Wereldreus China kent zo zijn risico's

Van een hulpbehoevend land naar een economische wereldmacht: China maakt een enorme overgang door. En dat gaat niet zonder slag of stoot.

Als het om China gaat, is alles groot en gaat alles snel. De kansen zijn er groot, weet het Nederlandse bedrijfsleven. Er zijn vele miljoenen klanten die op de verzadigde westerse markten niet meer te vinden zijn. En er staan bakken met geld klaar om te investeren of je bedrijf te redden. Victor Muller, baas van het zieltogende Saab, zit niet voor niets zo vaak in China om daar auto's te slijten en geld op te halen. En dan te bedenken dat China in de vorige eeuw nog volop profiteerde van handel bevorderende voordelen teneinde de massale armoede te bestrijden. Van ontwikkelingsland naar geldschieter van de wereld: de mondiale financiële crisis duidt nadrukkelijk de hogere plek van het 1,3 miljard mensen tellende land in de internationale pikorde.

De schaduwzijde van de voorspoed is de enorme kwetsbaarheid. Als de werkgelegenheid daalt, staan er tegelijkertijd ook miljoenen op straat en verliezen hele generaties uitzicht op welvaart. De Chinese overheid is zeer beducht voor wat je zou kunnen noemen de opstand van de overtolligen. Hoe snel de welvaart uit zicht kan verdwijnen en hoe omvangrijk de gevolgen daarvan zijn, leert de recente economische geschiedenis. De economische tsunami die in 2008 de wereld trof - met in het hart de Amerikaanse hypotheekmarkt - veegde ondanks hoge groeicijfers 15 miljoen Chinese banen weg.

De Chinese leiders hebben geen grote traditie in het toespreken van de wereld als het gaat om de ordening van de wereldeconomie. Op landenniveau is die houding ook zichtbaar. Er wordt zaken gedaan, bijvoorbeeld in Afrika, zonder dat rekening wordt gehouden met de interne verhoudingen. China bouwt wegen en legt spoor aan zonder eisen te stellen aan de opdrachtgever. Die houding is op het macroniveau ook terug te vinden. Voorbeelden te over. Tijdens de toppen van de wereldhandelsorganisatie WTO in Cancun (2003) en Hongkong (2005) was China aanwezig, zonder ook maar een moment dat de onderhandelaars voor de internationale pers verschenen. Van de top in het Mexicaanse Cancun viel dat nog te begrijpen, maar zelfs bij de thuiswedstrijd in Hongkong liet geen Chinees zich op een persconferentie zien. En dat terwijl het land zich inmiddels heeft ontpopt als een spil in de wereldhandel.

In 2008, toen duidelijk werd dat de wereld een stevige crisis voor de kiezen kreeg, doorbrak China de traditie om vooral niet in het openbaar kritiek te uiten. De toenmalige Nederlandse minister van financiën, Wouter Bos, constateerde tijdens de IMF-jaarvergadering van dat jaar dat China stevige kritiek had op de VS. Kritiek waaruit volgens Bos bleek dat China zich snel de kennis over de werking van de internationale economische markten eigen had gemaakt. Einde ontwikkelingsland, begin mondiale economische supermacht.

Begin deze week gooide China er nog maar een schepje boven op. Het land heeft inmiddels - door te fungeren als mondiale werkplaats voor vooral gebruiksgoederen - een valutareserve van 3400 miljard dollar. China heeft voor ruim 1100 miljard dollar aan Amerikaans schatkistpapier in bezit. De 312 miljoen Amerikanen, van wie er 112 miljoen belasting betalen en 13,8 miljoen zonder werk zitten, zijn samen inmiddels goed voor bijna 14,6 biljoen dollar aan schuld. En de schuldenteller staat nog lang niet stil. Wie even het gevoel wil krijgen dat China heeft als schuldeiser, moet maar eens vijf minuten naar usdebtclock.org gaan zitten kijken.

Voor een land dat zeker op economisch terrein niet snel met oordelen klaarstaat, was de eerste reactie op de afwaardering van de Amerikaanse kredietwaardigheid fel te noemen. Dat Standard & Poor's de Amerikaanse status een trede heeft verlaagd van AAA naar AA+ (zeg maar niveau België) was voor de VS een klap in het gezicht, een historische shock, een olievlek op het blazoen van president Obama. Via het Chinese persbureau Xinhua kregen de VS ongevraagd wat advies: "De VS moeten zichzelf genezen van de schuldverslaving, de tering moet naar de nering worden gezet". Daar werd aan toegevoegd dat vooral eens gekeken moest worden naar de militaire uitgaven.

Daags daarna bracht de Chinese regering in herinnering dat zij enkele jaren geleden, na de eerste episode in de crisis, al had gepleit voor een studie naar een vervanging voor de dollar als reservemunt. De hele wereld rekent af in dollars, de geldpers van de wereld staat daardoor figuurlijk in de achtertuin van het Amerikaanse Congres. Met die pers bij de hand kon je tot voor kort straffeloos het schuldplafond verhogen. China heeft het daar, gelet op de referentie aan de vervanging van de dollar als resevemunt, duidelijk mee gehad.

Daar moeten wel een paar kanttekeningen bij worden gemaakt. De koopdwang van de 312 miljoen Amerikanen plus de spilzucht van de Amerikaanse overheid hebben in hoge mate het productieapparaat opgetuigd waar China nu zijn geld mee verdient en waar het zijn status als economische supermacht aan dankt. En China kan níet, wat bijvoorbeeld aandeelhouders nu massaal op de beurzen wél doen: met de voeten stemmen. Weglopen van de Amerikaanse staatsobligaties is er niet bij. Simpelweg omdat er geen alternatief is. De Amerikaanse schuld is groter dan die van alle eurolanden bij elkaar. De eurolanden geven daarbij wel dollarobligaties uit, maar per land en niet als regio. Dat leidt er ook toe dat in de praktijk de appetijt voor Amerikaanse staatsobligaties niet kan verflauwen. Het risico op de treasuries mag dan volgens Standard & Poor's zijn verhoogd, tot een risico-opslag op de rente die de VS moet betalen is het niet gekomen.

Dat China van de gedwongen winkelnering voor Amerikaanse obligaties af wil, werd onlangs nog eens duidelijk toen de Chinese top benadrukte ook op de Europese obligatiemarkt te blijven winkelen. De reactie van China moet zeker als een aanmoediging worden gezien voor de voorstanders van euro-obligaties die worden uitgegeven door de Europese Centrale Bank. Obligaties waarin de risico's van Griekenland zijn vervlochten met de zekerheden van Duitsland.

Niet meer luisteren naar China is, met dank aan de crisis, niet meer mogelijk. En voor een inschatting van de risico's heeft China de drie grote westerse kredietbeoordelaars - S&P, Fitch en Moody's - ook niet meer nodig. Waar in Europa wordt gewerkt aan de oprichting van een eigen Standard & Poor's, kan de Chinese koper van landenobligaties al terecht bij het in bedrijf zijnde Dagong.

Als wereldspeler nemen ook de risico's die China vertegenwoordigt toe. Het land is nu voor 78 landen de eerste of tweede handelspartner. De groep landen is goed voor 55 procent van het mondiaal inkomen. In 2000 ging het nog maar om 13 landen met 15 procent aandeel in het mondiale bruto product. Het IMF noemt China in een studie die vorige maand uitkwam de meest centrale handelsnatie in de wereld. Dat betekent dat Chinees beleid in hoge mate wordt gevoeld in de rest van de wereld. China kan schokken doorgeven en schokken veroorzaken zo stelt het IMF. Met de transitie van een ontwikkelingsland tot een mondiale reus heeft de wereld er zowel een kans als een risico bij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden