Weltoffen & wilkommen

Duitsers zijn dol op onze literatuur, maar dat is niet wederzijds. Omdat beschaving én economie op Duitsland leunen, raadt Jerker Spits aan eens een Duits boek te lezen.

Germanist en schrijver Jerker Spits (1977) woon-de in Berlijn en Wenen. In de Boekenweek reist hij rond om over Duitsland te vertellen. Zie www.vanoorschot.nl

Het jaar 2016 is belangrijk voor de literaire uitwisseling tussen Duitsland en Nederland. Duitsland is het thema van de Boekenweek die 12 maart van start gaat, met als motto Was ich noch zu sagen hätte. In oktober is Nederland samen met Vlaanderen gastland op de Frankfurter Buchmesse. Met de intresse voor Nederlandse literatuur in Duitsland zit het wel goed. Maar omgekeerd zijn er nog wel wat stappen te zetten.

In geen ander land wordt zo veel Nederlandse literatuur gelezen als in Duitsland. Vanaf 1993 zijn Nederlandse schrijvers er populair. Dat jaar had de Frankfurter Buchmesse de Nederlandse literatuur als Schwerpunkt. Cees Nooteboom is in Duitsland beroemder dan in Nederland. Ook Arnon Grunberg, Herman Koch en Marente de Moor liggen in hoge stapels in Duitse boekhandels. Hun werk wordt, vaak positief, in de Süddeutsche Zeitung en de Frankfurter Allgemeine (FAZ) besproken. "Uit Nederland komt niet alleen topvoetbal, maar ook toprealisme", schrijft de FAZ. Nederlandse uitgevers zijn daar blij mee; de Duitse markt is groot. Bij de omzet van de gehele Duitse boekhandel gaat het om bijna vijf miljard euro per jaar.

Nederlandse schrijvers die een Lesetour door Duitsland maken, zijn vaak verrast door de waardering en nieuwsgierigheid van het publiek. Arnon Grunberg, Jan Siebelink, Thomas Rosenboom, Gerbrand Bakker, Alex van Galen, Jan van Mersbergen, Ramsey Nasr, Hagar Peeters, Tommy Wieringa: ze waren allemaal te gast op literaire festivals, met een niederländische Lyriknacht en een niederländische Kriminacht. Voor de Else Otten Übersetzerpreis, een tweejaarlijkse vertaalprijs voor de beste Nederlandse vertaling in het Duits, kan de jury een keuze maken uit honderdnegentien nieuwe vertalingen, vertaald door vijftig verschillende vertalers.

Omgekeerd is die belangstelling wat minder vanzelfsprekend. Voor de Tweede Wereldoorlog stond de Duitse cultuur in Nederland in aanzien. Ook al vonden sommige Hollands dichters Rilke 'sentimenteel' en zaaide Kant volgens protestanten 'het zaad van het ongeloof'. Nederlanders namen de Duitse wetenschap, cultuur en muziek als inspiratie voor hun eigen plannen. Zo had Menno ter Braak een grote belangstelling voor de Duitse geschiedenis, cultuur en filosofie. Hij schreef zijn proefschrift over de Duitse Middeleeuwen, woonde in Berlijn, verdedigde de filosofie van Nietzsche tegen het misbruik van de nazi's en dronk thee met Thomas Mann op het terras van Hotel Huis ter Duin in Noordwijk. Ter Braak schreef over veel Duitse schrijvers, onder wie de hele familie Mann. Over Thomas Manns 'Lotte in Weimar' schreef Ter Braak voor Het Vaderland een van zijn laatste recensies - waarvoor Mann hem heel erkentelijk was.

De communist, vertaler en criticus Nico Rost (1896-1967) had een voorliefde voor de Duitse literatuur, en vereenzelvigde zich na de regeringsovername van Hitler in 1933 met de uitgeweken Duitse schrijvers. Hij maakte hun zaak tot de zijne. Ook uit politieke overtuiging. Rost probeerde de nazi's en hun barbarij te bestrijden door over de 'klassieke Duitse literatuur met een democratische ideologie' te schrijven, en stil te staan bij het werk van kritische tijdgenoten als Joseph Roth, Hans Fallada en Ernst Toller.

In 1942 werd Rost opgepakt. Na de gevangenis in Scheveningen en Kamp Vught kwam hij in Dachau terecht. In uiterst moeilijke omstandigheden - omstandigheden die maken dat je alle geloof in Duitsland, of de Duitse cultuur zou kunnen verliezen - was hij nog in staat scherp, kritisch en onafhankelijk te denken.

In de barakken, tussen de bijna-doden, las hij Schiller en Hölderlin. En juist door hen te lezen besefte Rost dat we in een Europese samenleving wonen, en veel kunnen leren van de omgang met andere nationaliteiten: "Het

begrip nationaliteit krijgt volgens mij toch - ook voor ons Nederlanders - pas waarde, wanneer we het zien in Europees verband. Waarom willen zoveel 'goeie' Nederlanders dat niet zien of begrijpen?"

De Tweede Wereldoorlog veranderde het beeld van Duitsland. Het land van de Dichter und Denker werd een land van Richter und Henker (rechters en beulen). En dat beeld bleef lang bepalend. Nederland keek met een bijzonder kritisch oog naar Duitsland: bij de Berufsverbote in de jaren zeventig, bij de 'conservatieve' Helmut Kohl in de jaren tachtig en bij aanslagen tegen asielzoekers in de jaren negentig. In hetzelfde jaar waarin Nederlandse schrijvers in Duitsland doorbraken (1993) verscheen een geruchtmakende studie van Clingendael. Nederlandse jongeren vonden Duitsers heerszuchtig en overheersend. Ook Andreas Burnier, die bekendstond als een vrijdenkende intellectueel wars van vooroordelen, noemde het Duits midden jaren negentig 'een taal waarin men snauwt en schreeuwt'. Nederland leek soms bang voor een groter Duitsland; de Volkskrant beeldde Helmut Kohl af met een staalhelm.

Ook Duitse schrijvers waren tot ver in de jaren negentig overigens zeer kritisch over hun land - waarin volgens hen nog altijd de spoken van het verleden rondwaarden.

Dat gold voor Heinrich Böll, die zijn eigen streek in het boek Im Ruhrgebiet beschreef. De burgemeester van Essen beschuldigde hem daarop van Entartung - ontaarding, dezelfde beschuldiging die in de nazitijd werd geuit tegen kunst die niet beantwoordde aan de ideologie van Hitler.

Ook Günter Grass stak waarschuwend zijn vinger op: toen de Bondsrepubliek onder druk van Amerika koos voor herbewapening, telkens wanneer begrip en empathie weken voor haat en discriminatie. Hij zag hoe de beide Duitslanden op elkaar afstevenden. Dat mocht volgens hem niet gebeuren. Was de opdeling van Duitsland niet de straf voor de misdaden van de nazi's?

Maar de eenheid van Duitsland kwam er. Met de D-Mark voor heel Duitsland, een triomfantelijke Helmut Kohl en even later een regering die zetelde in de nieuwe hoofdstad Berlijn. De hereniging van 1990 plaatste het debat over de Duitse nationale identiteit hoog op de agenda. Duitsland werd in veel opzichten de centrale macht in Europa en dit noopte tot een andere omgang met het verleden. Ook Nederland maakte veranderingen door: de inzet van Nederlandse militairen in voormalig Joegoslavië, de opkomst van Pim Fortuyn en de populariteit van Geert Wilders sloegen barsten in het beeld van een progressief-liberaal, en zelftevreden land dat trots was op zijn vrijzinnigheid.

Langzaam aan veranderde het Nederlandse beeld van Duitsland. Al was het wel even zoeken. Nelleke Noordervliet concludeerde in 2009 in een lezing aan het Duitsland Instituut dat oude vooroordelen over Duitsland plaats hadden gemaakt voor - ja, voor wat eigenlijk? "Oude, stereotiepe clichébeelden ebden weg, maar daar kwam weinig voor in de plaats."

Intussen melden de Goethe-Instituten een groeiend aantal belangstellenden die Duits willen leren. Berlijn is de jonge, hippe hoofdstad van Europa, met de curryworst als symbool. Ook de culturele interesse lijkt langzamerhand toe te nemen. Uitgeverijen en boekhandels grijpen het thema van de Boekenweek aan, nadat op het gebied van beeldende kunst en theater al langer sprake was van een vruchtbare samenwerking. Een samenwerking die gedreven wordt door nieuwsgierigheid, en belangstelling.

Toch kan en moet er nog veel gebeuren rond de Duitse taal en literatuur. Duitse uitgevers brengen relatief veel buitenlandse schrijvers uit. Het land staat bij uitgevers bekend als open en belangstellend. Nederland richt zich, als het om buitenlandse boeken gaat, sterk op bestsellers uit de Engelstalige wereld: 97 procent van de buitenlandse boeken die in Nederland worden verkocht is in het Engels. Dat betekent niet dat Nederland geen open land is - het betekent wel dat Nederland selectiever openstaat en heel wat minder contact heeft met andere culturen dan we geneigd zijn te denken.

Bij de aandacht voor de Duitse literatuur gaat het vaak om klassiekers zoals Thomas Mann en Hans Fallada. Niet zonder reden vroeg de Duitse ambassade bij de presentatie van het programma van de Boekenweek 2016 om aandacht voor de Duitse schrijvers van nu. De Duitse literatuur heeft een ander gezicht gekregen en andere stemmen opgenomen. Het is niet alleen de literatuur van jongere schrijvers van wie de wieg in Duitsland stond, maar ook van de in Jekaterinaburg geboren Alina Bronsky, de in Kiev geboren Katja Petrowskaja en de in Bosnië geboren Sasa Staniši¿.

Het gaat niet langer om het nationaal-socialisme, om de Tweede Wereldoorlog, om de Duitse hereniging. Het gaat om de wereld van nu, over het nieuwe en het vreemde - vaak verteld vanuit Berlijn. De stad die, om met Suhrkampdirectrice Ulla Unseld-Berkéwicz te spreken, 'het culturele laboratorium van onze tijd' is.

Nederland heeft literaire kennis van Duitsland nodig om Angela Merkel te begrijpen. Je snapt dan waarom zij kritischer was over de afluisterpraktijken van de Amerikaanse geheime dienst dan de Engelse of Nederlandse premier. Want ook de Duitse schrijver Uwe Tellkamp, die in zijn roman 'Der Turm' (2008) de onttakeling van de DDR beschreef, kreeg een déjà vu: "Het debat over het afluisteren doet mij denken aan de DDR en de Stasi. Ik dacht altijd dat ik met stof in de weer was die hopeloos verouderd was. Nu komt er veel terug in een andere gedaante."

Nog altijd herinneren schrijvers aan de streng bewaakte grenzen van de DDR. Een voorbeeld is de roman 'Kruso' van Lutz Seiler, een prachtige roman over Duitsland in de herfst van 1989. De roman won in 2014 de Deutscher Buchpreis, een van de belangrijkste literaire prijzen van onze oosterburen.

'Kruso' speelt op Hiddensee. In de DDR was dit eiland een toevluchtsoord voor veel mensen die het land wilden verlaten. De tocht over de Oostzee kon geluk en vrijheid brengen, maar ook de dood door verdrinking. 174 burgers van de DDR vonden de dood, doordat zij over de Oostzee probeerden te vluchten. Het is een geschiedenis die doorklinkt in de woorden waarmee bondskanselier Merkel de tegenstanders van haar Willkommenskultur voor vluchtelingen van repliek dient: "Veel mensen zeggen de laatste dagen tegen mij: er was ook een leven voor Schengen. En ik antwoord dan: ik weet dat er ook een leven voor de Duitse eenheid was. Toen waren de grenzen nog beter bewaakt."

Al jaren roept de Duits-Nederlandse Handelskamer dat Nederland meer moet investeren in het onderwijs van de taal van de oosterburen. De vertegenwoordigers van de handelskamers uit beide landen schatten dat Nederland door de gebrekkige kennis van het Duits acht miljard euro misloopt. Maar dat zijn louter economische argumenten.

Het is een verrijking om belangstelling te hebben voor de ander, en zeker voor je buurland, vanuit een oprechte interesse en nieuwsgierigheid. Want de Duitse cultuurgeschiedenis is boeiend, al tweeduizend jaar lang.

De toegang tot Duitsland ligt in de belangstelling voor de cultuur en geschiedenis. Ze ligt in nieuwsgierigheid naar een ander land dat veel zwarte bladzijden kende, maar zich ook sterk maakt voor beschaving en internationaal begrip. Europa kijkt steeds vaker naar Duitsland. De economie is 25 jaar na de Wende genoeg hersteld om Duitsland tot de belangrijkste speler van Europa te maken. Nederlandse beeldend kunstenaars, ontwerpers en fotografen ontdekken Berlijn.

Nu de lezer nog.

De illustraties zijn van Piet Paris en komen uit Jerker Spits': Staalhelmen en curryworst. Een Duitse cultuurgeschiedenis in 15 fenomenen. Van Oorschot; euro 14,99

Die fantastischen Fünf

Vijf ijzersterke boeken van Duitse schrijvers van nu

Uwe Timm: De ontdekking van de curryworst (1993)

In Timms (1940) novelle staat de curryworst voor de moed om zich door een moeilijke situatie heen te slaan, voor een nieuw begin in het naoorlogse Duitsland.

Daniel Kehlmann: Het meten van de wereld (2005)

De hoofdpersonen van Kehlmanns (1975) humoristische roman zijn pioniers uit een bloeiperiode van de Duitse cultuur: ontdekkingsreiziger Humboldt en wiskundige Gauß.

Katja Petrowskaja: Misschien Esther (2014)

In haar boek vertelt de in Kiev geboren Petrowskaja (1970) over haar familie tijdens het nazisme en het stalinisme in Duitsland, Oostenrijk, Polen, Rusland en de Oekraïne.

Lutz Seiler: Kruso (2014)

Een prachtige roman van de Oost-Duitse schrijver (1963) over vriendschap, eiland- gevoel en Duitsland in de herfst van 1989, de herfst van de val van de Muur.

Karen Köhler: Vuurpijlen vangen (2014)

Deze negen verhalen vallen op door hun lichte toon en trefzekere details; de toon van de Duitse schrijfster (1974) is melancholisch en tegelijk vrolijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden