Werelderfgoed in wording

Het ’topje’ van de Nieuwe Hollandse Waterlinie slingert langs bastions, forten en het majestueuze Muiderslot.

Forten, burchten, verdedigingswerken tegen de vijand. Op een van onze nationale feestdagen spoeden wij ons ’den vaderland getrouwe’ voor de inspectie van een stuk defensief nationaal erfgoed vanaf het station in het naburige Bussum naar de vesting Naarden. Wij gaan de kennis vergroten over het bovenste deel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie.

De waterlinie, 85 kilometer lang van Pampus in het noorden tot de Biesbosch in het zuiden, van het Muiderslot tot Slot Loevestein. Hij is zo Nederlands als de molens van Kinderdijk, de polder De Beemster of, wat moderner, het Rietveld-Schröderhuis. Die voorbeelden zijn niet zomaar gekozen. Ze staan sinds een jaar of tien op de lijst van Werelderfgoederen van de Unesco, de (onder meer) culturele organisatie van de Verenigde Naties. Maar er is ook nog zoiets als een voorlopige lijst. En daarop prijkt sinds 1995 de Nieuwe Hollandse Waterlinie.

Er bestond al een oude versie van de linie die in 1672 de Franse legers wist te stoppen. De Fransoos kwam 122 jaar later, linie of geen linie, alsnog de dienst uitmaken. Maar toen de Bataafse Republiek weer was ingeruild voor het koninkrijk der Nederlanden, moderniseerde men de waterlinie en kwam de stad Utrecht ook binnen haar veilige grenzen. Vanaf 1871 kende Nederland de Nieuwe Hollandse Waterlinie. De techniek kende echter geen grenzen en in mei 1940 bleek de waterlinie niet van veel waard te zijn tegen vliegtuigen.

Ook het verval heeft sindsdien toegeslagen – zo dominant als de burchten waren en nog steeds zijn, zo weinig opvallend zijn de forten. Ze liggen verscholen achter bos en struiken en zijn vaak bekleed met gras of aarde. Vandaar dat er dikwijls een informatiebord nodig is om de bezoeker of de passant te attenderen op zo’n stukje geschiedenis. Maar de voorlopige Unescolijst schept ook verplichtingen; men wil wel bewijzen zien dat het land van eigendom ook zijn best doet om het erfgoed te beschermen. Dus is er sinds begin vorig jaar een verbond van hoge en lage overheden om projectmatig de waterlinie te verbeteren. Dit pact van Rijnauwen is genoemd naar het grootste fort, bij Bunnik, uit het verdedigingswerk.

Maar wij blijven in het noorden, rond Naarden, Muiden en Weesp, drie van de vijf vestingssteden in de linie. Het wordt ons niet gemakkelijk gemaakt, want de in de route beloofde bewegwijzering ontbreekt volledig. Ja, er staan wel aanwijzingen naar andere routes – Zuiderzee, Noordelijke Vechtstreek – maar nooit eens Hollandse Waterlinie. Dat betekent dat je zo nu en dan, als de routebeschrijving niet helder is, op je gevoel moet fietsen. En dat kan fout gaan, dus opgelet!

Het vertrekpunt, fort Ronduit, ligt helemaal aan de noordkant van de vesting Naarden. Er slingert een fietspad aan de buitenzijde van de gracht, dat een prachtig uitzicht biedt op de groen begroeide wallen, de bastions en de kazematten met geschutskelders. Fort Ronduit stamt uit 1873, dus even na het in gebruik nemen van de linie. Het is voorzien van bomvrije gebouwen. Helaas, je kunt het rijksmonument niet bezichtigen. Daarom maar richting Muiden, voor een flink deel – alweer jammer, jammer – evenwijdig aan de drukke A1.

Dit is inundatiegebied; in tijden van gevaar kan het onder water worden gezet. Doorgaans stond het water daarna niet zo hoog – een centimeter of veertig. Dat was hoog genoeg om het gebied onbegaanbaar te maken voor wagens en paarden, maar te ondiep om je doel per boot te bereiken. Ter hoogte van Muiderberg is een groot aantal groepsschuilplaatsen. Hier, in gewapend beton, konden minstens tien militairen zich verschansen. Van ver over de weilanden straalt ons het majestueuse Muiderslot al tegemoet.

De Westbatterij ligt aan de andere kant van de Vecht, precies tegenover het slot, en moest in het verleden samen met het kasteel de havenmond van Muiden verdedigen. Het is een ovaal torenfort met een gracht en ophaalbrug. Na 1870 verloor het zijn functie, want de toegang tot de rivier werd nu bewaakt door het fort Pampus, het noordelijkste punt van de waterlinie. Nu is het fort in gebruik bij de scouting en ook hier geldt: helaas niet te bezichtigen. Het volgende torenfort is onder de rook van de derde vestingstad, Weesp. Het fungeerde als depot voor de andere forten in de omgeving; er was een buskruitmagazijn en projectielenvulplaats.

Net als bij Muiden staat in de nabijheid van het fort een aantal houten huizen. Vanuit een fort moest je een vrij schootsveld hebben, en daarom was bij wet bepaald dat gebouwen binnen een aantal kringen aan strenge bouwschriften moesten voldoen. Binnen een kring van 300 meter mocht, na toestemming van de minister van oorlog, alleen met hout worden gebouwd. De buitenste van deze Verboden Kringen lag op 1000 meter, en daar was alle materiaal toegestaan. Maar werd het oorlog, dan moest alles tot die kring met de grond gelijk worden gemaakt.

Hierna wordt het weer oppassen; er is wel een bordje naar Fort Uitermeer, maar de richtingaanwijzing naar Bussum zien we niet. En zo missen we later ook bijna de Batterijen aan de Karnemelksloot, verscholen in het groen. Aan de rand van Bussum ligt het enige nog overgebleven verdedigingswerk in een rij van vijf, Fort Werk IV. Het is hoog gelegen en heeft geen natte, maar een droge gracht. Fort IV is het enige type in Nederland. Sinds 1926 wordt het niet meer militair gebruikt en het staat sinds 1969 op de monumentenlijst van Bussum.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden