Welvaart concurrent van Iraakse SRV-man

Een Iraakse handelaar helpt een klant. De weegschaal is even op straat gezet. (FOTO'S EDDY VAN WESSEL) Beeld
Een Iraakse handelaar helpt een klant. De weegschaal is even op straat gezet. (FOTO'S EDDY VAN WESSEL)

Ze komen met de winkel aan huis. Straatverkopers zijn er nog volop in het straatbeeld van Iraaks Koerdistan. De toenemende welvaart bedreigt hun nering, want ze bedienen met name de lagere klassen. En de supermarkt trekt, al was het maar om het imago.

’Tomaten, uien, kruiden!” De luide roep galmt door de verlaten straat in een buitenwijk van Suleymania. De zon staat hoog aan de hemel en schijnt genadeloos. De enigen die zich op dit middaguur buiten begeven, zijn de straatverkopers met hun rijdende winkels.

Het gele stof verwaait over het afgesleten asfalt. Onder de wilgenbomen staat een oude Toyota geparkeerd, met in de overdekte achterbak kratten met groenten en fruit. Een jonge man staat ertussen en bedient zijn klanten. Een poort gaat open. Een jong meisje komt aanlopen. „Dag meneer, mag ik wat bosuitjes?”

Rijdende winkels in Koerdisch Irak, je hebt ze in alle soorten en maten. Zoals vroeger in Nederland de melkboer aan huis kwam, zo hebben de handelaren met hun rijdende winkels in Iraaks Koerdistan ieder een eigen specialisatie. De een verkoopt huishoudelijke producten, de ander kleurige stoffen, vrouwenschoenen of groenten en fruit.

In Nederland kent ieder de grapjes over kinderen die eigenlijk van de melkboer komen. De SRV-wagens zijn nog altijd een begrip, al zijn ze met de modernisering uit het straatbeeld verdwenen. Alleen in enkele dorpen rijden ze nog. In Irak zie je ze nog overal, maar ook hier wordt hun bestaan bedreigd door de groeiende welvaart.

In de schaduw van de wilgen wacht een vrouw op haar beurt. Ze draagt een azi, een wijde jurk voor binnenshuis. „Twee kilo bonen”, roept ze de verkoper toe. Die verstaat haar niet. Op haar gezicht verschijnt een geamuseerde glimlach. „Je bent nog geen maand getrouwd, mijn vriend, en je begint al doof te worden. Schreeuwt je vrouw nu al tegen je?” De omstanders lachen. Blijkbaar is de winkelier een goede bekende van de vrouwen.

De Koerdische straatverkopers rijden door de buurten, roepen wat ze verkopen, waarop vrouwen naar buiten komen. Ze hebben meestal een vaste route waarlangs zij vaste klanten bezoeken. Sommige groenten- en fruitverkopers hebben zelfs een bezorgsysteem opgezet, waarbij hun klanten van te voren doorbellen wat ze wanneer nodig hebben. De verkopers werken ’s morgens voor het te heet wordt, en aan het eind van de dag, wanneer het afkoelt.

Door de invasie in Irak in 2003 kwam er in het veilige Noord-Irak een economische groei op gang. Met de snelle modernisering kwamen de grote supermarkten en warenhuizen (met Turkse waar). Dit heeft een negatief effect op de kleine handelaren, en zo ook op de rijdende winkels. Hun klantenkring beperkt zich daarom vooral tot de armere buurten.

Faroek Ahmad (30) doet dit werk sinds 1991 en handelt in schoonmaakmiddelen. „Toen ik net begon, waren mensen nog arm. Nu hebben ze meer geld om iets te kopen.” Op de vraag waarom hij dit werk doet, beginnen zijn ogen te glimmen. „Ik ben vrij, niemand vertelt mij wat ik moet doen. Ik heb geen baas boven me die vraagt waarom ik er gisteren niet was. Bovendien geniet ik van het contact met de klanten.”

Achter de rijdende winkels zit een heel marktsysteem. Ze bezoeken vooral de armere wijken. In de rijkere hebben mensen genoeg geld om hun boodschappen in de supermarkt te doen.

Handelaar Faroek Ahmad krijgt niet alleen geld voor zijn producten. Elk huishouden in Koerdistan heeft recht op voedselpakketten van de overheid. Dit is een overblijfsel van de hulp van de Verenigde Naties tijdens het internationale embargo tegen Irak. „Soms hebben mensen helemaal geen geld, en gebruiken ze de voedselpakketten als ruilmiddel. Als ze bijvoorbeeld nog een pak wasmiddel hebben, wissel ik dat om voor rijst.”

De meeste handelaren kopen hun spullen op de grote bazaar en verkopen het iets duurder door. „Veel vrouwen uit deze buurt kunnen niet naar de bazaar, ze zijn te arm om zomaar iets te kopen”, zegt Rafad Azif (24) die keukenspullen verkoopt. Daarom levert hij net als de meeste handelaren op afbetaling. „Ik houd een boekje bij wie mij wat schuldig is. Ik heb zo’n 27 vaste klanten, allen moeten mij nog wat betalen. Dan kopen ze een pan van bijvoorbeeld 50.000 dinar, en betalen ze mij elke week 5000 terug.”

Dit werkt systeem werkt ook andersom. Handelaren lenen op hun beurt bij verkopers op de bazaar. „Het levert me wel eens problemen op, want mijn inkomen hangt af van de prijzen op de markt en de afbetalingen van klanten. Soms, als mijn klanten mij niet op tijd betalen omdat ze geen geld hebben, kan ik mijn schuldeisers ook niet betalen”, zegt Azif. „Dan krijg ik wel eens ruzie op de bazaar, en willen de verkopers niet meer met mij samenwerken. Dat zijn vervelende situaties.”

Abdoellah Farah (50) verkoopt vrouwenkleding. Hij ziet er ouder uit dan hij is met zijn Koerdische pofbroek, zijn hoofdtooi en de lachrimpels in zijn door de zon gebruinde gezicht. Het harde leven, de brandende zon en de vele oorlogen staan in dit Koerdische gezicht gekerfd. Farah koopt zijn stoffen met een lening, en verkoopt ze, zodat hij zijn leningen kan afbetalen, vertelt hij. Hoe weten de klanten dat hij eraan komt? Hij begint te lachen. „Ik heb een speciale code om mijn klanten te roepen, en die kennen de mensen na acht jaar wel.”

Lachend roept hij ’Mi, mi!’ Overal gaan poorten open. Vrouwen komen op zijn kleurige stoffen af als vliegen op de stroop. Ze snuffelen tussen de rollen stof die uit zijn pick-uptruck steken.

Farah heeft een goede band met de vrouwen. „Mijn klanten houden van me. Zo’n oude man, zeggen ze vertederd. Ze hebben gelijk. Ik ben eigenlijk te oud voor dit werk. De hele dag in de zon, de hele dag op pad. Maar het contact met mensen is heerlijk en het werk is niet zo zwaar.”

Ook kledinghandelaar Bagtiar Fayar (29) geniet van het contact. Sommige families kent hij inmiddels zo goed dat ze bij elkaar over de vloer komen. „Er was een vrouw die zoveel bij me kocht, dat ze een schuld opliep van meer dan 250 dollar. Haar man werd boos op me. „Waarom blijf je haar dan ook kleding verkopen?”, vroeg hij mij beschuldigend. Ik zei dat ik haar toch niet dwóng om naar mijn stoffen te kijken”, zegt Bagtiar. „Later werd die man een goede vriend.”

Dat rijdende winkels uitsluitend vrouwen als klant hebben, levert voor zeephandelaar Kawa Mohammed (28) grappige situaties op. „Mijn vrouw is niet echt jaloers, maar maakt er wel opmerkingen over. We maken samen grappen over mijn baan”, lacht Mohammed. „Dan zeg ik, sorry lieverd, maar ik moet gaan, mijn vrouwen wachten op me.”

Een mobiele winkel in Noord-Irak: pick-uptruck met watermeloenen. (Trouw) Beeld
Een mobiele winkel in Noord-Irak: pick-uptruck met watermeloenen. (Trouw)
(\N) Beeld
(\N)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden