Een aanbod naar het front te gaan als hospitaalsoldaat slaat hij af. In een brief vraagt hij zijn vrouw en kinderen vergeving, maar hij had geen andere keus, meent hij. Op 9 augustus 1943, 's middags om vier uur, wordt hij onthoofd. De priester die erbij aanwezig was schrijft: “Ik heb de zekerheid dat deze eenvoudige man de enige heilige is die ik in mijn leven ben tegengekomen.”

Waarom zag deze man in dat met Hitler op geen enkele wijze kon worden samengewerkt en waarom bleef hij bij dat standpunt, ook toen priesters en bisschoppen hem daarvan af wilden brengen? Ik weet niet of op die fascinerende vraag een antwoord mogelijk is. Het lezen van de geschiedenis van Jagerstatter heeft mij hartkloppingen bezorgd, voor de zoveelste keer.

De andere man is Georg Elser. Hij werd op 9 april 1945 in Dachau vermoord, op last van Himmler, kort voordat de Amerikanen het concentratiekamp bevrijdden. Ook hij zag al vroeg in dat Hitler niet deugde, sterker nog, hij vond dat de dictator uit de weg diende te worden geruimd. Dat is hem bijna gelukt, op de avond van de achtste november 1939, toen de officieren net begonnen waren aan hun succesvolle veroveringstochten in het Oosten. “Een moet het toch doen”, heeft hij gezegd, nadat hij gepakt was. Maar waarom deed hij het? Onopgemerkt was hij maanden in actie, eerst om zijn bom te maken, daarna om hem te installeren. De moed van Elser is onvoorstelbaar, daar zijn nauwelijks woorden voor.

Aan zo'n twintig studenten in Keulen heb ik gevraagd of zij wel eens van Jagerstatter en Elser gehoord hebben. Van de Oostenrijkse boer had niemand gehoord, van Elser eentje. “En weet u wat er op de 20ste juli 1944 gebeurde?” Ze wisten het, op twee na.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden