’Wereldpolitiek is geen vorm van therapie’

Volgens de Britse filosoof John Gray zijn we in de ban van de onmogelijke idee dat democratie actief en desnoods met geweld verspreid moet worden. In zijn nieuwe boek ’Zwarte mis’ noemt hij dat ’revolutionair utopisme’.

Sebastien Valkenberg

’Zwarte mis’ is één lange faillietverklaring van de methode van Bush en Blair voor de interventie in Irak. Zij werden gedreven door een al te groot zelfvertrouwen de wereld naar democratische snit te herinrichten, stelt John Gray. Van deze gevaarlijke fantasmagorie moeten we volgens hem af. Deze compromisloze kritiek roept de vraag op hoe we wereldpolitiek in het post-Saddamtijdperk moeten vormgeven. Hoe ambitieus mogen we nog zijn? Of moeten we alle pogingen een betere wereld te realiseren maar helemaal laten varen? Dát, besluit ik op weg naar een ontmoeting met John Gray, wil ik van hem weten.

Allereerst die omineuze titel: ’Zwarte mis’. Kunt u die toelichten?

„Eén van de definities van een zwarte mis is: de christelijk mis achterstevoren uitgevoerd. Of meer in het algemeen: een omkering van een religieuze ceremonie of praktijk. Het kernargument van mijn boek is vervat in deze metafoor. Tenminste sinds de Franse Revolutie zijn religieuze mythen en overtuigingen de politiek gaan domineren. Seculiere politieke bewegingen, te beginnen met het Jakobinisme, baseren zich op ideeën die voor het eerst in het christendom optraden. Dit aspect van mijn boek heeft een bijna gewelddadige vijandigheid opgeroepen bij hedendaagse seculiere humanisten. Maar het idee van vooruitgang in de moderne betekenis treffen we voor de eerste maal aan in het bijbelboek Openbaringen: vanuit een aanvankelijke toestand van duisternis beweegt de mensheid zich vooruit. De geschiedenis van de mensheid wordt gezien als een soort morele vertelling. Deze gedachte bestond niet vóór het christendom en ook niet daarbuiten.”

Het rücksichtsloze vooruitgangsgeloof van het neoconservatisme leidde volgens u tot de Irak-oorlog. Maar als humanitaire rampen, zoals in Soedan, via de VN worden behandeld leidt dat vaak tot machteloosheid. Dat is toch minstens zo frustrerend?

„Ik weet het. Ongeduld is een begrijpelijke reactie. Maar wereldpolitiek is geen vorm van therapie. Ik heb geen bezwaar tegen therapie, maar tegen politiek die therapie wil zijn. En nog meer tegen oorlog die dat wil zijn. Er bestaat een soort onwil om het pijnlijke feit te accepteren dat er vele afschuwelijke zaken zijn die niet beëindigd kunnen worden. We leven in een feel good culture, die zegt: we móeten proberen ze te stoppen, we móeten wensen dat ze ophouden.”

Kunnen we dan helemaal niets doen in Soedan?

„Ik ben sceptisch. Er zijn al interventietroepen, maar veel mensen willen er meer. De vraag is wat ze precies willen. Wat gaan de troepen doen in Soedan en hoe lang zullen ze er blijven? Zijn ze er om de vluchtelingen te beschermen? Dat zou verdedigbaar kunnen zijn. Of willen ze regime change afdwingen? Zullen ze partij kiezen voor een groep rebellen – en tegen de rest? Of willen ze hen allemaal onder de duim houden? Dat is onmogelijk: dat zou een te grote troepenmacht vereisen en die zou bovendien voor altijd moeten blijven.”

Het is dus zaak voorafgaand aan een interventie heldere doelstellingen te formuleren en de risico’s zo nauwkeurig mogelijk in te schatten. Had een inval in Irak gelegitimeerd kunnen worden als de Amerikanen zich beter hadden voorbereid?

„Een paar weken voor de oorlog in Irak begonnen de Amerikanen en de coalitietroepen daar pas mee. Bush stak er een stokje voor dat het Ministerie van Buitenlandse Zaken en andere onderdelen van de regering deden wat ze moesten doen. Terwijl de Amerikanen tijdens de Tweede Wereldoorlog al in 1942 bezig waren voorbereidingen te treffen voor een naoorlogse regering in Duitsland. Maar zoals je weet uit mijn boek is het niet mijn standpunt dat de invasie verkeerd was door te weinig reflectie over de nasleep ervan. üls er genoeg nagedacht was over de problemen zou er nooit een invasie zijn geweest. Het doel was onmogelijk te bereiken.”

Waren de Amerikanen tot dit inzicht gekomen dan had Saddam zijn schrikbewind nog gevoerd. Was Irak dan beter af geweest dan nu?

„Als je in Irak vrouw bent, christen, of een van de weinige joden, is je positie veel erger dan toen. Veel erger.”

De situatie in Irak lijkt op wat de filosoof Thomas Hobbes de natuurtoestand noemt. Om deze ’oorlog van allen tegen allen’ te beëindigen, pleit hij voor een krachtige heerser die de orde handhaaft. Zou een nieuwe dictator in Irak de chaos kunnen beteugelen?

„In Washington gaan stemmen op die zeggen: misschien hebben we een nieuwe dictator nodig, zoals Saddam. We hebben inderdaad een dictator nodig, maar dat is niet mogelijk. In de eerste plaats bestaat er geen staatsapparaat meer door middel waarvan een dictator heerst. De Koerden zijn afgescheiden. De bevolking is bewapend. Ten tweede was Saddam Hoessein, samen met Assad, de voormalig president van Syrië, een van de laatste seculiere Arabische dictators. Die traditie is nagenoeg dood. Zij is vervangen door het islamisme, een ontwikkeling die in een stroomversnelling is gekomen door het Amerikaanse ingrijpen. Dus zeggen dat we een dictator nodig hebben is een misleidende vorm van realisme. Er kan alleen een lange periode van anarchie zijn, wat het meest waarschijnlijk is, en uiteindelijk een vorm van populaire theocratie, zoals in Iran.”

In uw boek stelt u dat we in een tijd van utopistische politiek leven, waarvan u George Bush en de voormalige Engelse premier Tony Blair als de belangrijkste exponenten ziet. Daartegenover stelt u een realistischer benadering voor. Kunt u daar voorbeelden van geven?

„Er zijn perioden geweest in de recente geschiedenis die veel realistischer waren dan de huidige tijd. In mijn boek noem ik George Kennan, die een realistisch buitenlandbeleid bepleitte tegen de Sovjet-Unie tijdens voor de Koude Oorlog. In een geheim telegram aan Washington deze diplomaat wees hij rechtzinnigheid af en stelde hij nuchtere bestudering van het Sovjetstelsel voor om te voorkomen dat de Verenigde Staten zich emotioneel zouden laten provoceren. Ook de Tweede Wereldoorlog werd niet gevochten met sterke gevoelens van utopisme. Het werd in Amerika gezien als een hoogstnoodzakelijke en onvermijdelijke klus om het nazisme te vernietigen. Maar er leefde niet het idee om democratie te verspreiden. Ook George Bush sr. was een realist: hij was waarschijnlijk nooit een tweede Golfoorlog begonnen. Hij had adviezen ingewonnen. Ook had hij gevechten gezien in de Tweede Wereldoorlog en wist hij oorlog was. Daarom stootte hij niet door naar Bagdad in 1991.”

Blair is afgetreden, over een jaar verlaat Bush het Witte Huis. Zal daarmee een periode van minder utopisme aanbreken?

„Het is er nog steeds in Iran. Ahmadinejad is een gevaarlijke utopist met apocalyptische denkbeelden. En Bush heeft nog bijna een jaar. Daarin kan nog veel gebeuren. Je weet niet wat daarin gebeurt. Zoals je weet ben ik een scherp criticus van George Bush. Maar ik moet toegeven dat ik zijn recente ontmoeting met de Dalai Lama ondersteunde. In Tibet vindt één van de ergste onderdrukkingen van de afgelopen decennia plaats; de Chinese repressie daar is semigenocidaal. Het aantal Tibetanen is dramatisch gekrompen, er is daar hongersnood en er wordt op grote schaal gemarteld.. Maar China is een nucleaire macht. Ze tolereren geen inmenging met binnenlandse aangelegenheden. Zijn steun uitspreken voor de Dalai Lama, verder kan Bush niet gaan, in de hoop dat in de toekomst enige mate van autonomie kan worden bereikt en dat wellicht de ergste uitwassen van het Chinese beleid kunnen worden afgezwakt.”

John Gray: Zwarte mis. Religieus fundamentalisme en de moderne utopieën. Ambo, Baarn. ISBN 9789026319686; 319 blz. euro 19,95.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden