Wenken voor potentiële eermoordenaars

Ooit stond Celal Altuntas op het punt om eerwraak te plegen. Nu heeft hij advies voor mannen die onder dezelfde druk staan als hij destijds. „Al staat de potentiële dader onder hoogspanning, hij blijft de keus houden om te weigeren.”

Vijftien was ik, toen ik bijna moordenaar werd. Ik moest de dood wreken van twee doodgeschoten neven die ik nog nooit had gezien. Als mijn familie die avond akkoord was gegaan met het voorstel van mijn vader, dan was ik zeker een moordenaar geworden.

Mijn vader eiste namens mij een onkostenvergoeding voor mijn leven na de jaren gevangenis die me zouden wachten. Ik vermoed dat die eis een tactische zet van hem was – ik heb het hem nooit gevraagd. Maar hij had natuurlijk gewoon kunnen zeggen: „Ik laat het Celal doen voor de status en de eer van onze familie.”

Hoe zou het gegaan zijn als ik eermoordenaar was geworden, en opgepakt? In de gevangenis was nog net geen rode loper voor me uitgelegd, maar ik kreeg alle egards van cipiers en van de andere gedetineerden. Want bloedwaak is strafbaar in Turkije, maar je krijgt er wel veel respect voor. Toch was ik mijn leven niet zeker geweest. Misschien zou de familie van die neven wel weer proberen om twee leden van onze kant van de familie te laten doden, uit vergelding.

Ik ben mannen tegengekomen die wél dader zijn geworden. De meesten hebben verschrikkelijke spijt, zelfs de jongens die ooit helemaal achter de moord op hun zus of echtgenote stonden. Laatst zag ik op televisie een man die zijn zus had gedood – hij had een foto van haar boven zijn kussen hangen. Een ander kwam uit de gevangenis en ging van ellende bedelen, zo kapot was hij, boos, verdrietig. Hij zegt nu dat hij álles van zijn dochters zou accepteren en dat niemand zich daarmee zou mogen bemoeien. Maar de nicht die hij vermoordde kan niet meer kiezen.

Als eermoordenaar had ik, nog afgezien van de gevolgen van een gevangenisstraf, zelf nooit normaal kunnen functioneren. In mijn privéleven was ik een ander persoon geworden, een gewelddadige jongen, broer, man en neef. Het vermoorden van twee mensen had me nooit losgelaten, welke therapie ik ook zou volgen.

Ik heb er geen spijt van dat ik mijn neven niet heb gewroken en ik ben mijn vader nog altijd dankbaar dat hij op die avond met die voorwaarde op de proppen kwam. Ik hoef zulke eer niet, ik wil geen moordenaar worden om gerespecteerd te worden. Ik wil op een andere manier respect verdienen.

Wat ik mezelf gun, gun ik ook aan mijn ’tegenstander’. Hoe zou ik denken, als ik in de schoenen van mijn slachtoffers zou staan?

Wij moeten met zijn allen ’stop’ zeggen tegen geweld om de eer zuiver te krijgen. Eer kan ook gezuiverd worden zonder dat er geweld aan te pas komt. Dat kan bijvoorbeeld als een – gerespecteerde – imam de geruchten kent van een geval van geschonden eer, daar de juiste woorden aan wijdt in de moskee, en zo de gemoederen sust.

Maar zolang de moraal en cultuur rond eerwraak nog niet veranderd zijn, zijn er wel mogelijkheden om te voorkomen dat je eerwreker, eermoordenaar wordt.

Als je als jongen of man onder druk staat om eerwraak te plegen, heb je een enorm dilemma: moordenaar worden of de kans lopen niet meer bij de familie te horen.

Stel, een meisje wordt als bruid beloofd aan haar neef die nog in Turkije woont. Iedereen is van de uithuwelijking op de hoogte. Maar zij blijft ondanks alle risico’s stiekem omgaan met haar vriend – en raakt zwanger.

Door haar gedrag schendt zij de eer van haar eigen familie, van haar toekomstige schoonfamilie, en zelfs van andere families die betrokken zijn bij de beloofde relatie. Ook familieleden in het buitenland kunnen zich aangetast voelen in hun eer. Voor de hele familie, stam, clan is het een groot gezichtsverlies als de gemeenschap erachter komt.

De gemeenschap kan hen er op aanspreken. Bij een burenruzie krijgt de vader van het meisje te horen: „Als je een echte vader was geweest, had je eerst met je dochter moeten afrekenen”. Of: „Achterhaal eerst maar eens waar je dochter zit voordat je ergens je mening over geeft”.

De kaartende mannen in het koffiehuis krijgen een woordenwisseling en verwijten de vader of broer of een ander familielid van het meisje dat ze geen echte man zijn. Een échte man rekent met zijn zus, met zijn nichtje of z’n verloofde af.

De bemoeienis van de islamitische gemeenschap begint zodra het bericht doordringt over de ongeoorloofde relatie van het meisje dat aan haar neef beloofd was. Soms gebeurt dat indirect door te roddelen en soms direct, door de familie hier rechtstreeks op aan te spreken. Het recht van bemoeienis is niet voorbehouden aan de naaste familie, het is een recht van alle kennissen, vrienden, buren en verre families. Familie in het buitenland mengt zich er geregeld in, via de telefoon en het internet, en het gebeurt ook dat ze ervoor overkomen.

Het meisje heeft dan te maken met meerdere potentiële daders. Uit de eerste lijn, dus ouders, broers, verloofde; uit de tweede lijn, dus neven, ooms, en uit de derde lijn, dat wil zeggen verre familieleden, kennissen die kunnen spioneren voor het gezin, als zij weten waar het meisje-met-de-verboden-vriend zit.

Ik maak een onderscheid tussen eerste, tweede en derde lijn. De eerste en tweede lijn beschouw ik als directe potentiële daders en de derde lijn als indirecte potentiële daders.

Zo’n potentiële dader moet op zijn tenen lopen om niet steeds geconfronteerd te worden met de situatie, met de roddels die over hem de ronde doen. Maar helemaal ontlopen kan hij die niet; de familie belt, oefent grote druk uit aan de telefoon om toch moordenaar te worden. Zijn vrienden spreken hem er op aan. „Wat voor jongen ben je, hé, heb je haar nog niet kunnen vinden? Heb je daar onze hulp bij nodig?” Zelfs zijn vriendin of vrouw kan het hem voor de voeten gooien tijdens een ruzie. „Als je echt een kerel bent, zoek dan eerst eens uit waar je zus uithangt.”

Een aantal mogelijkheden je aan de druk tot het plegen van eerwraak te onttrekken wil ik hier noemen.

Al staat de potentiële dader onder hoogspanning, hij blijft de keus houden om te weigeren. Het is drastisch, maar ik kan niet anders dan hem te adviseren te verhuizen of weg te lopen naar een andere streek en eventueel naar een ander land, als het goed is met behulp van officiële instanties of organisaties. Dat hangt wel van de situatie af, want soms hoef je helemaal niet te vluchten en kun je gewoon in je stad blijven wonen.

In het hierboven beschreven voorbeeld kan een individu de strijd nooit winnen en bestaat de kans dat hij een moordenaar wordt als hij niet vertrekt. Want als hij weigert mee te doen met de moord op zijn zus of nicht, dan krijgt hij te maken met zeer negatieve reacties vanuit zijn familie, de gemeenschap, vrienden en familieleden in het buitenland. Hij is geen eervolle man of jongen meer, krijgt geen respect en wordt uitgestoten. Dat kan heel rigoureus en zichtbaar gebeuren, soms gaat het indirect, om te voorkomen dat de buitenwereld het te weten komt. Maar hij komt onder zware psychische druk te staan, en als hij niets doet om daar iets aan te veranderen, heeft hij nog maar twee opties: moordenaar worden, of zelf een einde aan zijn leven maken.

Om het nog complexer te maken wordt ook degene die wél overgaat tot deze daad uiteindelijk niet als een held door de familie ontvangen. Eerwraak doet zich voor in ’emotieculturen’, waar eerder wordt gedaan dan gedacht. Pas als alles voorbij is dringt door wat er nu eigenlijk gebeurd is. En een moeder, die zich aanvankelijk misschien achter de fatale wraak op haar dochter heeft geschaard, zal kapot zijn van verdriet en de dader niet kunnen vergeven. Dus uitgestoten word je hoe dan ook.

In plaats van alléén uit zicht te verdwijnen, kan een potentiële dader ook met het beoogde slachtoffer weglopen. Als de potentiële dader zelf op zoek gaat naar zijn zus of nicht kan hij zijn familie vóór zijn en vervolgens samen met haar vluchten. Ook dit moet hij doen met behulp van officiële instanties.

Zo redt hij zijn leven en het hare. Dat is winst. Bovendien zou hij aan de moord mentaal kapot gaan, de gevangenis indraaien en, eenmaal eruit, moeilijk aan een baan komen.

Maar de prijs voor zijn vlucht met het beoogde slachtoffer is hoog. Hij hoeft niet meer te rekenen op zijn familie, vrienden, verre familieleden, de gemeenschap, want hij is schuldig aan het gezichtsverlies van zijn familie. Zo verschuift zijn rol van verhoopte dader naar die van potentieel slachtoffer.

Het zoeken van de openbaarheid kan een dreigende eerwraak voorkomen. Daarvoor dient de potentiële dader naar een krant of de televisie te stappen. Dat kan slachtoffers schelen.

Ik moet er wel bij zeggen: de klokkenluider kan beter niet naar huis teruggaan wanneer hij de pers heeft ingelicht. Want daardoor weet de hele wereld hoe de familie denkt over eerwraak en over de plannen om iemand om het leven te laten brengen.

In de drie genoemde opties moet de beoogde dader zich vroeg of laat uit de voeten maken. Kan dat niet anders? Laat ik eerlijk zijn: weerstand bieden aan de groepsdruk vraagt erg veel van een potentiële dader. Maar als hij ervan overtuigd is dat hij het aankan, dan kan hij in opstand komen en weigeren toe te geven aan die druk. Hij moet wel zien te voorkomen dat hij alleen komt te staan. Dat kan door medestanders te zoeken in de familie, mensen die net als hij ’nee’ zeggen tegen de dodelijke eerwraakcultuur en er geen probleem van dat ene individu van maken, maar een gedeeld probleem. Hoe meer mensen tegen eerwraak opstaan, hoe beter. Alleen samen kunnen we een oplossing vinden voor die achterhaalde cultuur.

De echte oplossing ligt niet in het antwoord op de vraag hoe je als man omgaat met de vraag om eerwreker te worden, maar in het fenomeen eerwraak zelf. In het Koerdisch is er een uitdrukking: Iedereen moet een handje helpen om de steen op te tillen. Om te beginnen de imam. In de moskee zou hij erover kunnen spreken – als hij de kritiek op eerwraak deelt, tenminste. Hij kan de ouders erbij betrekken en vertellen dat het beter is met hun kinderen te blijven communiceren, ze te respecteren in plaats van te veroordelen om wat ze doen. Tegelijkertijd zie ik een rol weggelegd voor huisartsen en andere hulpverleners. Voor onderwijzers die met kinderen bespreken wat ’eer’ voor hen betekent. Ook zou ik er voor willen pleiten om meer mensen met een migrantenachtergrond te betrekken bij het bestrijden van dit fenomeen, zowel op beleidsniveau als in de dagelijkse praktijk. Denk aan politie, justitie, jeugdzorg en andere hulpverleningsinstanties. Natuurlijk is niet elke Koerd, Turk, Afghaan,Libanees, Irakees of Pakistaan ook meteen eerwraakdeskundige, maar een dergelijke achtergrond brengt wel het besef met zich mee wat het kan inhouden.

Er is nog een lange weg te gaan. Sinds ik naar buiten treed om eerwraak aan de kaak te stellen, krijg ik uit mijn omgeving vaak te horen: waarom ga je je niet eens met wat anders bezighouden? En die vraag klinkt heel dwingend.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden