Wereldhandel ten koste van mens en milieu? Toekomst van jeugd in ontwikkelingslanden gaat ook Van Mierlo aan

De schrijvers zijn lid respectievelijk voorzitter van de Jongerencoalitie van de Nationale Jongerenraad voor Milieu en Ontwikkeling.

Het Europees parlement heeft in januari van dit jaar aangedrongen op voorstellen die ertoe leiden dat produkten afkomstig uit ontwikkelingslanden worden bevoordeeld. Minder hoge tarieven leiden tot een meer open markt in de Europese Unie. Handelspolitiek gezien wordt het fort Europa beter te nemen.

Maar met een puur liberale handelspolitiek zouden ook uitwassen op het gebied van milieu en arbeidsrechten kunnen worden bevorderd. Daarom is er al jaren sprake van mogelijke milieu- en sociale clausules. Zo kunnen buitenlands beleid, sociaal beleid, milieubeleid en ontwikkelingsbeleid elkaar raken. Over ontschotting gesproken.

In de raad van ministers van buitenlandse zaken van 19 en 20 december zal gesproken worden over een voorstel van de Europese Commissie, die in antwoord op de resolutie van het Europees parlement twee ontwerp-verordeningen heeft opgesteld. Zij behelzen een voorstel voor tariefs-preferenties voor bepaalde industriële produkten en voor landbouwprodukten uit ontwikkelingslanden.

De voorstellen pleiten voor een sociale en een milieuclausule binnen het Algemeen preferentieel stelsel (APS). Dit betekent dat produkten die voldoen aan door de Europese Unie gestelde eisen op sociaal en milieu terrein, worden bevoordeeld. Er zijn aanvullende maatregelen om te zorgen dat begunstigde ontwikkelingslanden zich kunnen aanpassen om aan de nieuwe eisen van sociale vooruitgang en milieubescherming te voldoen.

Dit lijkt een goede zaak. Maar als je beter naar de voorstellen kijkt, blijken ze toch wat mager. De verordeningen houden in dat er speciale regimes voor milieu- en arbeidsnormen in 1997 kunnen worden ingevoerd, en dat in het licht van de discussie in internationale fora kan worden beslist over de modaliteiten.

Probleem met deze verwoording is dat er twee mitsen zijn. Het voorstel houdt in dat niet nu, maar pas in een Europese Raad van 1997 een besluit zal worden genomen of deze normen zullen worden ingevoerd. Daarna is er ook nog geen duidelijkheid over de exacte invulling van dit voorstel, die dan pas per 1 januari 1998 in werking treedt. Want de invulling hangt af van de discussie in internationale fora.

Ten aanzien van het eerste voorbehoud is, gezien de discussie in Nederland, de regering gehouden aan te dringen op snellere en concretere stappen voor het opnemen van sociale en milieunormen in het APS. Haast iedere partij is het er over eens dat eerlijke handel de beste ontwikkeling is. Maar gezien de recente binnenlandse discussie is ook een meerderheid van de Nederlandse politiek meer gecharmeerd van een economisch model dat met de zwakkeren rekening houdt, dan van vrijhandel in de meest zuivere vorm met negatieve gevolgen voor mens en milieu.

Normen die je aanhangt op het gebied van sociale politiek en milieu, mogen ook in handelspolitiek worden geuit.

Ten aanzien van het tweede voorbehoud kan Nederland natuurlijk zijn eigen bijdrage leveren in een discussie op een internationaal forum. Naast de Europese Raad is een ander groot forum de Sociale Top in Kopenhagen van maart 1995. Hier zal in internationaal verband gesproken worden over armoedebestrijding, sociale integratie en werkgelegenheid.

Een brede groep maatschappelijke organisaties in Nederland, verenigd in het NGO-platform, heeft in brieven aan de Kamercommissies voor sociale zaken en ontwikkelingssamenwerking ook aandacht gevraagd voor een sociale clausule in handelsverdragen.

De Jongerencoalitie van de NJMO, waarin o.a. politieke en vakbondsjongerenorganisaties verenigd zijn, wil dit punt onderstrepen. Maatregelen van vandaag werken positief voor de generatie van morgen. Goede handelsverdragen leveren een bijdrage aan armoedebestrijding en kunnen zorgen voor meer werkgelegenheid in ontwikkelingslanden. Milieunormen en sociale normen dragen eraan bij dat economische groei niet over de rug van de werknemers en de omgeving gaat en dat ook de sociale integratie niet vergeten wordt.

De sociale clausule wordt gebaseerd op de vijf fundamentele rechten uit de afspraken van de Internationale Arbeids Organisatie. Hierin worden het verbod op kinderarbeid, het verbod op dwangarbeid, het verbod op discriminatie op grond van ras, sekse, religie of mening, de vrijheid van vakvereniging en tot slot het recht op vrije collectieve onderhandelingen tussen werknemers en werkgevers bepleit.

Met name vrouwen zullen gebaat zijn bij een sociale clausule; op dit moment zorgen zij voor maar liefst tweederde van de wereldproduktie tegen slechts tien procent van het wereldinkomen. Ook kinder- en dwangarbeid zal bemoeilijkt worden door een dergelijke clausule. Een sociale clausule in de Europese Unie en bij de Wereldhandelsovereenkomst (WTO) zou het mogelijk maken handelsmaatregelen te treffen tegen notoire schenders van arbeidsrechten.

Het zou daarom een goede zaak zijn als deze normen opgenomen worden in de regeringsbijdrage voor de Sociale Top. Vooruitlopend hierop moet de Europese Raad van 19 en 20 december alvast een aanzet geven voor een concrete invulling van de sociale en milieu-clausules.

Deze sociale en milieu-clausueles kunnen voor leeftijdgenoten elders letterlijk van levensbelang zijn. Het zou een gemiste kans zijn als deze Europese Raad geen haast zou maken met hun toekomst.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden