Wennemars steelt show, Bos somber over kansen op WK

De prestatiedichtheid in het nationale mannensprinten is enorm toegenomen. Of daarmee de kansen op een wereldtitel zijn vergroot, daarover lopen de meningen uiteen. Erben Wennemars acht zich kansrijk, tegenpool Jan Bos is sceptisch.

De twee oude rivalen sloten de NK sprint af met een weergaloos tweegevecht op de 1000 meter. De na zijn geslaagd allroundavontuur enorm populair geworden Wennemars (’Ik lijd aan het Rintje Ritsma-syndroom’) stal met zijn derde titel de show. De oudgedienden hielden met de onverwacht opgeleefde Gerard van Velde de aandringende jongeren nog op afstand.

,,Een NK is nog nooit zo spannend geweest”, aldus Wennemars. De cruciale vraag is wat de toegenomen concurrentie voor kansen biedt tijdens de WK sprint, op 20 en 21 januari in Hamar. Rasoptimist Wennemars heeft daarover geen twijfels. De weg naar de wereldtitel ligt open, al is het maar omdat omstandigheden zich in korte tijd kunnen wijzigen.

,,Twee jaar geleden reed ik pas een week voor mijn wereldtitel in de World Cup een goede 500 meter, terwijl ik daarvoor amper de A-groep haalde. Wat dat betreft is er zeker hoop. De Koreaan Lee is dit jaar wel erg goed, maar laat hij dat eerst maar eens even op een WK tonen. Hij is van mijn leeftijd, maar heeft nog nooit op het erepodium gestaan.’’

Wennemars’ tegenpool Jan Bos (in 1998 Nederlands eerste sprintwereldkampioen) is eerder pessimistisch over de Nederlandse sprint. Hij wordt in die mening bijgestaan door teamgenoot Stefan Groothuis. Zij vinden dat de traditionele zwakte op de 500 meter een onoverkomelijk en structureel obstakel is geworden.

In het verleden was op mondiaal niveau een achterstand op de 500 meter nog niet desastreus. De schade werd met een superieure 1000 meter weggepoetst. ,,Dat kon vorig jaar nog, maar nu niet meer’’, aldus Bos. ,,De wereldtop is te breed geworden en de besten beheersen beide afstanden totaal.’’

Voor Nederlanders is het altijd tobben geweest met de 500 meter. De verrassende nationale kampioen van vorig jaar Stefan Groothuis zegt enigszins beschaamd (’schandalig’) dat hij nog nooit onder de 10 seconden heeft geopend. En wie zo traag op gang komt, heeft een WK op de eerste slagen al verloren.

Bos: ,,Bij ons is er veel aandacht voor techniek en duurvermogen. Daardoor hebben wij een basis die breder is dan die van de pure sprinter. Maar waar wij een sprong hebben gemaakt op de 1500 meter, heeft de concurrentie dat op de 1000 meter gedaan.’’

Het is volgens Bos terug te voeren op een gebrek aan sprinttraditie. Pas toen begin jaren negentig coach Peter Mueller in Nederland neerstreek, drong het door dat ook Nederlanders konden sprinten. ,,Maar wij hebben geen sprintcultuur bij de junioren. In die leeftijdsklasse is geen WK, er zijn voor de jeugd gewoon weinig sprintwedstrijden.’’

Hij wijst erop dat Japanners en Koreanen al op hun zestiende wereldtijden op de 500 meter rijden, terwijl alle Nederlanders zich dan nog richten op allroundschaatsen. Bos kan het weten, hij was in 1994 wereldkampioen bij de junioren. ,,Het kwam toen bij niemand op dat Nederlanders ook goede sprinters kunnen zijn. Ik dacht toen ook dat daar voor mij geen toekomst kon liggen. Wie sprinter werd was verloren, dat betekende een terugkeer naar het gewest.’’

En zo komt Bos uit bij zijn gebrek. ,,Op de 500 meter kan ik slechts met uitschieters heel goed zijn. Vorig jaar reed ik met een derde plaats een goed WK sprint, maar dat is een uitzondering geworden. Ik kan een geweldige goede volle ronde rijden, maar de opening blijft een probleem. Die start moet stabieler worden.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden