Wereldomroep wil zich niet voor de kar van de politiek laten spannen

Er stort een vliegtuig neer in de Bijlmer en uit alle delen van de wereld krijgt de Wereldomroep aanvragen voor reportages. Toch ligt er een advies van de Mediaraad om de omroep meer te gebruiken voor promotie van het internationale beleid van Den Haag. Zo is de omroep destijds ook begonnen. De Wereldomroep steigert. 'Dan doen we onze eigen principes geweld aan.'

PETER SIERKSMA

In Nederland is het nu dag. Maandag 12 oktober. Negen uur precies. In de grote zaal begint de ochtendvergadering van de algemene redactie. Hier wordt het nieuws, dat straks in zeven verschillende talen en evenzoveel verschillende vormen en samenstellingen over de wereld zal worden uitgezonden, gecoordineerd en worden de reportages en bijdragen 'uitgezet'. De vergadering wordt iedere dag bijgewoond door zo'n vijftien journalisten van de verschillende afdelingen.

Het is een beetje een gekke dag, deze maandag, vertelt adjunct-hoofd van de programmadienst Corine Spoor, die de vergadering voorzit. "Door de nasleep van de vliegramp in de Bijlmer is er niet het overzicht zoals we dat in een normale week hebben." Dat is ook te merken. Hoewel de ramp goed is 'gecovered' (Henk van Hoorn noemde de Wereldomroep speciaal in zijn lange reportage op Radio 1) zijn er volgens de chef van de Nederlandse afdeling Wim Vriezen ook dingen over het hoofd gezien. De hongerstaking van twee Palestijnen in Israel bijvoorbeeld.

Het nieuws van de ramp werkt nog steeds na. Als besloten wordt een verslaggever voor de Nederlandse afdeling naar Amsterdam te sturen waar burgemeester Van Thijn een persconferentie houdt over de nazorg voor de overlevenden, vraagt iemand van de Engelse afdeling of de man meteen ook een item voor Engeland wil maken. 'Hoeft het niet nog eens apart vertaald te worden'.

Ook zijn er opvallend veel aanvragen van buitenlandse stations voor reportages of gedeelten daarvan over de rouwplechtigheden afgelopen zondag. Alleen al bij de Franse sectie, die vooral gericht is op Afrika, zijn de afgelopen nacht aanvragen binnengekomen van onder meer NBC (VS), Radio New Zealand, ABC (Australie), Radio Medi-1 uit Tanger, Radio France en Radio Vaticaan uit Rome.

Behalve voor de nasleep van de ramp is er bij alle afdelingen interesse voor het debat tussen Clinton en Bush ('Bernard Hammelburg is binnen; de Nederlandse versie is al vertaald') en voor Sjewardnadze ('Heeft Thijs zich al gemeld?') die op het punt staat gekozen te worden als voorzitter van het Georgische parlement.

Verder wordt er door iemand van de sectie Latijns-Amerika op gewezen dat het vandaag precies 500 jaar geleden is dat Columbus Amerika ontdekte. NRC-correspondent Reinoud Roscam Abbing zal een reportage verzorgen uit de Dominicaanse Republiek ('Hoe laat is het daar nu?') waar een grote herdenkingsmanifestatie wordt gehouden. Een paar uur later laat hij telefonisch weten dat de reportage over de herdenking in de soep gelopen is. De manifestatie is afgelast.

Het zijn eigenlijk helemaal een beetje gekke dagen voor de Wereldomroep. Nooit kregen ze daar zoveel belangstelling van de media als nu. Waar de omroep anders, zo leek het, hoogstens in het nieuws komt door een vechtpartij van een van de verslaggevers (Jacques Chapel in de Ronde van Frankrijk) of een boze emigrant in Nieuw Zeeland, staat hij nu opeens midden in het nieuws.

Aanleiding is een vorige week verschenen rapport van de Mediaraad, waarin de conclusie wordt getrokken dat de omstandigheden waaronder de Wereldomroep werkt de laatste jaren zo sterk zijn gewijzigd, dat zijn functie 'achterhaald' kan worden genoemd. De Mediaraad adviseert de minister van WVC dan ook om in overleg met de departementen van Economische en Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingshulp te kijken naar een nieuwe invulling van de taak van de Wereldomroep, waarbij de overheid een sturende vinger in de pap krijgt.

Volgens de Mediaraad zou de omroep gezien zijn geschiedenis bijvoorbeeld heel geschikt zijn om een rol te spelen op het gebied van exportbevordering of ontwikkelingshulp. In dat geval zou ook de financiering van de omroep, die op dit moment jaarlijks ongeveer 70 miljoen gulden krijgt, opnieuw bekeken kunnen worden.

Lange tijd heeft de Wereldomroep inderdaad (het lijkt alsof het rapport van de Mediaraad daar ook op voortborduurt) een wat oubollig imago gehad. Het heeft alles te maken met de vreemde geschiedenis van de omroep. Hij werd in 1947 opgericht op initiatief van de regering, die er om verschillende redenen belang bij had de banden met de kolonien aan de ene kant en typische na-oorlogse emigratielanden als Canada, Australie en Nieuw Zeeland respectievelijk kort en goed te houden.

In de loop van de jaren ontwikkelde de omroep zich echter steeds meer tot een onafhankelijk journalistiek bedrijf, waarin de nadruk naast de informatievoorziening steeds meer is komen te liggen op het brengen van onafhankelijk nieuws voor ontwikkelingslanden. Zo werd er in 1969 een speciaal door Buitenlandse Zaken gefinancierd trainingscentrum opgezet voor journalisten uit de derde wereld.

Hoewel de opmerkingen van de Mediaraad op het eerste gezicht dus niet helemaal uit de lucht lijken te vallen (de banden met de ministeries waren in het verleden toch altijd nauw), kan Spoor het rapport moeilijk serieus nemen: "Daar is het inhoudelijk veel te mager voor" , zegt ze resoluut. "Ik hoop ook dat de politici dat inzien. Het rapport is geschreven vanuit een vooringenomen houding, gebaseerd op een idee fixe."

Wat haar betreft is de zaak niet meer dan een storm in een glas water. Maar, voegt ze er wel aan toe, dat stormpje heeft wel een vervelend effect. "Er is hoe dan ook onrust gezaaid. Mensen zien opeens allerlei krantenkoppen met 'Wereldomroep achterhaald' enzo en dat laat sporen na. Toen ik laatst Jan Haasbroek bij de melkboer zag, riep hij: 'Nou, jullie van de Wereldomroep hebben wel een douw gehad, he?' Er blijft dus toch iets hangen."

"Bovendien: de Wereldomroep bestaat niet alleen uit 160 journalisten, er zijn ook nog 200 andere medewerkers en die nemen niet alles met een korreltje zout. Die denken meteen aan de politieke implicaties en aan de mogelijke gevolgen op omroepniveau. En dat is kwalijk. Vooral ook omdat het probleem, denk ik, niet zozeer bij ons ligt, maar bij de politiek zelf."

"In de praktijk loopt het, als ik me tot de radio beperk, heel aardig. Anders dan het rapport bijvoorbeeld suggereert is er al lang sprake van samenwerking met de NOS en de regionale omroepen, maar blijkbaar willen ze dat niet zien. Nee, het probleem heeft waarschijnlijk meer met omroeppolitieke zaken te maken dan met de Wereldomroep."

Ironisch genoeg is de aanleiding voor het advies van de Mediaraad door de Wereldomroep zelf opgeroepen. In maart lanceerde de omroep een 'Europlan', waarin gestreefd wordt naar een manier om Europa in de rest van de wereld op een verantwoorde journalistieke manier te belichten. Het plan werd aangeboden aan minister D'Ancona die het op haar beurt aan de Mediaraad voorlegde.

Spoor gekscherend: "Komt die achterhaalde Wereldomroep eens met een vooruitstrevend plan, wordt hij daar nog voor gestraft ook! Maar serieus: als je er over nadenkt is het natuurlijk bizar dat wij het predikaat 'achterhaald' opgeplakt krijgen op een moment dat wij juist zoeken naar nieuwe internationale mogelijkheden. Als je weet dat veel lokale buitenlandse radiostations, vooral in landen waar geen of nauwelijks persvrijheid is, graag van ons nieuws en onze voorzieningen gebruik willen maken, dan is het toch te zot om straks te moeten zeggen: 'Nee, we zijn er niet. We hebben wel de ervaring, de kennis en de middelen, maar we mogen niet van de Mediaraad!' "

"Als je die behoefte ziet en dan leest dat de Mediaraad de Wereldomroep wil dwingen een internationale Postbus 51 te worden, dan zie je pas echt dat ze er niets van begrepen hebben. Die stations in LatijnsAmerika en Afrika willen juist helemaal geen overheidsvoorlichting. Die willen gewoon betrouwbare, onafhankelijke informatie. En daar ligt ook onze kracht."

"Maar los daarvan: wij zijn een publieke zender en willen niet 'staats' worden. Zie je het al voor je: de Wereldomroep als transportmiddel om het regeringsbeleid uit te dragen? Nee, dat kan niet. Dan zouden we onze eigen principes erg veel geweld aan doen."

Vervolg op pagina 2

Wat de Wereldomroep werkelijk kan betekenen bleek bij de vliegramp. Spoor: "Op zo'n moment merk je dat de Bijlmer niet alleen een wijk van Amsterdam is, maar ook van Paramaribo of Willemstad. Veel Surinamers en Antillianen hebben een transistorradio en konden ons zo live op de korte golf ontvangen."

"Toen de telefoonlijnen naar Amsterdam overbezet waren, konden ze de gebeurtenissen van minuut tot minuut volgen en op die manier waren ze er toch een beetje bij. De herdenking hebben we ook live uitgezonden. Verder waren er nog lokale stations die een speciale verbinding met ons hadden en rechtstreeks aftapten."

Als de lijnen zijn uitgezet en de vergadering is afgelopen, beginnen zes medewerkers van de Nederlandse afdeling aan hun dagelijkse overleg. Met 28 mensen in vaste dienst is de Nederlandse sectie de grootste journalistieke afdeling. Ze verzorgt twee soorten programma's: de uitzendingen voor Europa en de zogenaamde Werelduitzendingen.

De eerste, die 55 minuten duren en drie maal per dag worden uitgezonden, zijn vooral bedoeld voor Nederlanders die voor korte tijd in het buitenland zitten, zoals overwinteraars en vakantiegangers. Zij zijn aardig op de hoogte van de gang van zaken in Nederland en vooral geinteresseerd in sport (375 000 mensen luisterden afgelopen zomer via de Wereldomroep naar de Tour de France) en serviceberichten, zoals die van de ANWB alarmcentrale, het weer en zaken als de invoering van een nieuw rijbewijs. In totaal luisterden de afgelopen zomer 1,6 miljoen vakantiegangers.

Daarnaast verzorgt de Nederlandse afdeling ook de zogeheten 'Werelduitzendingen'. Die worden gemaakt voor Nederlanders die langer van huis zijn, zeelieden en emigranten bijvoorbeeld, die vaak minder goed op de hoogte zijn van de situatie hier. Deze uitzendingen duren ook 55 minuten, maar schenken naast de (wat anders geselecteerde en gepresenteerde) actualiteiten ook speciale aandacht aan zaken als godsdienst, cultuur en economie. Tijdstip en samenstelling van deze uitzendingen zijn aangepast aan de verscheidene gebieden.

Met het oog op de Europese uitzending van half zes wordt er een lijstje opgesteld met de gebeurtenissen die aan bod zullen komen. Terwijl verslaggever Hugo ter Spill al onderweg is naar de persconferentie in Amsterdam, zal redacteur/verslaggever GertJan Rohmensen proberen correspondent Jan van der Made in Peking te bereiken in verband met het 14de Partijcongres.

Hoe snel nieuws kan veranderen blijkt halverwege de middag. Terwijl het item over Bush en Clinton inmiddels aan 'verversing' toe is, komt het bericht binnen dat Alexander Pola overleden is. Als Rohmensen aan een In Memoriam begint, bedenkt hij zich plotseling dat afgelopen zondag net een portret van Pola was gepland in het kader van het culturele magazine. Omdat dat als gevolg van de rouwplechtigheden in Amsterdam niet is uitgezonden, heeft hij geluk. Het materiaal is te gebruiken.

Tijdens een laatste overleg om vier uur neemt Vriezen, voor wie de dienst er bijna op zit, de agenda nog even door met zijn opvolger voor de avond, eindredacteur Gerda den Hollander. Er komt langzamerhand schot in. Correspondent Thijs Berman uit Moskou zal zich om kwart voor zes melden en kan dan rechtstreeks zijn verhaal over Sjewardnadze kwijt. Helaas dus niet mee te openen, zegt Den Hollander. Maar, zegt een ander, Hugo is terug uit Amsterdam, dus dat kan ook.

Nog geen half uur na het overleg dient de opening zich als vanzelf aan: In Cairo is een aardbeving geweest en er zijn minstens 65 doden. Maar als de uitzending begint, moet er toch flink geimproviseerd worden. De correspondenten Thijs Berman en Angelique van Engelen, die live in de uitzending moeten vertellen wat er in Georgie en Cairo gebeurd is, kunnen maar niet bereikt worden, zodat alle energie uit de kast gehaald moet worden om er nog iets van te maken. Als het uiteindelijk toch lukt beiden nog in de uitzending te krijgen, slaakt presentator Jan van Thiel een zucht van verlichting: "Dat was spannend, maar gelukkig, alles zat erin."

Na afloop gaan de radiomakers naar de kantine om wat te eten. Bij de uitgang kun je op de wandkaart met de lampjes zien dat de werelduitzending voor het westelijk deel van Afrika van half acht inmiddels begonnen is, terwijl ook de lampjes voor de drie uur durende Franstalige uitzending voor bijna hetzelfde gebied al branden. Op de andere kaart is Europa nu donker, terwijl Amerika nog baadt in het licht. Nog even en dan begint ook daar weer een uitzending.

Niet eentje in de geest van Goebbels of het Amerikaanse National Lampoon, zoals Jonathan Marks van de Engelse afdeling in een promotiespotje even te voren heeft laat horen, maar gewoon eentje in de geest van 'Radio Netherlands' onder het motto: 'If you question other stations motives, the answer is in the balance'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden