Wereldaidsdag / Nu weet ik waarvoor ik moet vechten

Wereldaidsdag, 1 december, valt dit jaar op zondag. Daarom maakten het Aidsfonds en het landelijk netwerk Kerk en Aids een brochure over aids en geloven, met de bedoeling in de viering aandacht aan aids te besteden. Een van de medewerkers is Bernard Lautenslager (44), ouderling en seropositief.

,,Je vergist je'', zei Bernard Lautenslagers moeder toen hij vertelde dat hij homoseksueel was. ,,Mijn moeder kan goed praten, dus als die zegt dat ik me vergis dan ben ik geneigd om te denken; o, nou, dan vergis ik me zeker. Maar een jaar later ben ik nog een keer naar huis gegaan, om opnieuw te vertellen dat ik homoseksueel ben. M'n vader zei eigenlijk maar één ding; als je maar gelukkig wordt. M'n moeder deed net alsof het voor haar eigenlijk erger was dan voor mij. Later is dat bijgedraaid hoor, maar die eerste tijd leek het daar toch wel erg op.''

,,Ik denk dat ik vijftien was toen ik voor het eerst dacht dat ik homoseksueel was. Maar ik kende niemand die het ook was. Op school, Sorghvliet in Den Haag, was gewoon niemand homoseksueel. In de rest van m'n leefomgeving ook niet. We woonden op het kazerneterrein, mijn vader was beroepsmilitair: we waren kerkelijk en de Duinzichtkerk was onze kerk. Beetje liberaal, beetje bekakt vind ik nu: maar wel heel leuk.''

,,Ik heb het altijd voor mezelf gehouden: ik had er een paar teksten bij gevonden waaraan ik me vasthield. Psalm 130: 'Waar liefde woont gebiedt de Heer Zijn zegen. Daar woont Hij zelf, daar wordt Zijn heil verkregen' was er een van. En ook: 'Zie toch hoe goed, hoe lieflijk het is dat zonen van hetzelfde huis als broeders samenwonen'. En het verhaal van David en Jonathan natuurlijk. Niet dat er staat dat ze homoseksueel waren, maar ze waren wel intens bevriend en de boodschap daarvan was: dat is oké. Dus nee, ik heb nooit in een benauwd kerkelijk milieu verkeerd, zo van 'zullen we samen bidden of het overgaat?'. Als ik zo ben, dan heeft God me zo gemaakt, dacht ik''.

,,Toen ik in 6vwo zat werd ik geroepen om dominee te worden. Zo heb ik dat echt gevoeld: geroepen worden. Als klein kind stond ik al op de trap te preken, maar tijdens m'n middelbare schooljaren dacht ik dat ik architect zou worden, of binnenhuisarchitect - omdat ik niet goed genoeg was in wiskunde om naar de TH te kunnen. Maar binnenhuisarchitectuur, daar waren m'n ouders tegen, want dan moest je naar de kunstacademie en ze waren bang dat ik dat milieu niet aan zou kunnen en dan in de goot terecht zou komen.''

,,In de zesde kreeg een meisje uit de kerk een zwaar verkeersongeluk. Ze lag twaalf dagen lang in coma, en in die tijd bad ik: 'als ze beter wordt dan beloof ik dat ik theologie ga studeren'. Maar ze overleed wel. Dan hoeft Hij me dus niet, dacht ik toen eerst. Maar later besloot ik toch om theologie te gaan studeren. Daar kwam bij dat ik dacht: als ik nou in Kampen theologie ga studeren dan kom ik daar wel een leuk meisje tegen, en dan gaat die homoseksualiteit vanzelf over.''

,,Maar toen ik eenmaal in Kampen studeerde, bleek dat ik de theologische vakken eigenlijk helemaal niet leuk vond. De andere vakken wel, maar de theologische niet. Haal toch eerst je propedeuse maar, zeiden m'n ouders. En toen ik dat had zeiden ze; haal je kandidaats dan tenminste eerst. Vlak daarvoor heb ik de studie toch stopgezet. Want ik had het idee dat ik de mensen eigenlijk nog niks te melden had. Je kunt je afvragen of theologie wel een studie is die je direct na de middelbare school moet doen. Je moet er toch eigenlijk meer levenservaring voor hebben. Dus ik ben met de studie gestopt, maar wel met het idee dat ik 'm later nog eens zou afmaken. Ik heb m'n coming out wel in Kampen beleefd. Dat je homoseksueel was, dat vond daar maar een enkeling raar.''

,,Sinds achttien jaar werk ik in Den Haag bij de Sociale Dienst. De pastorale kant van dat werk, het contact met de mensen, dat vond ik er altijd het leuke aan. Maar het is er in de loop der jaren stukken zakelijker geworden en daar raakte ik door opgebrand. Tegenwoordig werk ik bij de sociaal raadslieden en dat vind ik wel weer heel leuk. Je helpt de mensen met het invullen van formulieren: het is werk waarbij je direct contact hebt. Met sommige van m'n vroegere bijstandsklanten heb ik trouwens ook nog altijd contact.''

,,In 1993 werd ik ziek, maar toen wist ik nog niet wat het was. Houd er rekening mee dat het ook aids zou kunnen zijn, zeiden ze in het ziekenhuis. En diep in je hart vermoed je zelf al dat je het hebt. In de maanden die eraan voorafgingen had ik verschillende tegenslagen gehad. Een relatie liep af; m'n grootmoeder kreeg een hersenbloeding; ik had problemen met m'n moeder; ik moest m'n huis uit. Stress tast je weerstand aan. Ik weet niet precies van wie ik hiv heb opgelopen. Ik weet ook niet hoe lang ik al besmet ben geweest voor het zich openbaarde maar ik denk dat het een jaar of acht is geweest. Op Witte Donderdag 1994 kreeg ik de diagnose. Ik had minder dan 200 gezonde afweercellen per milliliter bloed, en dat betekent: aids in een terminale fase.''

,,Op dat moment gebeurden er twee dingen. Ik kreeg heel warme rode oren, en ik dacht: dan weet ik nu waarvoor ik moet vechten. Mijn moeder zat naast me toen ik het hoorde en vroeg maar één ding: 'Wil je vechten?'. Ja, zei ik. 'Dan vecht ik met je mee', zei ze. En dat heeft ze ook gedaan.''

,,Mijn moeder en ik hebben een heel bijzondere, sterke band. Zij is op haar 65ste theologie gaan studeren en in dat opzicht is ze mijn grote voorbeeld. Toen ik ziek werd heeft ze me van dag tot dag bijgestaan. Toen ik in doodsgevaar was sliep ze in het ziekenhuis in het bed naast het mijne. Eens per week ging ze even naar huis om naar de post te kijken. Dan namen m'n zus het van haar over. Zo ontstaat er iets...je wordt elkaars klankbord.''

,,Mijn ouders zijn na 35 jaar huwelijk gescheiden. Dat heeft ons allemaal zeer geraakt, natuurlijk. Maar mijn broer en zus zijn zes en acht jaar ouder, en eigenlijk heb ik altijd het gevoel gehad dat ik verantwoordelijk was voor het welslagen van dat huwelijk. Mijn vader is inmiddels sinds vijftien jaar hertrouwd. Ik logeer weleens een weekeinde bij ze en dat is heel gezellig hoor. Maar het geloof neemt bij hen een heel andere plaats in dan bij m'n moeder. Zij heeft echt het talent om echt moeiteloos te wisselen tussen de rol van pastor, van verpleegster en van moeder.''

,,Ik heb nooit geworsteld met het geloof; het bestaan van God, daar heb ik nooit aan getwijfeld. Ook tijdens m'n ziekte niet. Sinds ruim vier jaar is m'n bloed weer virusvrij - als je meer dan 600 afweercellen in je bloed hebt heet je 'gezond' - maar in 1995 heb ik echt op sterven gelegen. Heel wat mensen die toen aan m'n bed hebben gezeten zijn nu zelf dood; het is zo'n grillige ziekte en ik beleef het dus als een wonder dat ik nog leef. Het is allemaal extra tijd.''

,,Ik heb wel een tijdje moeten zoeken voor ik in deze gemeente terecht kwam. Voordien heb ik langs verschillende andere protestantse gemeentes in Den Haag gezworven, en ook heb ik nog een tijdje bij een jongerengroep van de Jezuïeten gezeten. Maar toen vond ik deze kerk en hier wil ik nooit meer weg. Er ligt hier een taak voor me. Het afgelopen jaar ging het niet best met m'n gezondheid, ik heb daardoor nu nog niet veel energie. Maar geestelijk word je daar eigenlijk sterker van, net als destijds met aids. Mijn leven is er rijker van geworden; ik leef en ik geloof veel bewuster. Je wordt geconfronteerd met de broosheid van het bestaan. Sinds eind mei ben ik hier in de gemeente ouderling, maar met een speciale opdracht. Ik bezoek de nieuw ingekomenen en we zijn bezig een project op te zetten voor chronisch zieken. Voor mensen die jonger zijn dan 65 en chronisch ziek is er vaak weinig aandacht. Als het even kan wil ik de studie weer hervatten. Want pastoraal kan ik de mensen nu veel meer bieden dan vroeger. En dan hoop ik dat ik over een paar jaar echt helemaal in de kerk kan gaan werken.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden