Interview

Wereldkampioen Anna van der Breggen: ‘Ik ben geen echte topsporter’

Anna van der Breggen.Beeld Patrick Post

Wielrenster Anna van der Breggen werd maar liefst zes keer tweede bij het wereldkampioenschap op de weg. Dit jaar was het eindelijk wel goud. Zoevend langs de dijk bij Zwolle blikt ze terug.

Alles had Anna van der Breggen al gewonnen in haar carrière. Olympisch goud, de Giro Rosa, alle voorjaarsklassiekers. Alleen één wedstrijd nog niet: het wereldkampioenschap. Zes zilveren WK-medailles moest ze eerst halen voordat ze dit jaar, op 29 september in het Oostenrijkse Innsbruck, met een solo van 41 kilometer iedereen achter zich liet. Het was eindelijk goud.

Van der Breggen (28) vertelt over dat moment op de dijk van Zwolle richting Kampen, tijdens een fietsrondje op een rustige maandagochtend. Ze heeft haar regenboogtrui aan, op de buis van haar fiets staat dat andere hoogtepunt gegrafeerd: de olympische gouden medaille uit Rio. Haar haar zit in een staart, een sjaaltje bedekt haar nek. De tocht is net zo lang als haar solo in Innsbruck, alleen gaat alles op het binnenblad. Het is uitfietsdag vandaag.

Ze vertelt hoe ze tijdens haar solo alleen maar dacht aan genoeg eten en drinken. Hoe ze zelfs op het laatste vlakke stuk nog dacht dat ze kon worden ingelopen - al was haar voorsprong ruim drie minuten. Maar ook over haar tranen vlak na de finish. Alle stress die zich had opgebouwd, moest er in één keer uit.

Het hele jaar stond voor de veelwinnaar in het teken van het WK. Het bergachtige parcours was misschien wel dé kans voor haar om wereldkampioen te worden. Ze wist: als je een goede dag had, deed er niemand anders mee. Door het seizoen heen fietste ze minder wedstrijden, maar ze trainde meer dan ooit. Haar moeder ging mee op trainingskamp naar Mallorca. Meerdere malen werd het parcours verkend in Innsbruck. Ze kende de weg er bijna beter dan de dijk richting Kampen. Alles onder controle, zo leek het. Maar dat was ook schijn. Eigenlijk kreeg ze steeds minder zin in de wedstrijd.

Hoe ging het in aanloop naar het WK met jou?

“Er gebeurde meer met de mensen om mij heen. Het enige wat ik nog hoorde was ‘Innsbruck’. Over het parcours, of ik al in vorm was. Dat ik toch wel vaak tweede was. Mijn eigen familie praatte erover. En als Sierk-Jan (De Haan, haar man en werkzaam bij wielerploeg Jumbo red.) er ook nog eens over begon, kon ik dat echt niet hebben. Hou je kop man, zei ik. Niet jij ook nog.”

Heb je dat echt gezegd?

“Ja, ik was heel onredelijk, nu achteraf denkende. En dan konden mensen wel zeggen dat ik ‘gewoon’ moest blijven fietsen, maar dat kon niet meer. Ik ging twijfelen. Ik reed niet veel wedstrijden, terwijl we wel krap zaten in de ploeg met blessures. Wat als ik niet goed was? Dan was het hele seizoen weggegooid.”

Na het WK schreef je in een blog alles van je af. De regen achter de regenboogtrui, zo noemde je het. De eerste zin is dat je er heel lang over hebt nagedacht om de tekst te schrijven. Waarom heb je dat toch gedaan?

“Ik heb het gevoel dat het voor veel topsporters moeilijk is om te laten merken dat hoeveel ervaring je ook hebt, het heel moeilijk is wat je doet. Dat je het spannend vindt, dat iets niet lukt of dat je er geen zin in hebt. Ik weet dat andere sporters dat gevoel wel hebben. Toch wordt het nooit verteld. Alleen al de vraag waarom het zo opvallend is dat ik dat schrijf. Als iedereen het zou doen, zou het een heel onopvallend blog zijn. Als topsporter moet je laten zien dat het goed gaat. Wie twijfelt, wordt afgeschreven. Terwijl ik voel dat de grote evenementen niet de leukste momenten zijn om naartoe te werken. Misschien juist niet.”

“Na het WK wilde ik heel graag vertellen hoe het was gelukt. Maar aan de andere kant had ik het gevoel dat het niet kon doen. Dan zou iedereen het weten, terwijl twijfel niet iets is wat je deelt als sporter.”

Je bent christen. In zo’n moeilijke periode voor het WK, zoek je dan meer contact met God?

“Ik denk wel sneller aan het geloof als dingen lastig zijn. Maar ik heb daar niet het idee mee dat het dan minder moeilijk wordt. Ik denk meer dat God je op zo’n moment in zo’n situatie plaatst, waar je dan zelf uit moet komen.

Je denkt niet andersom? Zo van: misschien had ik er meer voor U moeten zijn?

“Nee, absoluut niet. Ik denk dat God het mij zelf laat doen. Misschien weet God precies hoe mijn leven gaat zijn. Die optie acht ik wel aannemelijk. Dat ik bijvoorbeeld een keer val en dat ik daar jaren later op terugkijk en denk; ja, misschien was dat niet heel slecht. God laat mensen zelf leven en keuzes maken. Dat gaat niet altijd goed. Dat ging in het begin al niet goed. Je bepaalt zelf over je leven maar ik heb wel het gevoel dat God een voorbeeld wilde geven.”

Ben jij sowieso een nadenker?

“Ja, maar ik hou ook niet zo van structuur. Ik heb drie broers hè, dan doe je impulsieve dingen. En dat dat plankje over de sloot het dan net niet houdt… Met een vriendinnetje sprongen we op de boerderij van balken drie hoog op de trampoline om met een dubbele salto te eindigen. Nu denk ik weleens: wat als je scheef springt.”

Van der Breggen gaat even voorop rijden. “Tring, tring”, roept ze naar een groepje mensen waar ze langs wil. Normaal gesproken heeft ze wel een bel, maar die zit nu op de mountainbike. Dat is haar favoriete trainingsfiets in de koude decembermaanden. Alleen: op een mountainbike mag je de regenboogtrui niet aan. Het is een ongeschreven regel dat wie géén wereldkampioen is, ook géén regenboogtrui aan trekt. Van der Breggen: “Ik ken de wereldkampioen op de mountainbike. Zo goed ben ik echt niet.”

Anna van der Breggen: “God laat mensen zelf leven en keuzes maken. Dat gaat niet altijd goed. Dat ging in het begin al niet goed. Je bepaalt zelf over je leven maar ik heb wel het gevoel dat God een voorbeeld wilde geven.”Beeld Patrick Post

Zeker in december niet. Na het wereldkampioenschap raakte Van der Breggen bijna zes weken geen fiets meer aan. Ze trouwde met haar vriend Sierk-Jan en ging op huwelijksreis naar Uganda.

Een flauwe vraag. Wat was leuker, wereldkampioen worden of trouwen?

“Tsja, wat vind je lekkerder: chips of brood? Ik vind het allebei lekker.”

Ze denkt even na. “Weet je, wat maakt me echt gelukkig als de persoon die ik ben? Dat is Sierk-Jan, meer nog dan alle prestaties die ik heb geleverd dit jaar. Het trouwen was het mooiste van het jaar. Nu voelt het nog heel actueel en vers. Het winnen van die trui ook wel, maar Sierk-Jan is er elke dag.”

Wat hebben jullie in Uganda gedaan?

“Een oom van mij bouwt daar bakkerijen voor ontwikkelingsorganisatie Bake for Life. We hebben er vier bezocht. Na het seizoen en het trouwen hadden we nog niet iets gepland. Het was een goed moment daar heen te gaan, zeker ook voor mij als ambassadrice. Nu heb ik gezien hoeveel mensen kunnen leven als andere mensen geld geven. Dan vind ik het wel heel mooi om te doen.”

Zou je ooit terug willen?

“Ja, wel voor langere tijd. Er zijn ook mensen die er nooit meer weg willen. Dat heb ik niet. Maar die cultuur daar, en ook in Uganda, dat heeft wel hele mooie dingen waar wij in Europa en andere westerse landen wat van kunnen leren.”

Waar heb je het dan over?

“Mensen zijn daar supersociaal. Onderling hebben ze vast net zo goed ruzies, maar over het algemeen is er naar elkaar toe heel veel verbondenheid. Dan merk je pas hoe erg wij bezig zijn met werken en met al onze eigen leventjes. In Nederland zijn heel veel dingen dan heel moeilijk.”

Wat zou er gebeuren als wij die cultuur in Nederland hebben?

“Nou ja, wat zou er gebeuren als wij Nederland niet in Nederland zouden hebben maar Nederland in Uganda? Ik denk dat alles optimaal verbouwd en geproduceerd wordt. Dat land gaat er heel anders uitzien. En dat zij er niet de focus op hebben, heeft ook wel iets moois.

“We waren veel bij nonnen en zusters. Zij houden daar veel gaande. We kregen van hen veel eten en smoothies. Ze vonden ons wel een beetje aan de dunne kant. Met een beetje voller uitzien krijg je meer aanzien.”

En dan ben jij wereldkampioen fietsen…

“Ja, dat vinden ze wel mooi. ‘Zo klein, echt?’, vragen ze dan.”

De dijk meandert mee met de rivier als er met wind mee terug wordt gereden. Van der Breggen vertelt over haar familie, dat zij in het begin van haar carrière niet veel gehoor kreeg bij haar ouders. Iets over de koers vertellen, dat gebeurde niet aan de keukentafel. Niet per se een gemis, zo was het gezin-Van der Breggen nu eenmaal. Iets verder op de route, vlak na Hasselt, komt het gesprek op een veldrijdster die ‘opeens’ naam maakt, Denise Betsema. Van der Breggen wordt heel enthousiast. “Wat een talent is dat! Het lijkt net alsof ze een lekker tochtje aan het maken is! Supercool!”

Zou jij ook nog zo willen zijn?

“Ja dat gevoel hebben, ontdekken dat je goed bent. Dat is echt machtig. Je zag het ook aan Esmee Visser (de schaatsster, red.). Zij is ook bewust aan het worden dat ze goed is.”

Wat voor gevoel heb jij als kampioene dan nu?

“Een WK winnen is misschien wel hetzelfde gevoel. Ook dat is machtig. Maar de aanloop daar naartoe is anders. Hoe langer je topsporter bent, hoe moeilijker het is. Als je hebt gewonnen wordt verwacht dat je dat nog een keer doet. Ik vind het heeer-lijk om een wedstrijd, of een wedstrijd-je, te rijden waarin het me niet uitmaakt of ik win of tiende word.”

Is dat niet vooral hoe je zelf je status ‘invult’?

“Dat, en wat je je ervan aantrekt. Je vindt alles over mij altijd wel ergens terug.”

Zo van, ‘Van der Breggen wordt 56e’.

“Zoiets ja. Dat kan soms weleens een beetje verlammend werken. Ik doe soms aan veldrijden en dan word ik regelmatig tiende. In het circuit wordt dat nu wel geaccepteerd. Liefst doe ik de sporten wat onopvallend. Ik vind het ook niet erg om andere kleding aan te doen.”

Ze wijst op haar grotendeels witte shirt. “Dit spul is toch ook niet schoon te krijgen, haha.”

Ben je dan wel een ‘modelwielrenner’, als je niet alles wil winnen?

“Dat ben ik sowieso niet, denk ik. Ik heb ook altijd gezegd dat ik geen echte topsporter ben. Ik heb soms geen zin in trainen. Ik eet ook weleens een hamburger, of ’s avonds een zak M&M’s. Al denk ik niet dat snoepen slecht is voor je. Dat sport je er wel weer af. Over het algemeen eet ik heel gezond. Dan mag ’s avonds weleens een hamburger of een patatje.”

Het rondje zit er bijna op. Van der Breggen kan weer vrijuit fietsen, na een jaar vol stress. In een mooie trui, het enige wielerreliek dat in haar woonkamer hangt. Het liefst heeft ze helemaal geen trofeeën of iets in de kamer hangen. Een wielrenkamer ‘vindt ze het ergste wat er is’. Alleen die trui, dus. Van der Breggen. “Ja, die hangt er niet voor niets. Daar ben ik wel echt heel trots op. Die mag nog wel een tijdje blijven hangen.”

Biografie

Anna van der Breggen, geboren op 18 april 1990 in Hasselt, is een van de succesvolste wielrensters die Nederland kent. Ze ging op haar zevende fietsen toen ze haar oudere broer het ook zag doen. Dit jaar rijdt ze voor de ploeg Boels-Dolmans. Ze woont in Zwolle, met haar man. Ze won de belangrijkste ronde voor vrouwen, de Giro Rosa in Italië, twee keer (in 2015 en 2017). Ook werd ze in 2016 olympisch kampioen in Rio de Janeiro. Ze heeft overwinningen behaald in alle klassiekers. Dit jaar won ze goud op het wereldkampioenschap in Innsbruck.

Lees ook:

Het is fascinerend, aan Anna van der Breggen zie je niets

Anna van der Breggen is een kat. Bedachtzaam. Zo soepel bewegend dat het vaak wel een vertraging lijkt, schrijft columnist Marijn de Vries.

Anna van der Breggen schaart zich tussen rijtje illustere Flandriens

Anna van der Breggen, de Olympisch kampioen van Rio die vorig jaar al het Franstalige deel van België voor zich had gewonnen, liet in de Ronde van Vlaanderen een imposante impressie na.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden